
De middagzon schittert boven de paradijselijk zee, een licht briesje neemt zoete geuren over lichte golfjes mee van de wal waar palmbomen aan het strand meebuigen met de overheersende passaatwind. Dreigende zwarte kanonslopen steken over de borstwering van een fort van grote, gele, blokken zandsteen op een heuveltje bij de waterkant.
Nog wat onwennig op de eerste dag aan boord van
de bark Europa, een Hollandse driemaster in Braziliaanse wateren, klim ik in het want omhoog naar de ondermarsra. We hebben opdracht de seizingen los te maken zodat het voorondermarszeil gezet kan worden bij het lichten van het anker.
Terwijl we met vier man onder leiding van deckhand Jacky bezig zijn met de seizingen, schieten voor ons drie voorzeilen langs de stagen omhoog, pakken wind en begint de boeg langzaam naar bakboord te draaien.
Ratelend komt de ankerketting omhoog, onze Zuid-Afrikaanse matrozen Gerhard en Diven aan het ankerspil.
Links en rechts om me heen zie ik zeilen van hun ra's naar beneden vallen, lijnen schieten door blokken, aan dek klinken kreten "two - six, two - six!" waar de crew ritmisch vallen en geien doorzet. Op het achterdek kijkt kapitein Eric Kesteloo naar de verrichtingen van zijn (deels) kersverse bemanning. Stuurman Marteyn roept "roer naar 190 graden" naar de roerganger die het stuurwiel met kracht naar bakboord draait om het schip de baai van Salvador uit te sturen.

Onderdeks wast kok Rensje de eerste tonnen met zout scheepsvlees uit, bootsman Dan beklimt met een eindje touw in z'n handen de ladder naar het halfdek om de laatste man uit de mast met een paar welgemikte klappen op te wachten...........
Oh nee, zo ver ging de historische beleving gelukkig niet! Laat die laatste paar regels maar weg. Toch had ik absoluut het gevoel in een vroeger eeuw beland te zijn in het ankerop gaan en wegzeilen uit de prachtige baai van Salvador de Baiha, op weg naar Ushuaia in het onherbergzame Tierra del Fuego (Vuurland) aan de meeste zuidelijke punt van het Zuid-Amerikaanse continent.
In de vier weken die volgenden kwam dat historisch gevoel met regelmaat terug, vooral in het wisselende weer, de beleving van de verschillende kleuren en structuren van de zee, het zeilen en het werk aan boord. Het feit dat je meedraaide in de wacht en ik dus de eerste anderhalve week de hondenwacht 'moest' doen, van 00:00 tot 04:00 uur/12:00 tot 16:00 en dan soms in de kou en wind op het voordek op de uitkijk stond, maakte dat je een klein beetje kon invoelen hoe het op de zeilende vrachtschepen van de 19e eeuw geweest moest zijn. Voor mij was dat ook een van de redenen om zo'n zeilreis mee te willen maken. Na in studie en literatuur gelezen en geleerd te hebben over zeegeschiedenis in vele facetten, wilde ik dolgraag eens ondergaan hoe het er op zo'n zeilschip aan toe ging. Wel wetende dat deze reis nog maar een fractie van de ervaring van vroeger weer zou geven. Je kan nog een slag verder gaan door in te schepen op de schoenerbrik
Tres Hombres een zeilend vrachtschip dat zonder motor de wereldzeeën bevaart om 'fairtransport' te verzorgen, met alle originaliteit (en risico's) van dien.
We vonden het niet erg dat we in de verzorging aan boord van de Europa niet zover gingen als vroeger en dat onze hutten en kooien meer comfort en privacy boden dan de hangmatten in het vooronder van vroeger. Dat deel van het scheepsleven was compleet 21e eeuws.
Waar de Europa niets aan kan (en wil) veranderen is de onvoorspelbaarheid van het weer, de zee en de ervaringen van het zeilen met een dwarsgetuigd schip die dat met zich mee brengt.
Na acht dagen hondenwacht met slaapuurtjes overdag en de onwennigheid van het scheepsleven, raak je vermoeid en is het in de laatste roertorn zo makkelijk niet meer op koers te blijven. Overstag gaan met een vierkant getuigd schip is iets heel anders dan op een gewone zeilboot of -jacht.
De eerste tien dagen gleden bijna letterlijk voorbij in prachtig zonnig weer en lichte wind, met zelfs op een zondagmiddag zwemmen midden in een bladstille Atlantische Oceaan in water van 5.000 meter diep.

