Posts tonen met het label museum experience. Alle posts tonen
Posts tonen met het label museum experience. Alle posts tonen

zaterdag 18 september 2010

Experience, beleven, meemaken: de mantra's van het moderne museum

Deze weken staan in het teken van de mantra's van het museum van dit moment: meemaken, beleven, de experience. Gewoon door een museum lopen en naar de spullen ('objecten' in museumtaal) kijken die in vitrines staan is niet genoeg meer, hoewel de werkelijk iconische objecten in de wereld nog zonder 'beleving' lijken te kunnen.
Voor erfgoed zoals de Vesting Naarden en andere forten, maar ook voor musea zoals het Spoorwegmuseum, het Instituut voor Beeld en Geluid en in Engeland bijvoorbeeld het Jorvik Viking Centre in York


Afgelopen donderdag was ik gevraagd mee te kijken en te denken in de herontwikkeling van Fort Kijkduin in Huisduinen, bij Den Helder. Zo'n 15 jaar geleden is het fort gerestaureerd en ingericht als zee-aquarium en museum, met bovenop (onder de dakconstructie die refereert aan de beschermende zandlaag die de Duitsers erop hadden aangebracht) een restaurant. Begin jaren '90 werkte die combinatie goed en kwamen er zo'n 100.000 bezoekers, nu is het wat shabby en de brasserie van weleer (in de sfeer van Napoleon) is een wokrestaurant geworden.
Het fort is niet heel indrukwekkend, deels door het al genoemde dak, deels ook door de verzonken positie op het duin. Maar eenmaal binnen in het restaurant is het uitzicht overweldigend! Aan de zeekant zie je weer, wind en wolken boven de Razende Bol en wat verder weg Texel. Noordelijk Den Helder met scheepsbewegingen. Naar het zuiden lopen de duinen weg naar Petten en aan de landkant een mooi duingebied richting Schagen en het IJsselmeer. Het is alsof je in een levend en bewegend Panorama Mesdag staat.

Het is nog een historische plek ook, in augustus 1673 versloeg Michiel de Ruyter precies bij Kijkduin de gecombineerde Frans-Engelse vloot waarmee hij een invasie van de Republiek voorkwam en het voortbestaan van het land veilig stelde. In 1799 vond bij Callantsoog een Brits-Russische invasie plaats waarbij men Den Helder zonder tegenstand wist te veroveren. Om dit te verhinderen liet Napoleon bij Kijkduin het fort bouwen.
Al pratend over wat je met het fort kan en zou moeten doen, was het weer het toevoegen van elementen aan de al aanwezige indrukken van zeegezichten, landschap, weer en wind met projecties, geluid en misschien de geur van kruitdamp. We willen toch blijkbaar betekenis toevoegen aan wat er is.

Vanmiddag in het eigen museum ook weer gezien hoe zo'n levend museum toch blijkbaar de bezoeker aanspreekt. Vandaag was "De Grote Parade", een levend overzicht van militaire geschiedenis door de eeuwen heen, met mannen van Napoleon, schutters uit de Pruikentijd (zo 1792), een kapitein der artillerie van 1823 en de kanonniers van het Naardense 2e regiment Vestingartillerie. WOII werd ingevuld door de mensen van Keep Them Rolling met GMC trucks, Dodges en Jeeps en een wervingsonderofficier van de Landmacht vertegenwoordigde de moderne soldaat. Overal zie je bezoekers in gesprek met die ouwe soldaten. Dat dit werkt is duidelijk, maar hoe breng je het museum tot leven als deze re-enactors er niet zijn?

Ik ben dan ook benieuwd naar de brainstorm van aanstaande maandag, wanneer we met Waag Society geen praten over hoe en met welke technieken we het nieuwe Vestingmuseum beleefbaar kunnen maken voor de bezoeker. Een "museale meemaking" heb ik het al genoemd, om maar niet de woorden 'experience' en 'beleving' te hoeven gebruiken ;-)

Je ontkomt er bijna niet aan, hoe wil je anders de gebouwen in zo'n vesting uitleggen aan de bezoekers? En overal bordjes bij hangen is nu ook niet bepaald een fraai gezicht. Het is een glibberig pad dat we nog lang niet afgelopen zijn.

En hoewel het niks met het museum te maken heeft, kan ik het toch niet laten om hier wat te zeggen over mijn eigen experience die ik in november ga beleven! Al heel lang ben ik benieuwd naar het leven van de zeeman van weleer (dat krijg je ervan als je maritiem historicus bent), hoe dat nou was, weken op zee, met slecht weer, slecht voedsel en een tirannieke kapitein. Die laatste hoop ik niet mee te maken, maar het slechte weer en de weken op zee wel als ik 31 oktober aanmonster op de bark Europa


De ultieme experience (voor mij dan), 28 dagen op zee, van Salvador Brazilië naar Ushuaia op Vuurland, alleen maar zeemijlen maken op de Atlantische Oceaan. Als dat me niet leert hoe het is om te "ervaren met erfgoed" (want dat is de Europa toch ook), dan weet ik het niet meer.

maandag 16 augustus 2010

Wat je van ver haalt........

