De vraag of het acceptabel is om een aantal mensen binnen de publieke omroep salarissen te betalen die ver boven de Balkenende norm liggen, is er een over kwaliteit en schaarste in het publieke domein.
Op zich is het prima dat mensen met talenten die schaars zijn en waar veel vraag naar is, ook veel mogen vragen voor het aanwenden van hun talenten. Dat zie je dagelijks in de betaalde voetballerij, bij acteurs, autocoureurs en topmensen in het bedrijfsleven. De markt bepaald de vraag en daarmee een bijpassende beloning.
In de actuele discussie over salarissen van een aantal presentatoren en omroepmensen die binnen het publieke bestel werken, gaat het echter vooral over de vraag of vanuit het algemeen belang (de Nederlander als belastingbetaler) zulke salarissen acceptabel zijn.
In een veelheid aan sectoren die zich ook geheel of gedeeltelijk binnen dat publieke domein bevinden, werken vele mensen met een bovengemiddeld talent die de keuze hebben gemaakt dat werk te doen voor een goed, maar niet overdadig salaris. Zo heeft een officier van justitie de keuze om buiten het Openbaar Ministerie in de advocatuur te gaan werken en daar een wellicht veel hoger salaris te gaan verdienen en dat doen sommigen van hen ook, maar anderen maken een afweging de publieke zaak te willen dienen en nemen genoegen met een lagere beloning.
Iets soortgelijks gaat op voor vliegers bij de Luchtmacht. Die kunnen bij de KLM of een andere luchtvaartmaatschappij gaan vliegen tegen een aanzienlijk hoger salaris en toch kiezen veel Luchtmachtvliegers ervoor in hun F-16, Hercules of Apache te blijven vliegen omdat werken bij de Luchtmacht hen een ander soort voldoening geeft.
Zo zou je de beloningen binnen de Publieke Omroep ook kunnen zien. Als salarissen daar binnen de grenzen van de Balkenende norm blijven, hebben presentatoren de keuze naar de commerciële omroepen te gaan en daar een vrije markt salaris te verdienen. De vraag is of ze dan de programma's mogen of kunnen maken die binnen het publieke bestel mogelijk zijn, maar dat is dan de afweging die zij moeten maken. Opmerkingen dat ze zich “opstoken voor de publieke zaak” zijn mijns inziens lichtelijk overdreven. Menig (semi) ambtenaar werkt voor heel wat minder geld en in minder 'leuke' beroepen en stookt zichzelf aardig op voor de publieke zaak, zoals bijvoorbeeld leraren of brandweermensen. Bovendien hoeven die presentatoren niet binnen dat publieke bestel te werken, ze zijn vrij om naar de commerciële collega's te gaan.
“Maar dan verliezen we al dat talent bij de publieke omroep!” Dat lijkt een heel valide argument, toch vraag ik me af hoeveel opkomend talent er niet klaar staat om de vrijgekomen plaatsen in te nemen. Het zou me verbazen als er geen mensen met talent te vinden zijn die binnen het publieke bestel willen werken voor een 'publiek' salaris. Binnen eerder genoemde sectoren als het Openbaar Ministerie, Defensie of in een sector als de museumwereld (mijn eigen werkveld) werken zeer capabele en soms zelf bovenmatig getalenteerde mensen die tevreden zijn met een heel redelijk (en soms zelf een onredelijk) salaris.
Je zou zelfs kunnen redeneren dat de duurbetaalde presentatoren als een soort 'stop' fungeren binnen de publieke omroep. Aanstormend talent krijgt doordat er aan de top geen doorstroming is, minder ruimte om te laten zien wat ze kunnen. En als die talenten weer vinden dat ze zo uniek geworden zijn dat ze buiten het normale salarishuis betaald moeten gaan worden, kunnen ook zij kiezen voor voortzetting binnen een commerciële carrière.
De vraag is dus of onze omroep, onze televisiewereld zoveel armer zou worden met salarissen binnen de Balkenende norm.
woensdag 27 mei 2009
maandag 25 mei 2009
Naarden, fotostad
Elke twee jaar is Naarden even het foto-middelpunt van Nederland. Dan speelt zich binnen de wallen van Naarden het "Foto Festival Naarden" af, een evenement waarbij overal in de stad fotografie te zien en te beleven valt.
Het Vestingmuseum heeft de afgelopen aflevering (2007) als onderdeel van het officiële festival meegedaan, nadat het in 2005 onderdeel van het OFF (niet officiële) festival was.
Gedurende de maand van het festival bezoeken zo'n 40.000 fotoliefhebbers de vesting en voor het Vestingmuseum is het ook een leuke opsteker om daarvan zo'n 2.500 tot 3.000 bezoekers binnen te halen met een foto-tentoonstelling.
Jammer genoeg konden we dit jaar geen deel uit maken van het echte Foto Festival Naarden omdat de organisatie had besloten het festival kleiner te maken en anders te organiseren.
Niet getreurd en met drie foto-exposities in huis hebben we toch heel wat aardigs in huis voor de fotoliefhebber: fotoclub Argentum uit het Gooi met overzichtswerk van hun leden met een nieuwe blik op Naarden, guerrilla galerie SEELEVEL uit Amsterdam met een expositie van jonge fotografen en een expositie van Anneloes Bakker die vorig jaar een opdracht van het museum had gekregen om details van de vestingwerken vast te leggen onder de titel "Up close and personal".

Op 16 mei, een dag na de opening van het "echte" Foto Festival ging ook ons drieluik open, een erg gezellige bijeenkomst.
Jammer genoeg begon diezelfde dag al de grote verwarring bij het fotominnend publiek omdat voor hen niet duidelijk is wat bij het officiële festival hoort en wat bij het OFF, niet officiële, deel.
Bij het Vestingmuseum moet je gewoon een entreekaartje kopen (5,50 voor volwassenen) en krijgen de houders van een Foto Festival passepartout een royale korting van 3 euro naar een entreeprijs van 2,50! Toch is er veel onduidelijkheid en onbegrip bij het publiek. Van de 85 bezoekers op die eerste zaterdag gaan er zeker 65 mopperend weer weg "nu hebben we al veel geld voor een passepartout betaald (35,- euro voor de maandkaart en 15 euro voor een dagkaart) en dan moeten we hier weer betalen". Vanuit het publiek gezien begrijpelijk, vanuit het gezichtspunt van het museum ook. Ook hier moet de schoorsteen roken en om nu de festivalbezoekers voor niks naar binnen te laten.............
Om de festivalbezoekers tegemoet te komen hebben we nu maar besloten de passepartouthouders voor 1 euro toe te laten en dat zorgde meteen voor een ommekeer in de verhoudingen. Nu komt 80% van de festivalbezoekers (soms nog mopperend over die ene euro) wl binnen en draait nog maar 20% om. En ja, 80 x 1 euro is nog altijd meer dan 20 x 2,50...........
Toch blijft het onbevredigend en hoop ik dat we voor het Foto Festival 2011 een afspraak in Naarden kunnen maken om alle locaties die meedoen aan het Festival voor passepartouthouders vrij toegankelijk te kunnen maken.
Als je Naarden als gastvrije fotostad wilt aanprijzen is zoiets zeker van belang.
Het Vestingmuseum heeft de afgelopen aflevering (2007) als onderdeel van het officiële festival meegedaan, nadat het in 2005 onderdeel van het OFF (niet officiële) festival was.
Gedurende de maand van het festival bezoeken zo'n 40.000 fotoliefhebbers de vesting en voor het Vestingmuseum is het ook een leuke opsteker om daarvan zo'n 2.500 tot 3.000 bezoekers binnen te halen met een foto-tentoonstelling.
Jammer genoeg konden we dit jaar geen deel uit maken van het echte Foto Festival Naarden omdat de organisatie had besloten het festival kleiner te maken en anders te organiseren.
Niet getreurd en met drie foto-exposities in huis hebben we toch heel wat aardigs in huis voor de fotoliefhebber: fotoclub Argentum uit het Gooi met overzichtswerk van hun leden met een nieuwe blik op Naarden, guerrilla galerie SEELEVEL uit Amsterdam met een expositie van jonge fotografen en een expositie van Anneloes Bakker die vorig jaar een opdracht van het museum had gekregen om details van de vestingwerken vast te leggen onder de titel "Up close and personal".

Op 16 mei, een dag na de opening van het "echte" Foto Festival ging ook ons drieluik open, een erg gezellige bijeenkomst.
Jammer genoeg begon diezelfde dag al de grote verwarring bij het fotominnend publiek omdat voor hen niet duidelijk is wat bij het officiële festival hoort en wat bij het OFF, niet officiële, deel.
Bij het Vestingmuseum moet je gewoon een entreekaartje kopen (5,50 voor volwassenen) en krijgen de houders van een Foto Festival passepartout een royale korting van 3 euro naar een entreeprijs van 2,50! Toch is er veel onduidelijkheid en onbegrip bij het publiek. Van de 85 bezoekers op die eerste zaterdag gaan er zeker 65 mopperend weer weg "nu hebben we al veel geld voor een passepartout betaald (35,- euro voor de maandkaart en 15 euro voor een dagkaart) en dan moeten we hier weer betalen". Vanuit het publiek gezien begrijpelijk, vanuit het gezichtspunt van het museum ook. Ook hier moet de schoorsteen roken en om nu de festivalbezoekers voor niks naar binnen te laten.............
Om de festivalbezoekers tegemoet te komen hebben we nu maar besloten de passepartouthouders voor 1 euro toe te laten en dat zorgde meteen voor een ommekeer in de verhoudingen. Nu komt 80% van de festivalbezoekers (soms nog mopperend over die ene euro) wl binnen en draait nog maar 20% om. En ja, 80 x 1 euro is nog altijd meer dan 20 x 2,50...........
Toch blijft het onbevredigend en hoop ik dat we voor het Foto Festival 2011 een afspraak in Naarden kunnen maken om alle locaties die meedoen aan het Festival voor passepartouthouders vrij toegankelijk te kunnen maken.
Als je Naarden als gastvrije fotostad wilt aanprijzen is zoiets zeker van belang.
woensdag 6 mei 2009
Studenten aan het werk
Vandaag weer eens ervaren hoe ontzettend leuk het kan zijn om met studenten te werken en dan helemaal met studenten die bijna aan het einde van hun studie zijn gekomen en richting betaalde baan of eigen bedrijfje gaan. Zowel bij het Museum voor Communicatie als bij Aviod(r)ome als nu in het Vestingmuseum heb ik dat meegemaakt.
Zeker in het Vestingmuseum is het een combinatie die voor beide partijen goed uit kan pakken. De student krijgt een eerste (betaalde) opdracht die de start van een portfolio aan uitgevoerd werk kan zijn, hij krijgt heel veel vrijheid om zijn creativiteit de vrije loop te laten (juist omdat ik er bijna niks voor betaal kan en wil ik er ook niet teveel bovenop zitten), het museum krijgt een zeer gemotiveerde opdrachtnemer die geen uurtje-factuurtje werkt en voor dat alles hoeft het museum niet vreselijk diep in de buidel te tasten (wat hier ook niet kan, want er zit bijna niks in die buidel).
In 2006 maakte Arnoud een viertal 'soundscapes' (soort hoorspelen) die de bezoeker meenam langs een viertal diorama's in het museum. Ik had geen geld om daar hele fraaie (en ook heel kostbare) multimediapresentaties voor te laten maken. Daarbij is geluid een stuk goedkoper, zowel om te maken als qua apparatuur en minder onderhoudsgevoelig. Een ander groot voordeel van geluid is dat het je fantasie volgens mij beter prikkelt dan beeld. Bij geluiden ga je zelf beelden bedenken, als het beeld er al bij is hoef je dat dus niet meer te doen.
