dinsdag 26 januari 2010

Opnieuw.............. studentenwerk

Ik heb al eens eerder geschreven hoe leuk het kan zijn om met studenten te werken. Dat werd vorige week weer onderstreept bij de oplevering van de Personal Museum Guide door een zestal studenten van Fontys Hogeschool in Venlo. Zij doen een master in SOFA (software factory) en hebben een programma geschreven waarmee het Vestingmuseum in de toekomst op de nieuwe locatie Bastion Oranje een innovatieve 'museale meemaking' kan bouwen. Een eerdere groep studenten heeft in 2009 de hardware van het concept getest en laten zien dat het werkt. Deze jongens hebben hart en longen voor het systeem gemaakt, software waarmee je leven in de oude gebouwen kan brengen.

Die meemaking zal het hart van het nieuwe museum worden. Een (inter)actieve wandeling door het leven van militairen in een vestingstad als Naarden rond 1900. Als soldaat, sergeant, kapitein, wasvrouw, commandantsvrouw of met een neutrale rol (waarin je alleen feitelijke informatie krijgt) wandel je straks door het bastion en maakt mee wat die personen toen meemaakten. Het gebouw 'weet' waar je bent en wie je bent en reageert met bij jouw rol horende teksten en beelden. Zo loop je straks letterlijk door de geschiedenis en krijgt die geschiedenis een gezicht en naam. Niet alleen krijg je feitelijke informatie over de ruimten waarin je loopt, ook persoonlijke elementen van het soldatenleven zijn er een onderdeel van; sociale verhoudingen, rangen en standen, wat ze in hun vrije tijd deden, wat ze aten en hoe ze dat vonden......... in de vorm van een museaal toneelstuk waarin je zelf meespeelt.
Hoeveel dichter kan je op het verleden komen?

Het mooie was dat de studenten meer gemaakt hebben dan waarom ik gevraagd had. Ze hebben het idee een stap verder meegenomen, niet alleen een actieve respons op de bezoeker maar zelfs interactiviteit met beeld, geluid en andere fysieke handelingen als input hebben ze in hun software gestopt.


Een goed voorbeeld is een exhibit waarin je als bezoeker als soldaat op wacht moet gaan staan in een wachthuisje. Wachtlopen lijkt wel spannend en leuk, maar als je dat week in, week uit moet doen en er is nooit iets aan de hand, dan is dat behoorlijk vervelend en frustrerend, het soldatenbestaan in vredestijd in een notendop. In de meemaking weet het systeem wie je bent en als je bij het wachthuisje komt, krijg je bevel erin te gaan staan, op wacht. Je krijgt dan te horen dat je niet mag bewegen en bewegingsloos moet blijven staan (wie heeft nooit de schildwachten bij Buckingham Palace gezien?). Bewegingssensoren in het wachthuisje zien of je inderdaad de voorgeschreven drie minuten stil blijft staan (en dan is drie minuten erg lang hoor!). Doe je dat niet en beweeg je te vroeg, dan krijg je op je donder van de drilsergeant. Blijf je netjes staan, krijg je na drie minuten een compliment en kan je verder gaan. En natuurlijk moeten alleen soldaten op wacht staan; sergeanten, officieren en dames lopen natuurlijk geen wacht.


De volgende stap is het werkende concept nu verder te ontwikkelen tot een uitvoerbaar plan, met een inhoudelijke component (welke verhalen willen we vertellen) en een uitvoerinsgcomponent (hoe kunnen we dit systeem ook daadwerkelijk bouwen). Een spannende tocht door (deels) onbekend terrein. Maar met creatieve studenten als die uit Venlo komen we zeker een heel eind!

woensdag 13 januari 2010

Vestingmuseum 2.0 of het plan met de moeilijke naam.......

Vandaag een klein succesje gevierd: de plannen voor de realisatie van een nieuw Vestingmuseum zijn formeel van start gegaan!

