zaterdag 10 oktober 2009

Collectiebeheer

Een gesprek met de collectiebeheerder van het Legermuseum eerder deze week deed me weer eens beseffen hoe kwetsbaar (technische) musea zijn in hun collectiebeheer.
Geen wet zoals de Archiefwet die ervoor zorgt dat collecties in Nederlandse musea zorgvuldig bewaard worden. Het is helemaal afhankelijk van het individuele museum of er veel geld, menskracht en tijd naar collectiebeheer gaat. Het vervelende van collectiebeheer is dat het niet erg flashy is, het dagelijks werk aan historische voorwerpen niet sexy genoeg om een minister een lintje voor te laten doorknippen zoals dat bij mooie en spectaculaire tentoonstellingen of nieuwe gebouwen wel het geval is.
En toch, zonder restauratoren, behoudsmedewerkers en collectiebeheerders geen prachtige schilderijen om naar te kijken, geen restauratie van vervallen transportmiddelen en een groot verlies aan (technische) kennis over het gebruik van die zaken in het verleden.

Nu beperkt mijn kennis zich tot technische- en transportmusea, maar de situatie binnen die musea is niet erg vrolijkstemmend. Als ik zie hoeveel kennis op dat gebied de afgelopen jaren verdwenen is en nauwelijks vervangen.........
En het lijkt zo makkelijk, zeker in musea met technische collecties. Ach, een monteur is wel te vinden en wat krom is buig je recht, wat verveloos is geef je een kwastje en het staat er weer glimmend en glanzend bij. Helaas, was het maar zo makkelijk. Want, is die verveloze locomotief nog voorzien van de originele verflaag? Wat voor verf was dat? Zijn de gebruikssporen niet een onderdeel van het verhaal van die locomotief? En dat gat in dat jachtvliegtuig, is dat een gat vanwege slecht onderhoud? Of is het er in 1943 ingeschoten? En moet je het dan repareren of niet? En als je het gaat repareren, welke technieken gebruik je dan en welke (hedendaagse) materialen? Een vakgebied vol valkuilen en morele dilemma's.
Het mooiste (of beter, slechtste) voorbeeld is de collectie vliegtuigen in het Legermuseum in Brussel. Na afloop van de Eerste Wereldoorlog zijn die vliegtuigen rechtsstreeks van het slagveld het museum in gereden en door geldgebrek is er vrijwel niets aan die toestellen gedaan. Ze waren weliswaar in slechte staat, maar wel volkomen origineel, qua verf, kleuren en insignes, materiaal ed. Prachtige tijdmachines die vol zaten met informatie over die periode uit de geschiedenis.
Een paar jaar geleden kwam ik er weer eens en schrok bij het zien van totaal 'gerestaureerde' toestellen, glimmend en glanzend onder de spotlights. Op mijn vraag hoe dat was gekomen, gaf de conservator vol trots antwoord dat ze nu eindelijke geld hadden gekregen en alle toestellen volledig gerestaureerd hadden! Er was helaas weinig origineels meer aan de toestellen te ontdekken.
Helemaal erg is het als zo'n historisch object weer vlieg-, vaar of rijklaar gemaakt gaat worden. Weliswaar kan je het dan weer in de habitat zien waarvoor het gemaakt is, vanwege visuele en veiligheidseisen is dan helemaal alle originaliteit eruit gehaald en erger nog, zijn zaken toegevoegd die er origineel nooit in gezeten hebben.

De collectiebeheerder van het Legermuseum kwam met een mooi voorstel om bij alle aankopen voor musea meteen een bedrag mee te financieren dat is een restauratiefonds zou gaan waarvan het toekomstige beheer en behoud van het voorwerp betaald kan worden. Gevaar van zo'n aanpak is natuurlijk dat er een aantrekkelijke pot geld ontstaat om uit te graaien voor meer visuele zaken in het museum.
Tijd voor een echte museumwet misschien?

dinsdag 6 oktober 2009

Van oude dames en verhalen van Indië

Vandaag samen met filmmaker Fred Pelder een interview gedaan met mevrouw Huizer.
Eerder schreef ik al over het Project Tarakan , een onderzoeksproject naar de restanten van het erfgoed van de Tweede Wereldoorlog op het eilandje Tarakan aan de oostkust van Borneo.

Mevrouw Huizer woonde daar van 1936 - 1938 met haar man die genieofficier was en haar vader die toen administrateur was van de BPM (nu Shell) op Tarakan.
Ze vertelde ons van het leven op zo'n eilandje, van de rangen en standen die toen nog sterk van toepassing waren, van het feit dat vrouwen niets in te brengen hadden en van de eentonigheid van het dagelijks leven in die kleine gemeenschap.
Veel kon ze ons niet vertellen over de toenemende spanning in de oost, behalve dat men die telkens wel voelde als weer een Japanse tanker het eiland aandeed om olie te laden.
Toch vonden wij het een bijzonder gesprek omdat ze heel goed in staat was het gevoel van leven in Indië op ons over te brengen. Je weet wel veel van die feiten omdat je erover gelezen hebt, maar door ze nu van een 93-jarige dame die indringend kan vertellen uit haar eigen mond te horen, laat het duidelijk tot leven komen.

Samen met het historisch beeldmateriaal dat we bij Beeld en Geluid hebben gevonden en de films die Fred in Tarakan heeft gemaakt van alle nog resterende verdedigingswerken, kunnen we een goed beeld schetsen van de geschiedenis van Tarakan in oorlogstijd en dit eind van het jaar via een website publiceren.