Posts tonen met het label musea. Alle posts tonen
Posts tonen met het label musea. Alle posts tonen

zaterdag 16 oktober 2010

De mens lijdt het meest.......

......door het lijden dat hij vreest. Een bekend gezegde dat deze dagen zeker opgaat. Bezuinigingen bij de gemeenten (en ook de gemeente Naarden), cultuur onder vuur van de nieuwe regering, de economische crisis nog niet ten einde en ook ik voel me niet zo lekker.
Ongeveer die gevoelens bekruipen me regelmatig als ik met de (nabije) toekomst van het museum bezig ben. De gemeente Naarden heeft net een brief verstuurd waarin de dreiging voor 2011 - 2012 is uitgesproken. In 2011 de nullijn, maar in 2012 10% bezuinigingen en misschien wel alle kortingen bij één of meer instellingen. Een scenario zoals wat het Onderwijsmuseum in Rotterdam boven het hoofd hangt: afbouw van de subsidie tot nul in 2015.
Van de mensen van de Rijksgebouwendienst waar we voor het nieuwe Vestingmuseum nauw mee samenwerken, vrezen een forse inkrimping van de dienst, verschuiving naar een ander ministerie (dat is inmiddels BiZa geworden) en flinke kortingen op de budgetten. Welke gevolgen zal dat hebben voor ons project BOGLUP?

Ik zie nogal wat donkere wolken aan de horizon, maar is dat nu een kwestie van "lijden dat je vreest......." of moet ik me echt zorgen maken?
Cultuur en erfgoed is natuurlijk een kwetsbare sector, voor veel mensen een luxe die in tijden van crisis wel met wat minder toe kan. En dan hadden de meeste instellingen het om te beginnen al niet erg breed.
Tegelijk zien we het bezoek aan het Vestingmuseum elk jaar iets toenemen, kleine stapjes weliswaar, maar elk jaar 1 - 1,5% is toch een stabiele groei. De laatste twee jaar en ook dit lopende jaar zet, ondanks de crisis, de groei door. Zorgen om niets dus?

Het is meer de sfeer die me niet zo aanstaat. Cultuur neergezet als een elitair en kostbaar speeltje. En kijk eens naar wie het Vestingmuseum (en alle collega forten en kastelen in de regio) bezoeken, net geen dwarsdoorsnede van de Nederlandse samenleving, maar veel scheelt het niet.
De sfeer doet me denken aan de totalitaire uitspraak "als ik het woord cultuur hoor, grijp ik naar mijn pistool".
Het zijn juist onderwijs, cultuur en wetenschappen (niet toevallig die drie samen) die volgens mij de hoekstenen van onze moderne beschaving vormen. Terechte zorgen dus.

dinsdag 20 april 2010

Leiderschap en intervisie

Cultureel Erfgoed Noord-Holland brengt een paar keer per jaar museumdirecteuren uit de provincie bijeen in de Gouden Zaal van Huis Barnaart in Haarlem om over verschillende onderwerpen te praten. Vorige week over leiderschap in musea, met inleidingen van Freek van Duijn en Margriet Kapteijns, beiden ervaren interimmers in de museum- en theaterwereld.
De geschetste theorie werd al snel gevolgd door voorbeelden uit de weerbarstige praktijk.
Problemen in de communicatie tussen bestuur en directie (de machtsvraag "wie is hier nu eigenlijk de baas?"), hoe stuur je eigenwijze vrijwilligers aan en hoe kijk je naar je eigen leiderschapsstijl.
Freek van Duijn was er vrij uitgesproken in: de cultuursector kent weinig goede directeuren. Volgens hem ligt de oorzaak in belangrijke mate bij gebrek aan scholing en de neiging conflicten binnen cultuurinstellingen weg te negeren.
Het was wel instructief te horen welke problemen in leiding geven en leiding krijgen (vanuit je bestuur) de collega's tegenkwamen. Veelal erg herkenbaar, zowel in je eigen dagelijkse praktijk als die uit het verleden.
Het meest waardevolle inzicht lag voor mij in het feit dat we in de museumwereld niet erg gewend zijn aan het met elkaar delen van die vragen en problemen. Vaak gaan (inderdaad) de koffiebijeenkomsten met collega directeuren over de successtory's, bezoekersaantallen, geld en geroddel.

Vandaar dat het pleidooi van Freek en Margriet voor serieuze intervisiebijeenkomsten van museumdirecteuren mijzelf en een aantal van de andere aanwezigen erg aansprak. Vooral nadat we zo'n intervisie hadden uitgetest op de casus van een van de aanwezigen, de directeur van een niet nader te noemen museum die in conflict lag met (een deel van) zijn bestuur over het beleid voor de toekomst. Mooi om te zien hoe Margriet ons bij de les moest houden en ons scherp op het feitelijke probleem zette omdat we al snel in vermeende zijsporen dreigden af te dwalen.
Een uurtje was duidelijk te kort om het probleem goed door te akkeren, maar smaakte wel naar meer!

