zaterdag 8 januari 2011

Meedenken zet aan tot gedachten

Wat hebben we toch veel forten in Nederland, het moeten er alles bij elkaar wel honderden zijn. Zo ook in de Stelling van Den Helder. Een verdedigingslinie rond de belangrijkste marinehaven van het land, aangelegd vanaf het einde van de 18e eeuw en doorontwikkeld tot aan de Eerste Wereldoorlog.
Al dat erfgoed ligt dan eind 20e eeuw onbeheerd en liefdeloos in het land, wie doet er wat mee? Vanaf 1989 is dat de Stichting Stelling Den Helder en die maken dan nu ook volop plannen om goede bestemmingen voor de forten te vinden.
Naast de bestuurders en projectleider zijn ook enkele ervaringsdeskundigen uit de museumwereld en het erfgoedveld gevraagd mee te denken en zo zaten we afgelopen woensdag voor de derde maal bijeen om ons daarover te buigen.
Na anderhalf uur vergaderen (in de bomvrije vergaderruimte van het Vestingmuseum) liepen we om de zinnen te verzetten even een rondje door de kazematten van het museum. Daar ontstond veel discussie over de tentoonstelling, niet dat men die slecht vond, in tegendeel, wel dat hij de aandacht behoorlijk wegtrok van het gebouw en de originele 17e eeuwse gangen.
Gek genoeg kwam als één van de sterke punten van dit soort gebouwen naar voren dat ze leeg en ruïneus zouden moeten zijn, hoe meer spullen je erin stopt, hoe meer sjeu en sfeer eraf gaat! Het mooiste vond men dan ook de luistergang, een 65 meter lange doodlopende gang, alleen verlicht met wat blauwe uplights en voorzien van een indringende soundscape.
Heel terecht werd mij dan ook de vraag gesteld waarom we in 2007 - 2009 het hele museum hebben heringericht met een nieuwe vaste tentoonstelling? Was het niet beter geweest het juist helemaal leeg te halen en de 17e eeuwse situatie te herstellen?
En als je de foto's van lege forten bekijkt snap je die vraag wel, de spanning hangt daar bijna letterlijk in de lucht.
Als we in februari weer teruggaan naar Den Helder en ook een aantal van de andere forten gaan bekijken (Dirks Admiraal, Westoever, Harssens) ben ik met die wetenschap benieuwd naar mijn bezoekervaring.
Als je als bezoeker in maart in Naarden komt en de boel is leeg, dan weet je waar die gedachten vandaan zijn gekomen.

Foto's: Paul Dijkstra

woensdag 15 december 2010

Een papierloos museum

Veelbelovende titel hè? Helemaal papierloos zal wel een illusie blijven, maar er behoorlijk in snijden moet lukken!

Sinds een kleine week ben ik de gelukkige bezitter van een iPad en naast alle andere redenen die ik had bedacht om er een te kopen (geen e-reader meer nodig, agenda en mail bij de hand, werken kan voortaan op de bank en presentaties kan je snel en makkelijk showen) kwam daar gisteren het papierloos werken bij. Er stond een vergadering van het Regionaal Bureau voor Toerisme Gooi- en Vecht op het programma, met een aanvangstijd van 08.00 uur. Bij de mail met uitnodiging zaten zo'n zeven bijlagen met stukken waaronder dikke beleidsplannen en voorbeelden van brochures, deels in full colour. Ik zat er een beetje mee om dat allemaal te gaan printen, in de wetenschap dat je er tijdens de vergadering misschien maar zeer ten dele naar kijkt. Op de laptop lezen kan natuurlijk, maar die zet je niet zo makkelijk voor je neer tijdens een vergadering en in het voorbereiden van een vergadering thuis is een laptop op schoot ook niet direct ideaal (ik weet het, dat is maar een luxe probleem).
De iPad bleek een uitkomst te zijn! Gisteravond kon ik rustig op de bank zittend alle stukken lezen en aantekeningen maken (zou er al een app zijn die je toestaat schrijvend met je vinger als met een soort potlood bij de stukken notities te maken?). Die aantekeningen maakte ik nog maar in een opschrijfboekje, heen en weer gaan tussen diverse apps leek me nog wat veel van het goede.
Bij de vergadering vanmorgen was de iPad helemaal ideaal. De mail met alle stukken had ik opgestart en bij het betreffende agendapunt hoefde ik alleen maar op de bijlage te klikken om het stuk te openen en (waar van toepassing) in kleur te bekijken en te lezen. Dat scheelde heel wat papier, printen en nieten en zorgt voor veel gemak tijdens de vergadering als je niet door alle stukken heen hoeft te bladeren (het is ook veel stiller dan al dat geritsel van papier ;-)
Als ik dat bij alle vergaderingen voor het museum ga doen, scheelt dat al snel vele honderden of meer printjes. Bestanden opslaan op Dropbox en je kan altijd en overal documenten openen en bewerken.

