donderdag 2 april 2009

Waar leg je de lat?

Goeie vraag. Waar leg je de lat? En hoe hoog?

Van de week kwam die vraag in een gesprek aan de orde en het is me door het hoofd blijven spelen.
Als je de lat constant heel erg hoog legt, is de kans natuurlijk ook heel erg groot dat je die hoogte niet haalt. Dat je de lat eraf gooit, of er zelfs gewoon onder blijft. Dat is behoorlijk frustrerend.
Leg je hem laag, misschien wel te laag, dan ga je er met elke spong over. In het begin leuk, maar na verloop van tijd is dat een saaie bezigheid geworden. Er moet natuurlijk wel wat uitdaging blijven in dat springen.
Die analogie van hoogspringen, de lat op een bepaalde hoogte leggen of over een lat heen moeten die iemand anders voor je heeft neergelegd, bleef me boeien. Want is het niet zo dat je je wedstrijden zorgvuldig moet kiezen? Hoe goed je geoefend bent in het hoogspringen? En hoe goed je trainer is?

Zo ook in het normale (museum)leven. Je weet wel ongeveer hoe goed je bent, of je bepaalde zaken aankan. Het is dus nogal situationeel hoe hoog je de lat legt. In het museum ben ik ooit begonnen met kleine sprongetjes en toen die bleken te lukken, ben ik voorzichtig wat hoger gegaan. Tegelijk weet ik dat bepaald soort sprongen niet mijn ding zijn, dan spring ik dus niet, of heel laag, of ik laat iemand anders springen ;-)

Nu staat het museum (en dus ook ik) voor misschien wel de hoogste sprong tot dusverre: de verhuizing naar een nieuwe locatie binnen de vesting en een heel andere opzet van presenteren en werken. Heel spannend.
Maar de omstandigheden zijn gelukkig goed, de zon schijnt, we hebben de wind in de rug, de trainer is goed, we hebben getraind de afgelopen jaren, er zijn trouwe supporters. Dan weet je bijna dat dit de sprong is, dat de situatie niet beter kan. Niet langer twijfelen of je het wel of niet gaat halen, het maakt niet langer uit hoe hoog de lat ligt: springen!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten