Werkend in het Vestingmuseum sinds 2004 werd het mij in de loop van de jaren steeds duidelijker dat het een prachtig museum in misschien wel de mooiste en gaafste vestingstad van Nederland is,
maar dat het museum ook onder een heleboel beperkingen opereerde: geen beste ligging binnen de vesting, een erg lastig terrein voor minder mobiele bezoekers, geen aansprekend front of 'smoel' voor het museum, (te) weinig ruimte voor zaken als kantoren, opslag, depot, wisseltentoonstellingen, verhuurlocatie, werkplaats en dergelijke.Eerst probeer je die beperkingen binnen de begrenzingen van het bestaande museum te verhelpen: een nieuwe plek voor de entree, verplaatsing van het museumcafé en -winkeltje naar een betere locatie, een aantrekkelijker activiteitenprogramma, meer/betere/slimmere marketing en uiteindelijk de complete vernieuwing van de museale presentatie!
Dat helpt wel........wat, maar blijft uiteindelijk toch aanmodderen in de marge.
De enorme terugval in bezoekcijfers tussen begin jaren '90 (ruim 50.000) en 2004 (zo'n 21.000) kon daarmee wel gestopt worden (nu zitten we weer op een 24.500 bezoekers). En ook de financiële positie van het museum die zo'n terugloop van bezoekers met zich brengt (we verdienen 60% van de museuminkomsten uit entreegelden, activiteiten en koffie/winkelverkopen) hebben we kunnen verbeteren, maar, zoals gezegd, het blijft relatief marginaal.
Wat bracht ons tot het ambitieuze (sommigen zeggen: waanzinnige ;-) plan om het museum te willen verplaatsen naar een andere locatie binnen de vesting?
Dat had alles te maken met een groeiend besef bij de eigenaar-beheerder van de vestingwerken, de Rijksgebouwendienst (RGD), dat er meer met de vesting gedaan zou kunnen worden. Traditioneel was de RGD een stenenstapelaar (zoals een van hun medewerkers het noemde): vielen ze om, stapelden ze ze weer op. Maar wat je er daarmee deed was niet aan de RGD maar aan de gebruikers en huurders van die stenen.
De RGD steekt bijna 50% van haar monumentebudget, nodig voor het onderhoud van zo'n 100 monumenten in het hele land, in die ene vesting: Naarden! En daar komen dan maar een kleine 25.000 mensen jaarlijks van genieten, in het vestingmuseum.
Een wat scheve situatie die in 2007 in contrast kwam te staan met het bezoek van een aantal Deense vestingsteden aan Naarden. De Denen lieten zien hoe de Deense rijksoverheid in samenwerking met gemeenten en lokale instellingen als musea en historische verenigingen, veel meer "maatschappelijk rendement" uit hun vestingen weet te halen.
Dat was een eye-opener voor zowel de RGD als de gemeente Naarden en het vestingmuseum. Voor de RGD was het aanleiding een nieuwe beheers- en gebruiksvisie voor de vesting te gaan schrijven.
Dit gegeven was bij mij in het hoofd blijven woelen en rond de kerstdagen van 2007 schreef ik vanuit die woelerigheid een plan om het museum te verhuizen naar Bastion Oranje (Bo), de Gele Loods (Gl) en de Utrechtse Poort (Up). Plan BoGlUp.
Daarin zou de prachtige Utrechtse Poort uit 1877, met een schitterende façade en strategisch gelegen op de toeristische route binnen de vesting, de trekker, het gezicht en de entree van het nieuwe museum vormen. De naastgelegen Gele Loods, een houten genieloods van 45 meter lang bij meer dan 5 meter breed, vormt de eerste bezoeklocatie en vormt een logische verbinding voor de bezoeker vanuit de Utrechtse Poort richting Bastion Oranje. Bastion Oranje tenslotte beschikt over veel interessante en veelzijdig inzetbare gebouwen. Een presentatieketen die vrijwel alle tekortkomingen van de huidige museumlocatie verhelpt en zelfs mogelijkheden schept voor verdergaande inhoudelijke ontwikkeling (waarover in een later blog meer).
Met instemmend enthousiasme van het bestuur benaderde ik daarop een bevriende tekenaar die het plan in een aantrekkelijke artist-impression wist te gieten:

Op 28 februari 2008 had ik de man van de RGD die Naarden in portefuille had op de koffie gevraagd en legde hem de tekening en het plan voor: "Marcel, ik heb een nogal wild plan en hoor graag je reactie".
Die reactie was heel positief en vandaar zijn we vertrokken in het omzetten van visie naar plan en vandaar naar realisatie. De eerste stappen zijn vandaag gezet. Een formele in het tekenen van een samenwerkingsovereenkomst tussen de RGD en de gemeente Naarden en een praktische in het indienen van de aanvraag bouwvergunning voor de restauratie van de Utrechtse Poort door de RGD. Dat is nog geen twee jaar na het op tafel leggen van een wild idee. Dat is snel voor dit soort projecten en vooral te danken aan het enthousiasme van zowel de RGD als de gemeente.
We zijn er natuurlijk nog lang niet en af en toe heb ik best de shakes als ik denk aan alles wat er nog op ons af gaat komen. Maar "who dares, wins" en Naarden en het museum zijn het waard om prominent en prachtig in beeld te komen.................. en te blijven!