Nu nog alle bezoekers verplichten zo'n ding mee te nemen en je hoeft alleen nog maar content aan te leveren, de hardware voor tekst, geluid en video neemt de bezoeker zelf mee.

dinsdag 7 december 2010

Zeepost


De middagzon schittert boven de paradijselijk zee, een licht briesje neemt zoete geuren over lichte golfjes mee van de wal waar palmbomen aan het strand meebuigen met de overheersende passaatwind. Dreigende zwarte kanonslopen steken over de borstwering van een fort van grote, gele, blokken zandsteen op een heuveltje bij de waterkant.
Nog wat onwennig op de eerste dag aan boord van de bark Europa, een Hollandse driemaster in Braziliaanse wateren, klim ik in het want omhoog naar de ondermarsra. We hebben opdracht de seizingen los te maken zodat het voorondermarszeil gezet kan worden bij het lichten van het anker.
Terwijl we met vier man onder leiding van deckhand Jacky bezig zijn met de seizingen, schieten voor ons drie voorzeilen langs de stagen omhoog, pakken wind en begint de boeg langzaam naar bakboord te draaien.
Ratelend komt de ankerketting omhoog, onze Zuid-Afrikaanse matrozen Gerhard en Diven aan het ankerspil.

Links en rechts om me heen zie ik zeilen van hun ra's naar beneden vallen, lijnen schieten door blokken, aan dek klinken kreten "two - six, two - six!" waar de crew ritmisch vallen en geien doorzet. Op het achterdek kijkt kapitein Eric Kesteloo naar de verrichtingen van zijn (deels) kersverse bemanning. Stuurman Marteyn roept "roer naar 190 graden" naar de roerganger die het stuurwiel met kracht naar bakboord draait om het schip de baai van Salvador uit te sturen.
Onderdeks wast kok Rensje de eerste tonnen met zout scheepsvlees uit, bootsman Dan beklimt met een eindje touw in z'n handen de ladder naar het halfdek om de laatste man uit de mast met een paar welgemikte klappen op te wachten...........

Oh nee, zo ver ging de historische beleving gelukkig niet! Laat die laatste paar regels maar weg. Toch had ik absoluut het gevoel in een vroeger eeuw beland te zijn in het ankerop gaan en wegzeilen uit de prachtige baai van Salvador de Baiha, op weg naar Ushuaia in het onherbergzame Tierra del Fuego (Vuurland) aan de meeste zuidelijke punt van het Zuid-Amerikaanse continent.
In de vier weken die volgenden kwam dat historisch gevoel met regelmaat terug, vooral in het wisselende weer, de beleving van de verschillende kleuren en structuren van de zee, het zeilen en het werk aan boord. Het feit dat je meedraaide in de wacht en ik dus de eerste anderhalve week de hondenwacht 'moest' doen, van 00:00 tot 04:00 uur/12:00 tot 16:00 en dan soms in de kou en wind op het voordek op de uitkijk stond, maakte dat je een klein beetje kon invoelen hoe het op de zeilende vrachtschepen van de 19e eeuw geweest moest zijn. Voor mij was dat ook een van de redenen om zo'n zeilreis mee te willen maken. Na in studie en literatuur gelezen en geleerd te hebben over zeegeschiedenis in vele facetten, wilde ik dolgraag eens ondergaan hoe het er op zo'n zeilschip aan toe ging. Wel wetende dat deze reis nog maar een fractie van de ervaring van vroeger weer zou geven. Je kan nog een slag verder gaan door in te schepen op de schoenerbrik Tres Hombres een zeilend vrachtschip dat zonder motor de wereldzeeën bevaart om 'fairtransport' te verzorgen, met alle originaliteit (en risico's) van dien.