Een dag later werden we laat in de middag opeens getroffen door een Pampero, een plotselinge stormwind die over de pampa's van Argentinië komt aanwaaien. De vreemde, paddestoelachtige wolk was al even te zien geweest. Van het ene op het andere moment sloeg een wind van 50 knopen (10 Bf) met regen en bliksem toe en veranderde het genoeglijke zeilen in een hels (althans, voor ons als trainees die niets gewend waren) avontuur! Vrijwel de hele vaste bemanning schoot in klimharnassen omhoog om in de masten en op de ra's zeil in te nemen en op te binden. Aan de dek sjorden de trainees aan de lijnen om hen te helpen. Zo nu en dan gleed een van ons uit en verdween in het water dat door de gangboorden stroomde. Bewonderend keken we naar de crew die in de zwiepende masten als vliegen over de ra's hingen, tot op de draad natgeregend. Ik voelde me wat ongemakkelijk, een blik op kapitein Eric op het achterdek stelde me echter gerust. 's Nachts was de wind iets afgenomen (40 - 45 knopen), de zware zeegang maakte het leven er niet makkelijker op, de uitkijk tot een acrobatisch gebeuren, om over slapen in de slingerende kooi maar te zwijgen.
Een paar dagen later keken we naar een bijzondere film "Around the Horn" van de Amerikaanse zeeman Irving Johnson die in 1929 met de viermastbark Peking rond Kaap Hoorn zeilde in een storm met windkracht 12 Bf en de hele reis op film heeft vastgelegd. Dan pas besef je je hoe ver je van de historische realiteit afblijft aan boord van de Europa, maar ook hoe blij je daarom bent!
Wat wegvalt op de Europa is communicatie en informatie. Na enkele dagen cold turkey afkicken van GSM, MSN, iNet, SMS, Twitter en ook ouderwetse informatie als krant en TV, merk je dat je dat eigenlijk helemaal niet mist, dat het je ook niet echt kan boeien dat er nieuws is en dat we in een wereld van information overload leven. Heerlijk die rust!
Wat ik wel mis is post van huis. We hebben afgesproken maar één mail per week te sturen vanwege de hoge kosten van dataverkeer (elke Kb kost zo'n 1,75 euro) en dan blijkt het ouderwets fijn te zijn als iemand in het deckhouse tegen je zeg "Bas, there's mail for you" waarna je naar de bibliotheek in het achterschip snelt om die korte mail te gaan lezen, nog eens lezen en herlezen.

Zo zal het krijgen van post hebben gevoeld die in een haven op zeelui lag te wachten.
Na vier weken op zee komt dan op 27 november land in zicht. Op de vroege wacht van 04:00 tot 08:00 uur zie ik tegen half zes een donkere streep aan de horizon die bij het eerste licht Vuurland blijkt te zijn. Ruig, stijl, onherbergzaam en onbewoond, maar wel land. Een mooi moment om mee te maken. Die laatste twee dagen staat er weer een straffe, ruime wind van 35 - 40 knopen (8Bf). We lopen met 10 knopen straat LeMaire aan, de zeestraat die in 1616 door de Hollandse zeelieden LeMaire en Schouten werd ontdekt.Prachtig om die zeestraat door te varen, je schrap zettend aan het roer, over de golven surfend om dan aan het einde van de dag het Beagle Channel te bereiken, de doorvaart naar de Stille Oceaan die we tot Ushuaia hebben doorgevaren.

Met een dag motoren door het Channel komt er een einde aan een heel bijzondere reis en ervaring, waarin ik even heb kunnen meemaken hoe het is om een maand lang los van de rest van de wereld in een drijvende samenleving te leven. Je kan nog zoveel historische "experience" in een museum stoppen, het haalt het niet bij de zoute werkelijkheid van de South-Atlantic. Straks weer als schipper op de brug in Naarden de koers van het museum uitzetten. Ik hoop alleen niet dat het Vestingmuseum na zoiets al te saai is...........