maandag 21 maart 2011

Het nieuwe Rijks

Er zijn van die dagen dat je je echt bevoorrecht voelt. Vanmiddag had ik zo'n moment. Met de klankbordgroep experimenten kinderbezoek van de Museumvereniging mochten we een hard hat tour maken door het in aanbouw zijnde (nieuwe) Rijksmuseum.
De mondopenvallende schoonheid komt zo hier en daar al door de bouwactiviteiten en steigers doorzetten. De binnenplaatsen die Cuypers oorspronkelijk open had gelaten en waar hij de ingang had gepland (in de passage onder het Rijks door) zijn weer in oude luister hersteld en bieden de bezoeker straks een fraaie en droge entree (nu sta je toch buiten aan de Stadhouderskade in de miezer als je pech hebt) van een bijna on-Nederlandse allure. Bovendien mogen in die passage alleen fietsers komen en vormt het daarmee een bijna symbolische ontmoeting voor buitenlandse toeristen met de oer Hollandse fiets!

Op de niet-museale plekken (entree, winkel, restaurant ed) krijgt Cuypers min of meer zijn gebouw weer terug, daar worden zijn stijlelementen nauwgezet gerestaureerd of gereconstrueerd. In de tentoonstellingszalen is men daar terughoudend mee, daar moet de kunst de overhand hebben en blijft Cuypers op de achtergrond.
Pikant detail, ook in de tour vandaag, was het bezoekje aan de Aduard kapel in een hoek van het museum. De kapel, een soort eerbetoon van Cuypers aan de Roomse kloosters, zal compleet gerestaureerd worden in al haar kleurrijke uitingen, maar dan verstopt worden achter wanden omdat de ruimte bestemd is voor de collectie Turkse kunst van Cornelis Calkoen (1696 - 1764), ambassadeur namens de Republiek in het Ottomaanse Rijk.

De eregalerij naar de Nachtwacht krijgt ook al vorm en zal straks een schitterende opmaat voor het topstuk van het Rijks vormen. Leuke details daar zijn de twee liften aan weerszijden van de Nachtwachtzaal die beiden 45 personen kunnen bevatten. Een complete touringcar kan dan aan de ene kant omhoog en na de Nachtwacht bekeken te hebben, aan de andere kant weer snel naar beneden!
Want wat je in Amsterdam ook komt doen, de Nachtwacht moet je toch even bekeken hebben............

vrijdag 18 maart 2011

Ondernemend in Amsterdam

Grappig dat iemand niet meedoet aan een workshop ' ondernemen' omdat hij het te druk heeft met ondernemen. Je zou zeggen, 'geef je dan niet op' en ik kan het me ook wel een beetje voorstellen, weer zo'n cursus of workshop met veel getheoretiseer en mooie woorden waarvan je een uur na het einde eigenlijk niet meer weet wat je er nu in de praktijk mee moet.

Hoewel ik dat een beetje vreesde en lang moest nadenken voor ik me opgaf voor de tweedelige workshop 'ondernemen' van Erfgoed Nederland, bleek die vrees gelukkig geheel ongegrond. De reden dat ik met enige regelmaat met dit soort bijeenkomsten meedoe is dat ik gemerkt heb dat je je eigenlijk altijd wel verrijkt; zij het met kennis, zij het met kennisen. Met alleen ronddraaien in een Naardens kringetje komen Vestingmuseum en ik niet verder.
Setting van de workshop was een prachtig grachtenpand aan de Herengracht in Amsterdam, het voormalige onderkomen van het RIOD. Opmerkelijk is dat de toiletten zijn ondergebracht in de oude werkkamer van Lou de Jong!

De deelnemers vormden een mooie dwardoorsnede van het museale en archivale landschap; grote en kleine archieven, kunstmusea, historische, technische, Randstad en verde rweg.
De theoretische inleiding was meer gericht op het creeëren van een mindset en sfeer van ondernemen dan een gortdroge stortvloed van begrippen. Prof. Henry Robben van Nyenrode bracht het met verve en humor en slaagde er wel in die mindset bij ons te creeëren. Dat moest ook wel, want we moesten aan de bak: een toekomstig krantenartikel schrijven over je eigen ambitieuze project en hoe jij dat gerealiseerd had. Geen plaats voor valse bescheidenheid in dat stuk! Best lastig jezelf in de schijnwerpers te plaatsen, uiteindelijk ging ons dat toch wel aardig af. Tot één deelnemer aan toe die zichzelf zelfs de erepenning van de stad in 2016 had toegekend (ik zal geen namen noemen).
Het mooie van deze exercitie was dat eenieder een gebalanceerd stuk heeft geschreven hoe zijn/haar ambitie tot stand is gekomen. Niemand trok dat proces in het absurde en we hebben er allemaal een goede roadmap mee gekregen die enthousiasmerend is en gewoon ook heel praktisch. Door het eindoel goed te beschrijven weet je beter hoe je de weg erheen moet gaan afleggen.
Die weg is (deels) de opdracht voor de volgende keer, over twee weken: neem vijf projecten uit je ambitie en werk die in meer detail uit.

Ondernemen moet je natuurlijk vooral gewoon doen in je museum of archief, toch lijkt het mij goed daarbij ook een beetje referentie te hebben of je op de goede weg bent en die test zijn we met 16 man aan de Herengracht aan het doen.

zondag 13 maart 2011

Hoe dingen gingen

Een van de leukere projecten van het museum begint langzaam de voltooiing te naderen: de replicabouw van historische vestingwerktuigen.
Aan gejaagd door Willem, hoofd Technische Dienst, heeft hij met zijn ploeg vrijwilligers zeker vier jaar gewerkt aan dit project waarin een trikebal, kaapstaander en vestingbok is gebouwd. Met zeer beperkte middelen, een onhandige werkplaats (in een ondergrondse kazemat), heel veel enthousiasme, creativiteit, bloed, zweet en tranen zet de ploeg een prestatie van formaat neer.
Het achterliggende verhaal is dat het natuurlijk leuk is om de bezoeker kanonnen af te zien en horen schieten, al jaren een 'hit' bij een bezoek aan het museum, maar dat die kanonnen daar niet vanzelf kwamen! Voor de bezoeker van vandaag soms moeilijk voor te stellen hoe kanonslopen van 1.200 tot wel 1.800 kilo per stuk verplaatst werden binnen de vesting. Vorkheftruck, palletwagen en hijskraan zag je niet echt in de 17e, 18e en 19e eeuw. Alles ging met mens- of paardenkracht, al dan niet geholpen door takels of blokken.
Dat willen we de bezoeker dus graag laten zien.

Kanonslopen kwamen vroeger per dekschuit over de Muidertrekvaart naar de vesting vanaf de gieterij waar ze gemaakt waren of het arsenaal waar ze opgeslagen waren geweest. Affuiten werden waarschijnlijk lokaal door de timmerman gemaakt.
Om zo'n zware kanonsloop op te tillen, maakte men gebruik van een slim hefwerk- en voertuig, een trikebal. In feite een as met twee grote wielen en een lange hefboom die over de loop heen werd gereden. De loop werd vervolgens met touw onder de as vastgebonden. Door de hefboom nu naar beneden te trekken en duwen, draaide de as en tilde de loop van de grond. Aan de nu horizontale hefboom werd een tweede as met wielen vastgemaakt zodat een wagen ontstond. De wagen met loop eronder kon nu met paarden naar de bestemming in de vesting gereden worden.
Om de steile hellingen van de wallen op te komen gebruikten de militairen een tweede hulpmiddel, de kaapstaander. Dit is een ankerspil waarmee men aan boord van schepen ankers ophees. De verticale as werd rondgedraaid met duwbomen waaraan per boom meerdere mensen konden staan. De trikebal werd met behulp van de kaapstaander met touwen de helling opgetrokken.
Op de juiste plek aangekomen liet men de loop weer zakken en zette daar de vestingbok overheen. Met deze enorme hefbok werd de loop opgetild zodat er een affuit onder gereden kon worden. Loop zakken op het affuit, bevestigen en klaar: een compleet en vuurklaar kanon!

Na de trikebal en kaapstaander, is de vestingbok bijna gereed. Deze week werd hij op proef in elkaar gezet om de pas te meten. Komende weken de definitieve montage en schilderen en eind april hopen we de onthulling en demonstratie met alle werktuigen en de kanonniers van het museum te kunnen doen.

maandag 21 februari 2011

Klantvriendelijk moet je doen

Mooie ervaring vanmorgen. Ik moet mijn CV ketel laten controleren en wil er meteen een onderhoudscontract bij. Dat moment dat je 's ochtends opstaat en het steenkoud is, wil je liefst niet meemaken en als het al zo is, zo snel mogelijk verhelpen!

Dus ik navraag doen en Googelen op CV service en via mijn energieleverancier kan dat met een servicecontract. Op internet ingevuld dus. Een paar dagen later valt er een brief in de bus met de mededeling dat er vijf dagen later een monteur op de stoep zal staan, tenzij ik bel voor een andere afspraak. Hmmmmm, daar begint het al. Geen aanhef in de brief van "fijn dat u bij ons klant wilt worden" of zoiets. Hoe obligaat zo'n aanhef ook is, het valt je wel erg op als die er niet boven staat. Dan meteen de mededeling dat de controle 40,- euro gaat kosten en als de ketel te oud is alleen een uitgekleed contract mogelijk is.
De brief vervolgt met de mededeling dat ik de afspraak voor aankomende woensdag moet bevestigen door te bellen en tevens als ik de afspraak wil verplaatsen. Het is deze week Voorjaarsvakantie en ik ben er niet, dus bellen.