We vonden het niet erg dat we in de verzorging aan boord van de Europa niet zover gingen als vroeger en dat onze hutten en kooien meer comfort en privacy boden dan de hangmatten in het vooronder van vroeger. Dat deel van het scheepsleven was compleet 21e eeuws.
Waar de Europa niets aan kan (en wil) veranderen is de onvoorspelbaarheid van het weer, de zee en de ervaringen van het zeilen met een dwarsgetuigd schip die dat met zich mee brengt.
Na acht dagen hondenwacht met slaapuurtjes overdag en de onwennigheid van het scheepsleven, raak je vermoeid en is het in de laatste roertorn zo makkelijk niet meer op koers te blijven. Overstag gaan met een vierkant getuigd schip is iets heel anders dan op een gewone zeilboot of -jacht.

De eerste tien dagen gleden bijna letterlijk voorbij in prachtig zonnig weer en lichte wind, met zelfs op een zondagmiddag zwemmen midden in een bladstille Atlantische Oceaan in water van 5.000 meter diep.
Een dag later werden we laat in de middag opeens getroffen door een Pampero, een plotselinge stormwind die over de pampa's van Argentinië komt aanwaaien. De vreemde, paddestoelachtige wolk was al even te zien geweest. Van het ene op het andere moment sloeg een wind van 50 knopen (10 Bf) met regen en bliksem toe en veranderde het genoeglijke zeilen in een hels (althans, voor ons als trainees die niets gewend waren) avontuur! Vrijwel de hele vaste bemanning schoot in klimharnassen omhoog om in de masten en op de ra's zeil in te nemen en op te binden. Aan de dek sjorden de trainees aan de lijnen om hen te helpen. Zo nu en dan gleed een van ons uit en verdween in het water dat door de gangboorden stroomde. Bewonderend keken we naar de crew die in de zwiepende masten als vliegen over de ra's hingen, tot op de draad natgeregend. Ik voelde me wat ongemakkelijk, een blik op kapitein Eric op het achterdek stelde me echter gerust. 's Nachts was de wind iets afgenomen (40 - 45 knopen), de zware zeegang maakte het leven er niet makkelijker op, de uitkijk tot een acrobatisch gebeuren, om over slapen in de slingerende kooi maar te zwijgen.

Een paar dagen later keken we naar een bijzondere film "Around the Horn" van de Amerikaanse zeeman Irving Johnson die in 1929 met de viermastbark Peking rond Kaap Hoorn zeilde in een storm met windkracht 12 Bf en de hele reis op film heeft vastgelegd. Dan pas besef je je hoe ver je van de historische realiteit afblijft aan boord van de Europa, maar ook hoe blij je daarom bent!
Wat wegvalt op de Europa is communicatie en informatie. Na enkele dagen cold turkey afkicken van GSM, MSN, iNet, SMS, Twitter en ook ouderwetse informatie als krant en TV, merk je dat je dat eigenlijk helemaal niet mist, dat het je ook niet echt kan boeien dat er nieuws is en dat we in een wereld van information overload leven. Heerlijk die rust!
Wat ik wel mis is post van huis. We hebben afgesproken maar één mail per week te sturen vanwege de hoge kosten van dataverkeer (elke Kb kost zo'n 1,75 euro) en dan blijkt het ouderwets fijn te zijn als iemand in het deckhouse tegen je zeg "Bas, there's mail for you" waarna je naar de bibliotheek in het achterschip snelt om die korte mail te gaan lezen, nog eens lezen en herlezen. Zo zal het krijgen van post hebben gevoeld die in een haven op zeelui lag te wachten.

Na vier weken op zee komt dan op 27 november land in zicht. Op de vroege wacht van 04:00 tot 08:00 uur zie ik tegen half zes een donkere streep aan de horizon die bij het eerste licht Vuurland blijkt te zijn. Ruig, stijl, onherbergzaam en onbewoond, maar wel land. Een mooi moment om mee te maken. Die laatste twee dagen staat er weer een straffe, ruime wind van 35 - 40 knopen (8Bf). We lopen met 10 knopen straat LeMaire aan, de zeestraat die in 1616 door de Hollandse zeelieden LeMaire en Schouten werd ontdekt.Prachtig om die zeestraat door te varen, je schrap zettend aan het roer, over de golven surfend om dan aan het einde van de dag het Beagle Channel te bereiken, de doorvaart naar de Stille Oceaan die we tot Ushuaia hebben doorgevaren.