Werkend in het Vestingmuseum sinds 2004 werd het mij in de loop van de jaren steeds duidelijker dat het een prachtig museum in misschien wel de mooiste en gaafste vestingstad van Nederland is, maar dat het museum ook onder een heleboel beperkingen opereerde: geen beste ligging binnen de vesting, een erg lastig terrein voor minder mobiele bezoekers, geen aansprekend front of 'smoel' voor het museum, (te) weinig ruimte voor zaken als kantoren, opslag, depot, wisseltentoonstellingen, verhuurlocatie, werkplaats en dergelijke.
Eerst probeer je die beperkingen binnen de begrenzingen van het bestaande museum te verhelpen: een nieuwe plek voor de entree, verplaatsing van het museumcafé en -winkeltje naar een betere locatie, een aantrekkelijker activiteitenprogramma, meer/betere/slimmere marketing en uiteindelijk de complete vernieuwing van de museale presentatie!
Dat helpt wel........wat, maar blijft uiteindelijk toch aanmodderen in de marge.
De enorme terugval in bezoekcijfers tussen begin jaren '90 (ruim 50.000) en 2004 (zo'n 21.000) kon daarmee wel gestopt worden (nu zitten we weer op een 24.500 bezoekers). En ook de financiële positie van het museum die zo'n terugloop van bezoekers met zich brengt (we verdienen 60% van de museuminkomsten uit entreegelden, activiteiten en koffie/winkelverkopen) hebben we kunnen verbeteren, maar, zoals gezegd, het blijft relatief marginaal.

Wat bracht ons tot het ambitieuze (sommigen zeggen: waanzinnige ;-) plan om het museum te willen verplaatsen naar een andere locatie binnen de vesting?
Dat had alles te maken met een groeiend besef bij de eigenaar-beheerder van de vestingwerken, de Rijksgebouwendienst (RGD), dat er meer met de vesting gedaan zou kunnen worden. Traditioneel was de RGD een stenenstapelaar (zoals een van hun medewerkers het noemde): vielen ze om, stapelden ze ze weer op. Maar wat je er daarmee deed was niet aan de RGD maar aan de gebruikers en huurders van die stenen.
De RGD steekt bijna 50% van haar monumentebudget, nodig voor het onderhoud van zo'n 100 monumenten in het hele land, in die ene vesting: Naarden! En daar komen dan maar een kleine 25.000 mensen jaarlijks van genieten, in het vestingmuseum.
Een wat scheve situatie die in 2007 in contrast kwam te staan met het bezoek van een aantal Deense vestingsteden aan Naarden. De Denen lieten zien hoe de Deense rijksoverheid in samenwerking met gemeenten en lokale instellingen als musea en historische verenigingen, veel meer "maatschappelijk rendement" uit hun vestingen weet te halen.
Dat was een eye-opener voor zowel de RGD als de gemeente Naarden en het vestingmuseum. Voor de RGD was het aanleiding een nieuwe beheers- en gebruiksvisie voor de vesting te gaan schrijven.

Dit gegeven was bij mij in het hoofd blijven woelen en rond de kerstdagen van 2007 schreef ik vanuit die woelerigheid een plan om het museum te verhuizen naar Bastion Oranje (Bo), de Gele Loods (Gl) en de Utrechtse Poort (Up). Plan BoGlUp.



Daarin zou de prachtige Utrechtse Poort uit 1877, met een schitterende façade en strategisch gelegen op de toeristische route binnen de vesting, de trekker, het gezicht en de entree van het nieuwe museum vormen. De naastgelegen Gele Loods, een houten genieloods van 45 meter lang bij meer dan 5 meter breed, vormt de eerste bezoeklocatie en vormt een logische verbinding voor de bezoeker vanuit de Utrechtse Poort richting Bastion Oranje. Bastion Oranje tenslotte beschikt over veel interessante en veelzijdig inzetbare gebouwen. Een presentatieketen die vrijwel alle tekortkomingen van de huidige museumlocatie verhelpt en zelfs mogelijkheden schept voor verdergaande inhoudelijke ontwikkeling (waarover in een later blog meer).

Met instemmend enthousiasme van het bestuur benaderde ik daarop een bevriende tekenaar die het plan in een aantrekkelijke artist-impression wist te gieten:


Op 28 februari 2008 had ik de man van de RGD die Naarden in portefuille had op de koffie gevraagd en legde hem de tekening en het plan voor: "Marcel, ik heb een nogal wild plan en hoor graag je reactie".
Die reactie was heel positief en vandaar zijn we vertrokken in het omzetten van visie naar plan en vandaar naar realisatie. De eerste stappen zijn vandaag gezet. Een formele in het tekenen van een samenwerkingsovereenkomst tussen de RGD en de gemeente Naarden en een praktische in het indienen van de aanvraag bouwvergunning voor de restauratie van de Utrechtse Poort door de RGD. Dat is nog geen twee jaar na het op tafel leggen van een wild idee. Dat is snel voor dit soort projecten en vooral te danken aan het enthousiasme van zowel de RGD als de gemeente.

We zijn er natuurlijk nog lang niet en af en toe heb ik best de shakes als ik denk aan alles wat er nog op ons af gaat komen. Maar "who dares, wins" en Naarden en het museum zijn het waard om prominent en prachtig in beeld te komen.................. en te blijven!