De vier hoorspelen die Arnoud maakte sloegen goed aan bij het publiek. Het is een soort soap in vier delen waarbij zich in de kruitkamer een explosie voordoet en de sergeant Pelder gewond raakt. Zijn collega's in het wachtlokaal vertellen elkaar erover en de adjudant van de kruitkamer moet bij de commandant op rapport komen. In het ziekenzaaltje bespreken de dokter en een verpleger de verwondingen van Pelder. Je kan zo een boel informatie kwijt zonder dat het als erg belerend overkomt en het nog grappig maken ook.
Het was Arnouds eerste klus na het afstuderen aan de HKU (Hogeschool Kunsten Utrecht) en het begin van zijn bedrijf "De Auditieve Dienst". De kosten voor het museum weet ik zo niet meer, maar ze voldeden helemaal aan de "Regel van 80-20" die ik graag hanteer in dit museum. Als ik voor 20% van de kosten van een regulier bedrijf, 80% van het resultaat van zo'n professioneel bedrijf krijg, ben ik zeer tevreden. In dit geval lag het zelfs meer naar de 90% resultaat denk ik.
Zo ook vanmiddag. Op bezoek kwamen Wouter en Freek, master en bachelorstudent van de HKA. In het kader van hun afstudeeropdrachten gaan ze voor het Vestingmuseum één of meer educatieve 'spellen' of ervaringen ontwerpen. Wouter heeft vorig jaar al veel sounddesign in kazemat W (over de Waterlinies) gedaan, tot meer dan volle tevredenheid van mijn kant en in de samenwerking met Freek kunnen ze beiden nog veel meer laten zien.
Eerder van de week stuurden ze me een document met een tiental concepten van zeer originele opstellingen die in welk topmuseum dan ook niet zouden misstaan. Over twee van de toppers hebben we vanmiddag gsproken, hoe ze die in de komende twee maanden gaan uitwerken in een prototype. Als dat blijkt te werken in het huidige vestingmuseum, kunnen we voor het nieuwe vestingmuseum (klaar in 2011 - 2012?) een prachtig vormgegeven exemplaar bouwen.
Omdat het allemaal nog in de ontwerpfase is en natuurlijk zeer geheim, kan ik niet meer dan een tipje van de sluier(s) oplichten. Er komt een opstelling waarin het publiek kan meebeslissen over de ontwikkeling van Naarden in de 16e, 17e, 18e, 19e en 20e eeuw. Hoe neem je verstandige beslissingen? En wat zijn de consequenties daarvan voor de bevolking? Dat alles doen ze ook nog op basis van democratische principes en voila! daarmee je krijgt een exhibit die historische lessen leert en ook nog maatschappelijk van belang is.
Het meest plezier heb ik zo'n middag nog van de discussies over functie en taak van musea en welke rol dit soort exhibits, experiences, opstellingen en gadgets daarin kunnen en moeten (moeten?) spelen. Moet een museum altijd "leuk" zijn is zo'n punt waarover we het hebben. "Als het je maar iets doet" was mijn conclusie en hoeft en mag het soms zelfs niet leuk zijn. Wat de discussie vanmiddag overigens wel was.
Zeker in het Vestingmuseum is het een combinatie die voor beide partijen goed uit kan pakken. De student krijgt een eerste (betaalde) opdracht die de start van een portfolio aan uitgevoerd werk kan zijn, hij krijgt heel veel vrijheid om zijn creativiteit de vrije loop te laten (juist omdat ik er bijna niks voor betaal kan en wil ik er ook niet teveel bovenop zitten), het museum krijgt een zeer gemotiveerde opdrachtnemer die geen uurtje-factuurtje werkt en voor dat alles hoeft het museum niet vreselijk diep in de buidel te tasten (wat hier ook niet kan, want er zit bijna niks in die buidel).