"Nee meneer, ik kan de afspraak niet wijzigen of annuleren, de monteurs die over de afspraak gaan zijn vandaag vrij en ik kan niet in hun schema wijzigen. U moet morgen dan maar even terugbellen". Grrrrrrrrrrr.

Veel van geleerd weer. Onze bevestiging voor boekingen van groepsbezoek, rondleidingen en kinderfeestjes nog eens even tegen het licht houden, zijn we wel vriendelijk naar onze bezoekers? Ook in die standaardbrieven?
Kan de telefoonprocedure beter? Maak het mogelijk dat alle medewerkers een reservering kunnen plaatsen, al is het maar in optie zodat iemand anders later kan terugbellen voor de bevestiging.
Museumbezoek is een luxe, dat moet zo soepel mogelijk gaan. Het turquoise gevoel van Hostmanship moet de ervaring kleuren van bezoeker en medewerker.

woensdag 9 februari 2011

"Het Garnizoen", vorm en inhoud voor het vestingverhaal

Waag Society uit Amsterdam is een mooie club, ze werken voor ons aan de beleving van de geschiedenis van de vesting en vanmorgen kreeg ik het eindrapport van driekwart jaar onderzoek, brainstormen, veel koffie, fact-finding bij de buren en veel heen en weer gooien van gedachten en ideeën.



Hoe maak je nu het dagelijks leven in zo'n gezapig garnizoensstadje als Naarden in 1900 beleefbaar, boeiend en ook reflectief voor je bezoekers? Er gebeurde immers niks in die fin die siècle periode?!
Niets is minder waar als je de artikelen leest die historicus Corstiaan Prince voor de experience schrijft, na maanden research in uiteenlopende archieven en bronnen. Het borrelt en bruist onder dat ogenschijnlijk zo vredige en gezapige oppervlak van Naarden. Sociale onrust tussen de rangen en standen, tussen burger en militair; wrijving tussen religie en socialisme, tussen burgerlijkheid en drank; vernieuwingsdrang bij jonge officieren en behoudzucht bij de oudere sergeanten. Gooi daar nog eens een bezoekje van heldhaftige Boeren uit Zuid-Afrika tegenaan, onze 'neven' die dapper standhouden tegen de macht van het Britse Rijk, en je krijgt een gistende mix die van alle kanten bruikbaar is voor een Vesting-beleving in het museum.
We zijn net honderd jaar verder in de tijd, toch lijkt de afstand tot het huidige leven bijna onvoorstelbaar groot en is het nu net de kunst die afstand voor het publiek beleefbaar, inzichtelijk en begrijpelijk te maken. De verwondering over de toen zo alledaagse zaken die nu zo gewoon zijn en ook andersom zet (naar ik hoop) de bezoeker aan het denken. In mijn ogen is het mooie van geschiedenis dat het je perspectief op je eigen leven kan geven. Daar is het verhaal van een gewoon stadje, met gewone mensen in een heel gewoon, rustig jaar, uitstekend geschikt voor.

En laat Waag nou net de partij zijn die daar met verve mee aan de slag is gegaan. De combinatie van zo'n inhoudelijk scenario met vormgeving en interactieve elementen die aansluiten bij de monumentale vestingelementen als kazernes, remises, kazematten en poternes, geeft het vertrouwen dat we niet alleen een mooi nieuw Vestingmuseum kunnen neerzetten, maar ook een museum dat op een leuke en spannende manier inhoud kan geven aan het museumbezoek.
De vesting Naarden is het waard bewaard te worden en dat kan pas als je het verhaal van dit enorme monument, met die wonderlijke vormen en onderdelen, hebt leren kennen.

zondag 30 januari 2011

Never waste a good crisis

Een gevleugelde uitspraak van de Amerikaanse econoom Milton Friedman en zeer van toepassing op het culturele veld dezer dagen.
Helemaal compleet is de quote als volgt: "Only a crisis, real or perceived, produces real change. When that crisis occurs, the actions that are taken depend on the ideas that are lying around. That, I believe, is our basic function: to develop alternatives to existing policies, to keep them alive and available until the politically impossible becomes politically inevitable".