Met een dag motoren door het Channel komt er een einde aan een heel bijzondere reis en ervaring, waarin ik even heb kunnen meemaken hoe het is om een maand lang los van de rest van de wereld in een drijvende samenleving te leven. Je kan nog zoveel historische "experience" in een museum stoppen, het haalt het niet bij de zoute werkelijkheid van de South-Atlantic. Straks weer als schipper op de brug in Naarden de koers van het museum uitzetten. Ik hoop alleen niet dat het Vestingmuseum na zoiets al te saai is...........

vrijdag 29 oktober 2010

Feest van de gemiste kansen

Laat ik vooropstellen dat het altijd makkelijk is kritiek te hebben op een ander, makkelijker dan kritiek aan te horen over je eigen instelling.

Dan kunnen we nu verder gaan.

Afgelopen week was ik met het gezin naar de Bataviawerf, om hen een beetje te laten ervaren wat ik straks een maand ga zien op zee: masten, touwwerk, blokken en kanonnen (nee, dat laatste hoop ik toch niet). De golven, eindeloze zee en het geslinger moesten ze er zelf maar bij denken.
De Batavia is en blijft natuurlijk een fantastisch project; een zo nauwkeurig mogelijke reconstructie van een 17e eeuws VOC schip dat in tien jaar tijd door zo'n 1.000 mensen is gebouwd, deels als arbeids-reïntegratieproject.
Zeker als je ook het verhaal van de schipbreuk van de originele Batavia kent, met de ramp, moord- en doodslag op de eilanden voor de kust van Australië en de tocht van de schipper naar Batavia met een open sloep. Materiaal waar zo een speelfilm in zit!
Het tweede project staat al weer enige jaren op stapel op de werf: de Zeven Provinciën, ooit het vlaggenschip van Michiel de Ruyter.


Het schip zelf is nog steeds indrukwekkend, zeker als je je een voorstelling kan maken van storm en zeegang, windstiltes, gebrekkig eten, ontbrekende hygiëne, en dat alles met 340 mensen aan boord die opeengepakt op dit schip naar Indië voeren!

Het probleem als bezoeker aan de werf ontstaat als je je van het bovenstaande geen voorstelling kan maken. Dan is de werf (zeker op de dag dat wij er waren) nogal doods. Nauwelijks mensen aan het werk aan de Zeven Provinciën, een persoon in de houtsnijwerkplaats, niemand in de smidse of touw- en blokmakerswerkplaats.
Aan boord van het schip zelf waren wel gidsen actief voor groepen bezoekers, wij zijn echter zelf rond gegaan. En dan mis je aan boord wel veel toelichting. Ik kon vanuit mijn achtergrond wel wat vertellen, maar ook niet alles. Nauwelijks verklarende teksten, geen plaatjes of video's, nauwelijks inrichting of inventaris aan boord.
Dat noem ik dan een feest aan gemiste kansen. Want de Batavia Werf heeft toch goud in handen met zo'n schip en met het gruwelijke verhaal van de stranding. Ook een organisatie met zeer beperkte middelen moet toch in staat zijn schip en werf tot leven te laten komen. Alleen al met het inrichten van het schip: hoe sliepen de matrozen? Wat voor kleding droeg men aan boord? Wat stond er op het menu? Wat voor lading nam de Batavia mee naar Indië en wat was men van plan mee terug te nemen? Hangmatten, bakskisten, mokken en bestek, kleding, ballastblokken, specerijen. Dat alles brengt toch vorm, kleur en geur aan boord en is vrij makkelijk te maken of te organiseren.

Droeviger nog vond ik het feit dat we na de Batavia nog even naar het Instituut voor Scheepsarcheologie wilden, een luttele 100 meter naast de werf.

Geen bordje te vinden dat je die kant op wijst, geen fatsoenlijk wandelpad. Daar aangekomen is de ingang niet te vinden, nergens een welkomstbord. We moeten letterlijk door de bagger ploeteren om binnen te komen. Eenmaal binnen is wat er ontbreekt in de Batavia hier allemaal te vinden; alles wat er aan lading, uitrusting en persoonlijke bezittingen van zeevarenden aan boord te vinden is.
Het is zo voor de hand liggend dat deze twee instellingen met elkaar verbonden zijn dat het werkelijk onbegrijpelijk is dat dat niet zo is. Dat is geen kwestie van geld, maar uitsluitend van energie en de wil om samen iets neer te zetten dat recht doet aan deze twee unieke maritieme collecties en instellingen.

