Leuk om aan een forumdiscussie over de Oude Hollandse Waterlinie deel te nemen denk je dan. Een dag in het Goud-, Zilver- en Klokkenmuseum in Schoonhoven over de toekomst van de OHWL. In het forum een voorzitter van een historische vereniging, de city manager van Schoonhoven en een medewerkster van het projectbureau OHWL.
Het thema van de discussie is het vermarkten van de OHWL en hoe dat het beste aan te pakken.
En dan blijkt hoe belangrijk een goede dagvoorzitter of gespreksleider is! Er staat voor de discussie een half uur (al niet teveel met vier deelnemers, maar goed). Alleen al het voorstelrondje snoept daar zo 10 - 12 minuten af door de eindeloze verhalen van de man van de historische vereniging en de city manager. De gespreksleider staat erbij en kijkt er stilzwijgend naar.
In de discussie zijn de vragen goed, maar de antwoorden raken niet of nauwelijks aan het onderwerp en gaan vooral over hoe goed Schoonhoven de historische binnenstad heeft aangepakt. De gespreksleider grijpt niet in.
Er volgen reacties uit de zaal waarbij niet relevante stokpaardjes bereden worden. De gespreksleider geeft hen alle tijd voor deze monologen.
Even overweeg ik het forum te verlaten, maar dat wil ik noch de organisatie, noch het Goud-, Zilver- en Klokkenmuseum aandoen. Ik verbijt me maar en hoop dat de rest van de dag meer inhoud heeft (wat gelukkig ook zo is) en dat ze een volgende keer een strakkere gespreksleider inhuren!
zaterdag 26 juni 2010
vrijdag 18 juni 2010
Meedoen of niet meedoen, dat is de vraag!
Merkwaardig hoe de museummens soms beslissingen neemt, gevoel en ratio niet altijd in balans zijn in de besluitvorming.
Mooi voorbeeld is een tweetal activiteiten waarover recentelijk besloten moest worden of we er als museum aan mee willen werken of niet: de "Dag van de Mantelzorg" en "Oktober Kindermaand 2010". Zo op het eerste gezicht beiden loffelijke ondernemingen; de "Dag van de Mantelzorg" wil alle mantelzorgers in de regio Gooi- en Vecht een leuke dag bezorgen om hen te bedanken voor de inzet voor familie, vrienden of kennissen bij ziekte en zorg. "Oktober Kindermaand 2010" wil cultuur en cultureel erfgoed heel laagdrempelig onder de aandacht brengen bij kinderen en hun ouders door in die maand verschillende activiteiten aan te bieden en gratis entree voor de kinderen.
Voor beide activiteiten moet veel georganiseerd worden, kosten veel tijd en zelfs geld en leveren (zakelijk gezien) weinig op. Toch doen de forten in de regio van harte mee aan de "Dag van de Mantelzorg" en hebben de Kindermaand laten schieten.
En dat zit 'm in de manier waarop de achterliggende organisaties de forten en kastelen benaderen! "Dag van de Mantelzorg" kwam voort uit een vraag van iZovator, een innovatieplatform voor de zorg, of het Vestingmuseum mee zou willen werken aan en meedenken over zo'n "Dag voor de Mantelzorg". Door zo'n vraag bij het museum (en later de forten en kastelen in de regio) neer te leggen en ons mee te laten denken in het ontwikkelen van "de Dag" is het een beetje 'onze Dag' geworden.
"Oktober Kindermaand" kwam daarentegen met een verhaal dat ons deed denken aan een oekaze. We 'moesten' van alles organiseren, die activiteiten zelf betalen, ook nog werk in de publiciteit steken en moesten dan de kinderen die op "de Maand" afkwamen gratis entree geven. Het staat hier wat kort en simpel misschien, maar dat gevoel overheerste wel bij de presentatie van "de Kindermaand" aan de forten. En dan gooien de forten dus de kont tegen de krib en doen niet mee! Jammer voor de kids misschien (hoewel, we organiseren allemaal al heel wat leuke kinderactiviteiten en zo duur zijn we nou ook weer niet) maar de Mantelzorgers hebben dit jaar voorrang. Ik hoop dat we een superdag voor hen kunnen verzorgen op 10 november.
Het is dus heel simpel toch weer de toon die de muziek maakt, hoe goed je doel ook is.