Wellicht dat Cultureel Erfgoed Noord-Holland ons hierbij kan helpen met begeleiding en training, of we pakken het zelf op met een goeie gespreksleider.

woensdag 30 december 2009

Museum en Oorlog

Kort geleden kreeg ik een tot nadenken stemmende mail van een bezoeker over het fenomeen van het presenteren van oorlog in het museum.
Zij had zich geërgerd aan het ogenschijnlijke gemak waarmee we in het vestingmuseum oorlogsgeweld presenteren; geschiedenis, wapens en militaire techniek als vrij droge feiten tentoonstellen.

Dat is een probleem waar alle militaire musea mee worstelen.
Voor het Vestingmuseum gaat dat zeer zeker ook op. De vraag is, hoe eerlijk ben je naar je publiek toe? Breng je die onderdelen uit de geschiedenis in hun (soms) volle gruwelijkheid, dan loop je de kans dat het publiek naar en misselijk het museum verlaat.
Mag je dat je publiek aandoen? Meestal zijn het toch mensen die gewoon leuk een dagje uit zijn. Aan de andere kant, door het alleen maar bij de 'leuke' en 'mooie' kanten van het krijgsbedrijf te houden, schep je een vals beeld van de geschiedenis.
'Leuk' een kanon afschieten als demonstratie, maar daarbij niet vertellen wat zo'n kanonskogel met het menselijk lichaam deed? Een geweer met bajonet tentoonstellen, zonder toelichting op de verwondingen die een man tot man gevecht met koud staal oplevert?
Veel militaire musea blinken uit in het tonen van de techniek: zalen vol tanks, vliegtuigen, geweren, sabels en andere wapens en uniformen. Ze verhalen weliswaar wel van strijd, lijden en dood, vaak sneeuwt dat toch wat onder bij de hoeveelheid materieel erfgoed.

Hoe kan het dat we als publiek in staat zijn naar films als "Schindlers List" te kijken? Met alle gruwelen van de Holocaust. Of naar "Saving Private Ryan"? Met het bloedbad op D-Day in Normandië in full-colour op het filmdoek. Waarom lezen we boeken waarin alle details beeldend beschreven worden?
Zit dat verschil in de filmkeuring? Of in de keuzevrijheid om zo'n film niet te gaan bekijken en zo'n boek niet te lezen? Maar je hoeft toch ook niet naar een museum toe (behalve met school en dan zou juist het hele, complete, verhaal voorop moeten staan), dat is een vrije keuze net als het gaan naar de film of lezen van een boek.
Moeten musea vooral leuk en gezellig blijven?

Voor het nieuwe Vestingmuseum dat we in de periode 2010 - 2014 verwachten te ontwikkelen is het goed die vragen te stellen en de dilemma's van vertellen en presenteren onder de loep te nemen.
Gisteren was ik daarvoor in Ieper in het "In Flanders Fields Museum" dat bekend staat om de indringende manier waarop men de Eerste Wereldoorlog presenteert. Ik moet zeggen dat het mij wat tegenviel qua inleving en gevoel voor de mannen in de loopgraven. Veel teksten en foto's, vitrines met objecten, behoorlijke traditioneel qua tentoonstellen.
Wat op mij het meeste indruk maakte was een opstelling van gasmaskers waar om de paar minuten gas (rook) omheen opsteeg terwijl gedichten van Wilfried Owen en John McCrae werden voorgedragen:

'Gas! GAS! werd er gebruld. Als de donder rukten we
Die rotmaskers net op tijd over ons hoofd.
Een kreeg het niet voor elkaar
En krijste vertwijfeld als een dier in nood.
Vaag zag ik door mijn beslagen glazen, in een dichte waas
Als onder water in een snotgroene zee, hoe hij verzoop.

(Wilfried Owen: Dulce et decorum est)

De suggestie is soms sterker dan het werkelijke beeld.

Heel sterk hierin is het Museum Het Dolhuys in Haarlem, museum van de psychiatrie. Een mengeling van traditionele opstellingen met objecten en materialen uit de geschiedenis van de psychiatrie met de verbeelding van de levenswereld van de psychiatrische patiënt.
Het Dolhuys is geen 'leuk' museum, wel ontroerend, informatief en reflectief. Een museum dat je bijblijft.