Reflecterend naar het eigen museum zou het voor ons ook wel eens goed zijn als er collega's langs komen en hun observaties recht uit het hart met ons delen. Dat is niet altijd leuk om te horen, maar je leert zo weinig van de obligate opmerkingen "wat een leuk museum". Peer reviews, in de wetenschap een bekend fenomeen, zou ook een plaats kunnen krijgen in de museumwereld.

Voor nu even genoeg museummijmeringen. De Europa wacht!

zaterdag 16 oktober 2010

De mens lijdt het meest.......

......door het lijden dat hij vreest. Een bekend gezegde dat deze dagen zeker opgaat. Bezuinigingen bij de gemeenten (en ook de gemeente Naarden), cultuur onder vuur van de nieuwe regering, de economische crisis nog niet ten einde en ook ik voel me niet zo lekker.
Ongeveer die gevoelens bekruipen me regelmatig als ik met de (nabije) toekomst van het museum bezig ben. De gemeente Naarden heeft net een brief verstuurd waarin de dreiging voor 2011 - 2012 is uitgesproken. In 2011 de nullijn, maar in 2012 10% bezuinigingen en misschien wel alle kortingen bij één of meer instellingen. Een scenario zoals wat het Onderwijsmuseum in Rotterdam boven het hoofd hangt: afbouw van de subsidie tot nul in 2015.
Van de mensen van de Rijksgebouwendienst waar we voor het nieuwe Vestingmuseum nauw mee samenwerken, vrezen een forse inkrimping van de dienst, verschuiving naar een ander ministerie (dat is inmiddels BiZa geworden) en flinke kortingen op de budgetten. Welke gevolgen zal dat hebben voor ons project BOGLUP?

Ik zie nogal wat donkere wolken aan de horizon, maar is dat nu een kwestie van "lijden dat je vreest......." of moet ik me echt zorgen maken?
Cultuur en erfgoed is natuurlijk een kwetsbare sector, voor veel mensen een luxe die in tijden van crisis wel met wat minder toe kan. En dan hadden de meeste instellingen het om te beginnen al niet erg breed.
Tegelijk zien we het bezoek aan het Vestingmuseum elk jaar iets toenemen, kleine stapjes weliswaar, maar elk jaar 1 - 1,5% is toch een stabiele groei. De laatste twee jaar en ook dit lopende jaar zet, ondanks de crisis, de groei door. Zorgen om niets dus?

Het is meer de sfeer die me niet zo aanstaat. Cultuur neergezet als een elitair en kostbaar speeltje. En kijk eens naar wie het Vestingmuseum (en alle collega forten en kastelen in de regio) bezoeken, net geen dwarsdoorsnede van de Nederlandse samenleving, maar veel scheelt het niet.
De sfeer doet me denken aan de totalitaire uitspraak "als ik het woord cultuur hoor, grijp ik naar mijn pistool".
Het zijn juist onderwijs, cultuur en wetenschappen (niet toevallig die drie samen) die volgens mij de hoekstenen van onze moderne beschaving vormen. Terechte zorgen dus.

zaterdag 18 september 2010

Experience, beleven, meemaken: de mantra's van het moderne museum

Deze weken staan in het teken van de mantra's van het museum van dit moment: meemaken, beleven, de experience. Gewoon door een museum lopen en naar de spullen ('objecten' in museumtaal) kijken die in vitrines staan is niet genoeg meer, hoewel de werkelijk iconische objecten in de wereld nog zonder 'beleving' lijken te kunnen.
Voor erfgoed zoals de Vesting Naarden en andere forten, maar ook voor musea zoals het Spoorwegmuseum, het Instituut voor Beeld en Geluid en in Engeland bijvoorbeeld het Jorvik Viking Centre in York


Afgelopen donderdag was ik gevraagd mee te kijken en te denken in de herontwikkeling van Fort Kijkduin in Huisduinen, bij Den Helder. Zo'n 15 jaar geleden is het fort gerestaureerd en ingericht als zee-aquarium en museum, met bovenop (onder de dakconstructie die refereert aan de beschermende zandlaag die de Duitsers erop hadden aangebracht) een restaurant. Begin jaren '90 werkte die combinatie goed en kwamen er zo'n 100.000 bezoekers, nu is het wat shabby en de brasserie van weleer (in de sfeer van Napoleon) is een wokrestaurant geworden.
Het fort is niet heel indrukwekkend, deels door het al genoemde dak, deels ook door de verzonken positie op het duin. Maar eenmaal binnen in het restaurant is het uitzicht overweldigend! Aan de zeekant zie je weer, wind en wolken boven de Razende Bol en wat verder weg Texel. Noordelijk Den Helder met scheepsbewegingen. Naar het zuiden lopen de duinen weg naar Petten en aan de landkant een mooi duingebied richting Schagen en het IJsselmeer. Het is alsof je in een levend en bewegend Panorama Mesdag staat.