Het nuttige met het aangename vereniging, mooier is er bijna niet! Zo ook deze zomer met een bezoek aan de vestingstad Bitche en museumfort Simserhof in Elzas-Lotharingen.
Via via had ik gehoord van de multimediale tour door de citadel van Bitche en de ondergrondse rit met een treintje door Simserhof en met het oog op de plannen voor een interactieve vestingbeleving in het nieuwe Vestingmuseum leek het me goed eens te gaan kijken wat voor moois de Fransen voor hun bezoekers in petto hadden.
Alsdus togen we met z'n vijven via Trier en Saarbrücken naar Bitche, we waren daarvoor in de ideale bezoekerssamenstelling: gezin met twee volwassenen en drie kinderen van 9, 12 en 15.
De vesting van Bitche (in 1681 ontworpen door de beroemde Franse vestingbouwer Vauban) ligt indrukwekkend bovenop een stevige heuvel midden in het stadje, goed voor heel wat oh's en ah's als je uit de onringende bossen komt aangereden. Meteen door naar de parking en een stevige klim naar de entree. Daar krijgen we allemaal een koptelefoon die via infrarood de verhalen van de vesting aan ons zal brengen. En daar hebben we meteen de eerste tegenvaller te pakken; door de IR aansturing heb je geen enkele controle meer over het verhaal. Automatisch gaat ergens een stem tegen je praten terwijl je net in gesprek met elkaar was. De startpunten van de verhalen lopen ook niet synchroon en zo'n koptelefoon is bovendien behoorlijk heet als het zonnig zomerweer is! Nadat we via de poort de vesting binnen zijn gegaan, vervolgen we de tour in een gebouwtje waar het 'parcours cinematografique' gaat beginnen (wat kunnen de Fransen dat toch veel mooier verwoorden dan "multimedia beleving").
Het blijkt een speelfilm te zijn over het beleg van 1870 (Frans-Duitse Oorlog) waarin Bitche dapper stand hield tegen het Duitse leger, prachtig gemaakt, met veel oog voor detail en met een fors budget gezien het aantal acteurs, de special effects en de kwaliteit van het spel. Maar het is allemaal wel erg heftig! Een bajonetaanval waarbij je in beeld en geluid de bajonetten de buiken in en uit ziet en hoort gaan..........., behandeling van gewonden in de infirmerie waarbij benen worden afgezaagd en in een mand geworpen............ Dat gaat in de hele citadel zo door en niet iedereen trekt dat. De kinderen worden er naar van en ook volwassenen kijken niet allemaal de films uit. Bovendien maakt de insteek van een speelfilm dat je niet meer naar het gebouw en de prachtige ruimten kijkt, maar focust op de filmbeelden. Jammer want de citadel is schitterend gerestaureerd en uitgelicht. In de laatste zaal zie je hoe mooi en indrukwekkend het kan zijn als er alleen de aftiteling loopt, met sfeervolle klassieke muziek en uplights langs de pilaren van de zaal. Weer buiten aangekomen is de rest van de wandeling over de vesting een beetje een anticlimax. De IR gestuurde teksten zijn erg technisch en droog en doen geen gevoel voor de bebouwing ontstaan. Deze methodiek is het dus duidelijk niet voor mij. Het gebrek aan eigen regie van het bezoek breekt de waardering voor deze fantastisch mooie vesting op.

De dag erna gaan we naar fort Simserhof, het op drie na grootste fort van Maginotlinie. Ook hier een innovatieve en indringende beleving: een geautomatiseerd treintje brengt ons door een groot deel van het fort. Ook hier een film, maar omdat die een Polygoonachtige uitstraling heeft (documentair en niet verhalend) benadrukt die juist het fort en de gangenstelsels in plaats daarvan af te leiden. Het geluid in het dak van het treintje, niet via een koptelefoon, en de dynamische verlichting maken de rit sfeervol en toch informatief. Jammer dat met de Franse slag ergens halverwege de rit de taal opeens van Engels naar Duits gaat.
De erop volgende ouderwetse rondleiding te voet door een ander deel van het fort is goed en informatief, maar niet erg vernieuwend of spectaculair (hoewel dat natuurlijk ook niet altijd hoeft). Wel zijn we erg onder de indruk van het fort waar zo'n 876 man maandenlang op zo'n 30 meter diep onder de grond, op een terrein van bijna 45 hectare in een stelsel van kilometers lange gangen, woonden en werkten. Alle installaties, bedden, keukens en kookgerei, ziekenboeg, en dergelijke zijn nog compleet aanwezig en in prima staat wat het gevoel van hoe het moet zijn geweest om in zo'n fort geplaatst te zijn behoorlijk versterkt.

We hebben zelfs na de rondleiding van anderhalf uur al last van de "beton-blues" waar de militairen in de Maginotlinie last van kregen door het gebrek aan zonlicht en frisse lucht! Ook in Simserhof is duidelijk veel geld gestopt en dat vertaald zich in een bijzondere bezoekervaring.

Toch is voor mij duidelijk geworden dat niet alles wat je van ver haalt ook echt lekker hoeft te zijn. Zo'n bezoek laat soms juist heel duidelijk zien wat je niet moet willen..............