In 2006 maakte Arnoud een viertal 'soundscapes' (soort hoorspelen) die de bezoeker meenam langs een viertal diorama's in het museum. Ik had geen geld om daar hele fraaie (en ook heel kostbare) multimediapresentaties voor te laten maken. Daarbij is geluid een stuk goedkoper, zowel om te maken als qua apparatuur en minder onderhoudsgevoelig. Een ander groot voordeel van geluid is dat het je fantasie volgens mij beter prikkelt dan beeld. Bij geluiden ga je zelf beelden bedenken, als het beeld er al bij is hoef je dat dus niet meer te doen.
De vier hoorspelen die Arnoud maakte sloegen goed aan bij het publiek. Het is een soort soap in vier delen waarbij zich in de kruitkamer een explosie voordoet en de sergeant Pelder gewond raakt. Zijn collega's in het wachtlokaal vertellen elkaar erover en de adjudant van de kruitkamer moet bij de commandant op rapport komen. In het ziekenzaaltje bespreken de dokter en een verpleger de verwondingen van Pelder. Je kan zo een boel informatie kwijt zonder dat het als erg belerend overkomt en het nog grappig maken ook.
Het was Arnouds eerste klus na het afstuderen aan de HKU (Hogeschool Kunsten Utrecht) en het begin van zijn bedrijf "De Auditieve Dienst". De kosten voor het museum weet ik zo niet meer, maar ze voldeden helemaal aan de "Regel van 80-20" die ik graag hanteer in dit museum. Als ik voor 20% van de kosten van een regulier bedrijf, 80% van het resultaat van zo'n professioneel bedrijf krijg, ben ik zeer tevreden. In dit geval lag het zelfs meer naar de 90% resultaat denk ik.
Zo ook vanmiddag. Op bezoek kwamen Wouter en Freek, master en bachelorstudent van de HKA. In het kader van hun afstudeeropdrachten gaan ze voor het Vestingmuseum één of meer educatieve 'spellen' of ervaringen ontwerpen. Wouter heeft vorig jaar al veel sounddesign in kazemat W (over de Waterlinies) gedaan, tot meer dan volle tevredenheid van mijn kant en in de samenwerking met Freek kunnen ze beiden nog veel meer laten zien.
Eerder van de week stuurden ze me een document met een tiental concepten van zeer originele opstellingen die in welk topmuseum dan ook niet zouden misstaan. Over twee van de toppers hebben we vanmiddag gsproken, hoe ze die in de komende twee maanden gaan uitwerken in een prototype. Als dat blijkt te werken in het huidige vestingmuseum, kunnen we voor het nieuwe vestingmuseum (klaar in 2011 - 2012?) een prachtig vormgegeven exemplaar bouwen.
Omdat het allemaal nog in de ontwerpfase is en natuurlijk zeer geheim, kan ik niet meer dan een tipje van de sluier(s) oplichten. Er komt een opstelling waarin het publiek kan meebeslissen over de ontwikkeling van Naarden in de 16e, 17e, 18e, 19e en 20e eeuw. Hoe neem je verstandige beslissingen? En wat zijn de consequenties daarvan voor de bevolking? Dat alles doen ze ook nog op basis van democratische principes en voila! daarmee je krijgt een exhibit die historische lessen leert en ook nog maatschappelijk van belang is.
Het meest plezier heb ik zo'n middag nog van de discussies over functie en taak van musea en welke rol dit soort exhibits, experiences, opstellingen en gadgets daarin kunnen en moeten (moeten?) spelen. Moet een museum altijd "leuk" zijn is zo'n punt waarover we het hebben. "Als het je maar iets doet" was mijn conclusie en hoeft en mag het soms zelfs niet leuk zijn. Wat de discussie vanmiddag overigens wel was.
Abonneren op:
Posts (Atom)