Het is nog een historische plek ook, in augustus 1673 versloeg Michiel de Ruyter precies bij Kijkduin de gecombineerde Frans-Engelse vloot waarmee hij een invasie van de Republiek voorkwam en het voortbestaan van het land veilig stelde. In 1799 vond bij Callantsoog een Brits-Russische invasie plaats waarbij men Den Helder zonder tegenstand wist te veroveren. Om dit te verhinderen liet Napoleon bij Kijkduin het fort bouwen.
Al pratend over wat je met het fort kan en zou moeten doen, was het weer het toevoegen van elementen aan de al aanwezige indrukken van zeegezichten, landschap, weer en wind met projecties, geluid en misschien de geur van kruitdamp. We willen toch blijkbaar betekenis toevoegen aan wat er is.

Vanmiddag in het eigen museum ook weer gezien hoe zo'n levend museum toch blijkbaar de bezoeker aanspreekt. Vandaag was "De Grote Parade", een levend overzicht van militaire geschiedenis door de eeuwen heen, met mannen van Napoleon, schutters uit de Pruikentijd (zo 1792), een kapitein der artillerie van 1823 en de kanonniers van het Naardense 2e regiment Vestingartillerie. WOII werd ingevuld door de mensen van Keep Them Rolling met GMC trucks, Dodges en Jeeps en een wervingsonderofficier van de Landmacht vertegenwoordigde de moderne soldaat. Overal zie je bezoekers in gesprek met die ouwe soldaten. Dat dit werkt is duidelijk, maar hoe breng je het museum tot leven als deze re-enactors er niet zijn?

Ik ben dan ook benieuwd naar de brainstorm van aanstaande maandag, wanneer we met Waag Society geen praten over hoe en met welke technieken we het nieuwe Vestingmuseum beleefbaar kunnen maken voor de bezoeker. Een "museale meemaking" heb ik het al genoemd, om maar niet de woorden 'experience' en 'beleving' te hoeven gebruiken ;-)

Je ontkomt er bijna niet aan, hoe wil je anders de gebouwen in zo'n vesting uitleggen aan de bezoekers? En overal bordjes bij hangen is nu ook niet bepaald een fraai gezicht. Het is een glibberig pad dat we nog lang niet afgelopen zijn.

En hoewel het niks met het museum te maken heeft, kan ik het toch niet laten om hier wat te zeggen over mijn eigen experience die ik in november ga beleven! Al heel lang ben ik benieuwd naar het leven van de zeeman van weleer (dat krijg je ervan als je maritiem historicus bent), hoe dat nou was, weken op zee, met slecht weer, slecht voedsel en een tirannieke kapitein. Die laatste hoop ik niet mee te maken, maar het slechte weer en de weken op zee wel als ik 31 oktober aanmonster op de bark Europa


De ultieme experience (voor mij dan), 28 dagen op zee, van Salvador Brazilië naar Ushuaia op Vuurland, alleen maar zeemijlen maken op de Atlantische Oceaan. Als dat me niet leert hoe het is om te "ervaren met erfgoed" (want dat is de Europa toch ook), dan weet ik het niet meer.

maandag 16 augustus 2010

Wat je van ver haalt........

