vrijdag 29 april 2011

Mag het een miljoentje minder zijn?

Als je het gisteren uitgekomen advies van de Raad voor Cultuur leest, gaan de culturele instellingen in Nederland zware tijden tegemoet.
Miljoenen bezuinigen in de diverse sectoren en ook de museumsector zal haar steentje bij moeten dragen. Om even bij de musea te blijven, wat het effect van die maatregelen zal zijn is nog onbekend, maar verschraling van het aanbod mag verwacht worden. Miljoenen aan subsidies weghalen bij de musea kan niet zonder gevolgen blijven.
Naast de subsidiekortingen, speelt nog een ander gevaar, de bezuinigingen die de huisbaas van veel musea, de Rijksgebouwendienst, moet doorvoeren. Veel musea zijn gehuisvest in rijksmonumenten in rijksbezit, het Rijksmuseum als meest in het oog springende voorbeeld. Daarnaast zijn dat oa. bijvoorbeeld het Scheepvaartmuseum in Amsterdam, Huis Doorn, Slot Loevestein, het Muiderslot en ook het Vestingmuseum in vesting Naarden dat als geheel onder de RGD valt.

Welke gevolgen bezuinigingen en veranderend beleid bij de RGD zal hebben is nog niet bekend, maar dat er gevolgen zullen zijn, mogen we gevoegelijk aannemen.
De kortingen aan de subsidiekant zullen moeten worden opgevangen door snijden in de kosten en verwerven van extra inkomsten, of door het maken van rigoreuze keuzes. Hoeveel volkenkundige musea kunnen er zijn? Hebben we twee nationale scheepvaartmusea nodig? Bij de defensiemusea is zo'n clustering al in gang gezet, Land-, Luchtmacht en (deels) Marinemuseum gaan samen in een nationaal defensiemuseum in Soesterberg.
Voor sommige musea zouden de bezuinigingen wel eens een blessing in disguise kunnen zijn. Je kan ook teveel subsidie hebben (hoewel geen museum dat natuurlijk toe zal geven) en teveel geld maakt lui. Als je veel minder gaat krijgen, moet je de boel wel opschudden en een andere, meer ondernemende manier van werken doorvoeren. Je kan wel voor elke tentoonstelling een nieuwe ontwerper inhuren en nieuw tentoonstellingsmeubilair laten maken, of dat de kwaliteit van de tentoonstelling altijd verhoogt en meer publiek aantrekt is nog maar de vraag. En in heel wat kelders van musea liggen pallets met catalogi die bij een expositie gedrukt zijn en nooit verkocht.

Er zullen zelfs instellingen zijn die voordeel kunnen hebben van de bezuinigingen. Musea geheel zonder subsidie of met een zeer geringe bijdrage (Singer Laren, Aviodrome Lelystad bijvoorbeeld) zijn al gewend heel bedrijfsmatig te werken en als de entreeprijzen bij anderen erg oplopen, worden zij relatief goedkoper en aantrekkelijker.
Aan de huisvestingskant spreekt de Raad voor Cultuur van overdracht van eigendom. In eigen beheer kan een museum wellicht efficiënter en beter aansluitend op eigen wensen opereren. Dat is een aspect waar ook het Vestingmuseum mee te maken zou kunnen krijgen. Regionaal en thematisch zouden we daar in kunnen samenwerken; regionaal zijn er vrij veel forten, kastelen en vestingwerken die met gelijksoortige beheer- en onderhoudsvragen zitten en zijn er organisaties die hierin juist veel expertise hebben. Ik denk dan aan de Stichting Herstelling die onderhoud op de forten van de Stelling van Amsterdam doet en bijvoorbeeld de Stichting Stadsherstel Amsterdam.