Dat is een gedachte die momenteel regelmatig door mijn hoofd speelt. Is er nu (al) een crisis in/bij/met het museum? Een economische en politieke crisis zeker...... Of is dat ook ingebeeld? De economie lijkt weer aan te trekken en de politieke crisis.... er vinden nog geen straatgevechten plaats in Den Haag.
Maar echt of ingebeeld, het gevoel van crisis is er wel degelijk en dus lijkt daar het moment om Friedman te volgen in zijn stelling en nu plannen te ontwikkelen die bij het uitbreken van de crisis gebruikt kunnen worden.
Voor het Vestingmuseum wil dat zeggen het vinden van alternatieve inkomstenbronnen voor (een deel van) de gemeentelijke subsidie, het ontwikkelen van een geheel andere kijk op het fenomeen 'museum' in een vestingstad als Naarden en een andere benadering van de toeristische markt.


En gek genoeg is dat nog leuk om te doen ook! Althans, het bedenken van die alternatieven. Ze moeten uitvoeren is weer een ander verhaal, daar zijn we (nog) niet aan toe.

Waar denken we aan? Je moet wel bij het hart van je museumideaal blijven: het tonen, uitleggen en beleven van een vesting. Naast verbeteren van bestaande producten, kan je nieuwe producten bedenken en slimmer gaan werken.
Zo kan je de bestaande museumactiviteiten extra lading en beleving meegeven met nieuwe media (QR codes, Layar, Augmented Reality en dergelijke), kan je nieuwe toeristische museum- of vestingbelevingen opzetten (steppen rond de vesting bijvoorbeeld), nieuwe gerelateerde producten aan het museum of de vesting koppelen (een vestingbierbrouwerij?), strategische samenwerkingsvormen zoeken (welke Hogeschool wil een eigen museum als leerwerkbedrijf?) en nieuwe markten aanboren (hoe krijg je de buitenlandse toerist naar Naarden?).

Nu is de tijd om die plannen te maken en we zijn er al mee begonnen. Komende weken vinden meerdere verkenningen en gesprekken op deze gebieden plaats.
BOGLUP (de verhuizing en heroriëntatie van het Vestingmuseum) blijft het hart van het Vestingmuseum, maar wat we de komende jaren rond dat nieuwe museum zien ontstaan is een boeiende ontdekkingsreis.

zaterdag 8 januari 2011

Meedenken zet aan tot gedachten

Wat hebben we toch veel forten in Nederland, het moeten er alles bij elkaar wel honderden zijn. Zo ook in de Stelling van Den Helder. Een verdedigingslinie rond de belangrijkste marinehaven van het land, aangelegd vanaf het einde van de 18e eeuw en doorontwikkeld tot aan de Eerste Wereldoorlog.
Al dat erfgoed ligt dan eind 20e eeuw onbeheerd en liefdeloos in het land, wie doet er wat mee? Vanaf 1989 is dat de Stichting Stelling Den Helder en die maken dan nu ook volop plannen om goede bestemmingen voor de forten te vinden.
Naast de bestuurders en projectleider zijn ook enkele ervaringsdeskundigen uit de museumwereld en het erfgoedveld gevraagd mee te denken en zo zaten we afgelopen woensdag voor de derde maal bijeen om ons daarover te buigen.
Na anderhalf uur vergaderen (in de bomvrije vergaderruimte van het Vestingmuseum) liepen we om de zinnen te verzetten even een rondje door de kazematten van het museum. Daar ontstond veel discussie over de tentoonstelling, niet dat men die slecht vond, in tegendeel, wel dat hij de aandacht behoorlijk wegtrok van het gebouw en de originele 17e eeuwse gangen.
Gek genoeg kwam als één van de sterke punten van dit soort gebouwen naar voren dat ze leeg en ruïneus zouden moeten zijn, hoe meer spullen je erin stopt, hoe meer sjeu en sfeer eraf gaat! Het mooiste vond men dan ook de luistergang, een 65 meter lange doodlopende gang, alleen verlicht met wat blauwe uplights en voorzien van een indringende soundscape.
Heel terecht werd mij dan ook de vraag gesteld waarom we in 2007 - 2009 het hele museum hebben heringericht met een nieuwe vaste tentoonstelling? Was het niet beter geweest het juist helemaal leeg te halen en de 17e eeuwse situatie te herstellen?
En als je de foto's van lege forten bekijkt snap je die vraag wel, de spanning hangt daar bijna letterlijk in de lucht.
Als we in februari weer teruggaan naar Den Helder en ook een aantal van de andere forten gaan bekijken (Dirks Admiraal, Westoever, Harssens) ben ik met die wetenschap benieuwd naar mijn bezoekervaring.
Als je als bezoeker in maart in Naarden komt en de boel is leeg, dan weet je waar die gedachten vandaan zijn gekomen.

Foto's: Paul Dijkstra