Het nuttige met het aangename vereniging, mooier is er bijna niet! Zo ook deze zomer met een bezoek aan de vestingstad Bitche en museumfort Simserhof in Elzas-Lotharingen.
Via via had ik gehoord van de multimediale tour door de citadel van Bitche en de ondergrondse rit met een treintje door Simserhof en met het oog op de plannen voor een interactieve vestingbeleving in het nieuwe Vestingmuseum leek het me goed eens te gaan kijken wat voor moois de Fransen voor hun bezoekers in petto hadden.
Alsdus togen we met z'n vijven via Trier en Saarbrücken naar Bitche, we waren daarvoor in de ideale bezoekerssamenstelling: gezin met twee volwassenen en drie kinderen van 9, 12 en 15.
De vesting van Bitche (in 1681 ontworpen door de beroemde Franse vestingbouwer Vauban) ligt indrukwekkend bovenop een stevige heuvel midden in het stadje, goed voor heel wat oh's en ah's als je uit de onringende bossen komt aangereden. Meteen door naar de parking en een stevige klim naar de entree. Daar krijgen we allemaal een koptelefoon die via infrarood de verhalen van de vesting aan ons zal brengen. En daar hebben we meteen de eerste tegenvaller te pakken; door de IR aansturing heb je geen enkele controle meer over het verhaal. Automatisch gaat ergens een stem tegen je praten terwijl je net in gesprek met elkaar was. De startpunten van de verhalen lopen ook niet synchroon en zo'n koptelefoon is bovendien behoorlijk heet als het zonnig zomerweer is! Nadat we via de poort de vesting binnen zijn gegaan, vervolgen we de tour in een gebouwtje waar het 'parcours cinematografique' gaat beginnen (wat kunnen de Fransen dat toch veel mooier verwoorden dan "multimedia beleving").
Het blijkt een speelfilm te zijn over het beleg van 1870 (Frans-Duitse Oorlog) waarin Bitche dapper stand hield tegen het Duitse leger, prachtig gemaakt, met veel oog voor detail en met een fors budget gezien het aantal acteurs, de special effects en de kwaliteit van het spel. Maar het is allemaal wel erg heftig! Een bajonetaanval waarbij je in beeld en geluid de bajonetten de buiken in en uit ziet en hoort gaan..........., behandeling van gewonden in de infirmerie waarbij benen worden afgezaagd en in een mand geworpen............ Dat gaat in de hele citadel zo door en niet iedereen trekt dat. De kinderen worden er naar van en ook volwassenen kijken niet allemaal de films uit. Bovendien maakt de insteek van een speelfilm dat je niet meer naar het gebouw en de prachtige ruimten kijkt, maar focust op de filmbeelden. Jammer want de citadel is schitterend gerestaureerd en uitgelicht. In de laatste zaal zie je hoe mooi en indrukwekkend het kan zijn als er alleen de aftiteling loopt, met sfeervolle klassieke muziek en uplights langs de pilaren van de zaal. Weer buiten aangekomen is de rest van de wandeling over de vesting een beetje een anticlimax. De IR gestuurde teksten zijn erg technisch en droog en doen geen gevoel voor de bebouwing ontstaan. Deze methodiek is het dus duidelijk niet voor mij. Het gebrek aan eigen regie van het bezoek breekt de waardering voor deze fantastisch mooie vesting op.

De dag erna gaan we naar fort Simserhof, het op drie na grootste fort van Maginotlinie. Ook hier een innovatieve en indringende beleving: een geautomatiseerd treintje brengt ons door een groot deel van het fort. Ook hier een film, maar omdat die een Polygoonachtige uitstraling heeft (documentair en niet verhalend) benadrukt die juist het fort en de gangenstelsels in plaats daarvan af te leiden. Het geluid in het dak van het treintje, niet via een koptelefoon, en de dynamische verlichting maken de rit sfeervol en toch informatief. Jammer dat met de Franse slag ergens halverwege de rit de taal opeens van Engels naar Duits gaat.
De erop volgende ouderwetse rondleiding te voet door een ander deel van het fort is goed en informatief, maar niet erg vernieuwend of spectaculair (hoewel dat natuurlijk ook niet altijd hoeft). Wel zijn we erg onder de indruk van het fort waar zo'n 876 man maandenlang op zo'n 30 meter diep onder de grond, op een terrein van bijna 45 hectare in een stelsel van kilometers lange gangen, woonden en werkten. Alle installaties, bedden, keukens en kookgerei, ziekenboeg, en dergelijke zijn nog compleet aanwezig en in prima staat wat het gevoel van hoe het moet zijn geweest om in zo'n fort geplaatst te zijn behoorlijk versterkt.

We hebben zelfs na de rondleiding van anderhalf uur al last van de "beton-blues" waar de militairen in de Maginotlinie last van kregen door het gebrek aan zonlicht en frisse lucht! Ook in Simserhof is duidelijk veel geld gestopt en dat vertaald zich in een bijzondere bezoekervaring.

Toch is voor mij duidelijk geworden dat niet alles wat je van ver haalt ook echt lekker hoeft te zijn. Zo'n bezoek laat soms juist heel duidelijk zien wat je niet moet willen..............