Wat er de komende maanden ook gaat gebeuren, het zijn boeiende tijden in de cultuursector en wie weet geeft de komende jaren de BV Vestingmuseum wel aandelen uit om het bedrijf te financieren en zijn mergers en acquisities in de museale sector heel normaal geworden! Vijandige overnames deden we overigens eeuwen geleden ook al, maar toen noemden we dat een veldslag of een beleg en werd een stad of kasteel gewoon ingenomen en geplunderd. Interessante vorm van collectieverwerving overigens.

donderdag 7 april 2011

Nadenken over de toekomst van het verleden


Agenda 2026, hoe ziet museumland er in 2026 uit? Ver weg denk je dan in eerste instantie, maar is dat wel zo? Vijftien jaar vanaf nu, hoe zag 1996 er ook alweer uit? Dat lijkt opeens niet zo ver terug! Internet kwam aarzelend op, de eerste museumwebsites werden geopend, mobiele telefoons ontstegen het koelkastkarakter, collectieregistratie met computers begon.......... Achterom kijkend is alles logisch en verklaarbaar, maar hoe zit dat vooruitkijkend?

Dat is de opzet van Agenda 2026 waarin de Museumvereniging met experts en leden een verkenning doet van de nabije toekomst en hoe het veld daarop zou moeten anticiperen.
Met 15 collega museumdirecteuren en medewerkers van de Museumvereniging zelf gingen we daar gistermiddag de discussie over aan in het Geldmuseum in Utrecht. We bespraken drie van de zes thema's die als relevant en invloedrijk zijn aangemerkt: vermindering subsidies, ontwikkeling Randstadmetropool en groei internationaal cultuurtoerisme.

Misschien wel de belangrijkste conclusie was dat het zinloos is om beleid te maken dat exact op die ontwikkelingen moet passen, de werkelijkheid zal toch net weer even anders zijn dan de aannames van nu. De onderlegger van professionalisering en een mentaliteitsverandering die het mogelijk maakt om snel en adequaat in te spelen op verandering en daar zakelijk mee om te gaan, leek waardevoller.

Dat kan in de vorm van een MBA voor de museumwereld en dan meer een Museum Business Academy waar zakelijke bedrijfsvoering centraal staat, uiteraard met een schuin oog op de beheerstaak die musea hebben. Hoewel, zelfs dat kwam ter discussie te staan! Moeten we niet veel verder ontzamelen? En hoe gaan we om met een mogelijke sanering van het veld als musea gedwongen zijn de activiteiten te beëindigen?

Food for thought. Mooi van de digitale agenda is dat je lekker ver vooruit kan werken: ik heb voor 6 april 2026 al in de agenda gezet om te kijken wat er van de visie die we nu hebben op 2026 is uitgekomen!

dinsdag 5 april 2011

Mooiste museum-entree van Nederland!

Beetje wishful thinking mag toch wel? Op alle fronten werkt men hard aan de oplevering van de Utrechtse Poort: betonnen vloeren zijn gestort, met daarin een spaghetti aan verwarmings- en elektraleidingen, het tegelwerk schiet al aardig op, de schilder is met de ramen en kozijnen begonnen, het straatwerk ligt alweer dicht nadat mantelbuizen en leidingen van de ene naar de andere kant van de Poort zijn gebracht.




Met architect André Hoek overleg ik hoe we het lokaal van de wachtcommandant zo gaan inrichten dat als je door de Poort loopt, je de indruk krijgt dat de commandant je zal aanspreken. Maarten Brouwer, bouwhistoricus van de RGD, laat zien waar oorspronkelijk de wanden van de cellen hebben gestaan. De sporen zijn nog op het gewelf te zien en we gaan die met een licht kleurtje accentueren om de bouwhistorie zichtbaar te maken.

De interieurbouwers van Marques zagen en timmeren aan de balie, de gebogen folderrekken die met de gebogen wanden mee zullen lopen en aan de golvende wanden van de Waterliniepresentatie. Met state of the art LED spots van Erco zal het er prachtig uit zien!
Nog een maand en dan gaat in het ene onderkomen het Bezoekerscentrum Naarden (en VVV-agentschap) open en in het andere het Informatiecentrum Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het moet de opmaat zijn om over een paar jaar de entree van het Vestingmuseum te huisvesten als het nieuwe museum haar plek in de Gele Loods en op/in Bastion Oranje heeft gekregen.
Bekijk de oudste foto van de Utrechtse Poort van Jacob Olie uit eind 19e eeuw eens, je moet het toch met me eens zijn dat we dan in de verkiezing van de mooiste museum-entree van Nederland hoge ogen gaan gooien!