Dat zou wel eens de richting van het verhaal van oorlog en vrede door de eeuwen heen in een vestingstadje als Naarden kunnen zijn..........

donderdag 19 november 2009

Fluisteren en vragen stellen

Vandaag een blog over een onderwerp dat (gelukkig) ver van het museumwerk afstaat, althans in het Nederland van vandaag.
Het onderwerp staat dan wel ver van het museum af, het roept wel op of een museum niet veel indringender vragen zou moeten stellen. Musea zijn bij uitstek plaatsen waar je zaken kan bekijken, waar zaken uitgelegd en toegelicht worden, maar of het ook plaatsen zijn waar heel expliciet vragen gesteld worden............?

De aanleiding ligt in het lezen van het boek "The Whisperers, Private Life in Stalin's Russia" van Orlando Figes, een soms letterlijk adembenemend boek over hoe gewone Russen overleefden (en heel vaak ook niet) in het Rusland van Stalin.
Verhaal na verhaal, voorbeeld na voorbeeld laat zien hoe het communistisch ideaal in de jaren na de geslaagde revolutie van 1917 naar de achtergrond verdwijnt en je, zeker na de machtsovername door Stalin, Rusland in een bedompt land van wantrouwen en intimidatie ziet veranderen. Om Rusland in die periode een politiestaat te noemen doet het systeem van angst en intimidatie tekort. Ik geloof dat zelfs het Nazibewind in Duitsland niet zo'n complete controle over haar burgers had. Zonder de gruwelen van de Gestapo te willen bagatelliseren, het Rusland van eind jaren '30 was zo doordesemd van afluisteren, informeren, spioneren, beschuldigen en bestraffen van Sovietburgers door andere Sovietburgers dat het nauwelijks is voor te stellen.
De geheime politie (NKVD) speelde een grote rol, maar toen het mechanisme van aangeven, beschuldigen, intimideren en verdachtmaken eenmaal goed was gaan rollen, werd het een zichzelf voedend monster. Er niet aan meedoen kon in veel gevallen betekenen dat jij blijkbaar niet oplettend genoeg was, dat jij niet bereid was spionnen en verraders, die wel in je omgeving actief moesten zijn, op te sporen en aan te geven. En dan werd je vanwege een gebrek aan activisme zelf opgepakt en afgevoerd. Damned if you do and damned if you don't, welke kant je ook opspringt, ze pakken je altijd. Ook en zelfs tegen je familie en kinderen kon je niet meer zeggen wat je dacht, omdat ze bewust of onbewust jou opmerkingen door konden geven of omdat de muren in Soviet communale woningen papierdun waren en je buren bereid waren je aan te geven om jouw, iets grotere appartement over te nemen. De Fluisteraars en zelfs fluisteren was soms al te luidruchtig. Honderdduizenden verdwenen in de Gulag, de strafkampen, honderduizenden werden vermoord en de Sovietpsyche was zodanig dat velen dachten dat alleen in hun geval een fout gemaakt was, al die anderen hadden blijkbaar iets gedaan waarvoor ze gestraft moesten worden.
Tot in de jaren '90 van de 20e eeuw durfden Russen hun kinderen en kleinkinderen niet te vertellen dat zij in een kamp hadden gezeten of zelf kinderen waren uit een zogenaamd anti-soviet gezin (Kulakken, Trotskyisten, Bourgeoisie), dat kon gevaarlijk zijn en hoewel het Sovietregime al jaren was verdwenen, je weet maar nooit of het niet terug zou komen............

Adembenemend en mindboggeling, ik schreef het al. Als je dat dan vergelijkt met de samenleving waarin wij nu leven, is dit een absolute hemel op aarde. Het begint pas voorstelbaar te worden als je je gaat voorstellen dat je je eigen familie niet kan vertellen dat je een hekel hebt aan Jan-Peter Balkenende, de maandenlange opbreking van je straat een brevet van onvermogen van de gemeente is, zelfs niet dat het Nederlandse onderwijssysteem beroerd is. Alles, zelfs de geringste kritiek of het kleinste ongenoegen kan zich tegen je keren.
En wat heeft een museum daarmee te maken? Zouden musea niet veel vaker vragen moeten stellen aan hun bezoekers? Zeker musea als het Vestingmuseum die oorlog en vrede tot onderwerp hebben, maar ook andere musea voor wie onze samenleving een gegeven is waar je (schijnbaar) nauwelijks over hoeft na te denken.
Laat niet alleen zien hoe het vroeger was, leg niet alleen uit waarom mensen toen bepaalde dingen deden, zet je bezoeker ook voor het blok, stel hem voor (morele) dilemma's die hem aan het denken zetten over fundamentele waarden.
Ik weet, het klinkt allemaal erg hoogdravend, maar ik ben ervan overtuigd dat je met herkenbare situaties dicht bij je publiek kan komen en hen die vragen kan stellen. "The Whisperers" staat vol met alledaagse, bijna banale, maar angstaanjagende voorbeelden. In zo'n situatie willen we niet terecht komen en musea kunnen daar wellicht een klein steentje aan bijdragen.