vrijdag 29 oktober 2010

Feest van de gemiste kansen

Laat ik vooropstellen dat het altijd makkelijk is kritiek te hebben op een ander, makkelijker dan kritiek aan te horen over je eigen instelling.

Dan kunnen we nu verder gaan.

Afgelopen week was ik met het gezin naar de Bataviawerf, om hen een beetje te laten ervaren wat ik straks een maand ga zien op zee: masten, touwwerk, blokken en kanonnen (nee, dat laatste hoop ik toch niet). De golven, eindeloze zee en het geslinger moesten ze er zelf maar bij denken.
De Batavia is en blijft natuurlijk een fantastisch project; een zo nauwkeurig mogelijke reconstructie van een 17e eeuws VOC schip dat in tien jaar tijd door zo'n 1.000 mensen is gebouwd, deels als arbeids-reïntegratieproject.
Zeker als je ook het verhaal van de schipbreuk van de originele Batavia kent, met de ramp, moord- en doodslag op de eilanden voor de kust van Australië en de tocht van de schipper naar Batavia met een open sloep. Materiaal waar zo een speelfilm in zit!
Het tweede project staat al weer enige jaren op stapel op de werf: de Zeven Provinciën, ooit het vlaggenschip van Michiel de Ruyter.


Het schip zelf is nog steeds indrukwekkend, zeker als je je een voorstelling kan maken van storm en zeegang, windstiltes, gebrekkig eten, ontbrekende hygiëne, en dat alles met 340 mensen aan boord die opeengepakt op dit schip naar Indië voeren!

Het probleem als bezoeker aan de werf ontstaat als je je van het bovenstaande geen voorstelling kan maken. Dan is de werf (zeker op de dag dat wij er waren) nogal doods. Nauwelijks mensen aan het werk aan de Zeven Provinciën, een persoon in de houtsnijwerkplaats, niemand in de smidse of touw- en blokmakerswerkplaats.
Aan boord van het schip zelf waren wel gidsen actief voor groepen bezoekers, wij zijn echter zelf rond gegaan. En dan mis je aan boord wel veel toelichting. Ik kon vanuit mijn achtergrond wel wat vertellen, maar ook niet alles. Nauwelijks verklarende teksten, geen plaatjes of video's, nauwelijks inrichting of inventaris aan boord.
Dat noem ik dan een feest aan gemiste kansen. Want de Batavia Werf heeft toch goud in handen met zo'n schip en met het gruwelijke verhaal van de stranding. Ook een organisatie met zeer beperkte middelen moet toch in staat zijn schip en werf tot leven te laten komen. Alleen al met het inrichten van het schip: hoe sliepen de matrozen? Wat voor kleding droeg men aan boord? Wat stond er op het menu? Wat voor lading nam de Batavia mee naar Indië en wat was men van plan mee terug te nemen? Hangmatten, bakskisten, mokken en bestek, kleding, ballastblokken, specerijen. Dat alles brengt toch vorm, kleur en geur aan boord en is vrij makkelijk te maken of te organiseren.

Droeviger nog vond ik het feit dat we na de Batavia nog even naar het Instituut voor Scheepsarcheologie wilden, een luttele 100 meter naast de werf.

Geen bordje te vinden dat je die kant op wijst, geen fatsoenlijk wandelpad. Daar aangekomen is de ingang niet te vinden, nergens een welkomstbord. We moeten letterlijk door de bagger ploeteren om binnen te komen. Eenmaal binnen is wat er ontbreekt in de Batavia hier allemaal te vinden; alles wat er aan lading, uitrusting en persoonlijke bezittingen van zeevarenden aan boord te vinden is.
Het is zo voor de hand liggend dat deze twee instellingen met elkaar verbonden zijn dat het werkelijk onbegrijpelijk is dat dat niet zo is. Dat is geen kwestie van geld, maar uitsluitend van energie en de wil om samen iets neer te zetten dat recht doet aan deze twee unieke maritieme collecties en instellingen.

Reflecterend naar het eigen museum zou het voor ons ook wel eens goed zijn als er collega's langs komen en hun observaties recht uit het hart met ons delen. Dat is niet altijd leuk om te horen, maar je leert zo weinig van de obligate opmerkingen "wat een leuk museum". Peer reviews, in de wetenschap een bekend fenomeen, zou ook een plaats kunnen krijgen in de museumwereld.

Voor nu even genoeg museummijmeringen. De Europa wacht!

zaterdag 16 oktober 2010

De mens lijdt het meest.......

......door het lijden dat hij vreest. Een bekend gezegde dat deze dagen zeker opgaat. Bezuinigingen bij de gemeenten (en ook de gemeente Naarden), cultuur onder vuur van de nieuwe regering, de economische crisis nog niet ten einde en ook ik voel me niet zo lekker.
Ongeveer die gevoelens bekruipen me regelmatig als ik met de (nabije) toekomst van het museum bezig ben. De gemeente Naarden heeft net een brief verstuurd waarin de dreiging voor 2011 - 2012 is uitgesproken. In 2011 de nullijn, maar in 2012 10% bezuinigingen en misschien wel alle kortingen bij één of meer instellingen. Een scenario zoals wat het Onderwijsmuseum in Rotterdam boven het hoofd hangt: afbouw van de subsidie tot nul in 2015.
Van de mensen van de Rijksgebouwendienst waar we voor het nieuwe Vestingmuseum nauw mee samenwerken, vrezen een forse inkrimping van de dienst, verschuiving naar een ander ministerie (dat is inmiddels BiZa geworden) en flinke kortingen op de budgetten. Welke gevolgen zal dat hebben voor ons project BOGLUP?

Ik zie nogal wat donkere wolken aan de horizon, maar is dat nu een kwestie van "lijden dat je vreest......." of moet ik me echt zorgen maken?
Cultuur en erfgoed is natuurlijk een kwetsbare sector, voor veel mensen een luxe die in tijden van crisis wel met wat minder toe kan. En dan hadden de meeste instellingen het om te beginnen al niet erg breed.
Tegelijk zien we het bezoek aan het Vestingmuseum elk jaar iets toenemen, kleine stapjes weliswaar, maar elk jaar 1 - 1,5% is toch een stabiele groei. De laatste twee jaar en ook dit lopende jaar zet, ondanks de crisis, de groei door. Zorgen om niets dus?

Het is meer de sfeer die me niet zo aanstaat. Cultuur neergezet als een elitair en kostbaar speeltje. En kijk eens naar wie het Vestingmuseum (en alle collega forten en kastelen in de regio) bezoeken, net geen dwarsdoorsnede van de Nederlandse samenleving, maar veel scheelt het niet.
De sfeer doet me denken aan de totalitaire uitspraak "als ik het woord cultuur hoor, grijp ik naar mijn pistool".
Het zijn juist onderwijs, cultuur en wetenschappen (niet toevallig die drie samen) die volgens mij de hoekstenen van onze moderne beschaving vormen. Terechte zorgen dus.