Mooi voorbeeld is een tweetal activiteiten waarover recentelijk besloten moest worden of we er als museum aan mee willen werken of niet: de "Dag van de Mantelzorg" en "Oktober Kindermaand 2010". Zo op het eerste gezicht beiden loffelijke ondernemingen; de "Dag van de Mantelzorg" wil alle mantelzorgers in de regio Gooi- en Vecht een leuke dag bezorgen om hen te bedanken voor de inzet voor familie, vrienden of kennissen bij ziekte en zorg. "Oktober Kindermaand 2010" wil cultuur en cultureel erfgoed heel laagdrempelig onder de aandacht brengen bij kinderen en hun ouders door in die maand verschillende activiteiten aan te bieden en gratis entree voor de kinderen.
Voor beide activiteiten moet veel georganiseerd worden, kosten veel tijd en zelfs geld en leveren (zakelijk gezien) weinig op. Toch doen de forten in de regio van harte mee aan de "Dag van de Mantelzorg" en hebben de Kindermaand laten schieten.
En dat zit 'm in de manier waarop de achterliggende organisaties de forten en kastelen benaderen! "Dag van de Mantelzorg" kwam voort uit een vraag van iZovator, een innovatieplatform voor de zorg, of het Vestingmuseum mee zou willen werken aan en meedenken over zo'n "Dag voor de Mantelzorg". Door zo'n vraag bij het museum (en later de forten en kastelen in de regio) neer te leggen en ons mee te laten denken in het ontwikkelen van "de Dag" is het een beetje 'onze Dag' geworden.
"Oktober Kindermaand" kwam daarentegen met een verhaal dat ons deed denken aan een oekaze. We 'moesten' van alles organiseren, die activiteiten zelf betalen, ook nog werk in de publiciteit steken en moesten dan de kinderen die op "de Maand" afkwamen gratis entree geven. Het staat hier wat kort en simpel misschien, maar dat gevoel overheerste wel bij de presentatie van "de Kindermaand" aan de forten. En dan gooien de forten dus de kont tegen de krib en doen niet mee! Jammer voor de kids misschien (hoewel, we organiseren allemaal al heel wat leuke kinderactiviteiten en zo duur zijn we nou ook weer niet) maar de Mantelzorgers hebben dit jaar voorrang. Ik hoop dat we een superdag voor hen kunnen verzorgen op 10 november.
Het is dus heel simpel toch weer de toon die de muziek maakt, hoe goed je doel ook is.
Het museum en de boerka
Hoe gaan musea om met bezoekers in een boerka? Vorige week was er een groep in het Vestingmuseum voor een rondleiding waarvan één van de deelnemers een boerka droeg. De betreffende rondleidster had daar geen probleem mee en heeft de rondleiding gewoon gedaan, maar een andere rondleidster gaf aan de rondleiding dan niet te willen doen: geen gezichtscontact, onvoldoende interactie mogelijk en niet duidelijk wie je voor je hebt. Zij zou de groep weigeren.
We hebben nu binnen de staf afgesproken dat de individuele rondleider (en dat zijn allemaal vrijwilligers) zegt of hij/zij zo'n groep wel of niet wil rondleiden waarbij de groep zelf de keuze heeft de boerkadraagster eventueel buiten de rondleiding te houden of zelfstandig door het museum te gaan.
Ik ben wel benieuwd of andere musea, theaters en culturele instellingen hier ervaring mee hebben of een beleid voor hebben.
We hebben nu binnen de staf afgesproken dat de individuele rondleider (en dat zijn allemaal vrijwilligers) zegt of hij/zij zo'n groep wel of niet wil rondleiden waarbij de groep zelf de keuze heeft de boerkadraagster eventueel buiten de rondleiding te houden of zelfstandig door het museum te gaan.
Ik ben wel benieuwd of andere musea, theaters en culturele instellingen hier ervaring mee hebben of een beleid voor hebben.
zondag 9 mei 2010
Lokale samenwerking
Het is zo voor de hand liggend en toch hebben de drie (vier) cultuurinstellingen van Naarden elkaar pas na jaren weten te vinden. De Grote Kerk, het Comeniusmuseum, het Vestingmuseum en het Weegschaalmuseum (in oprichting).
Je sprak elkaar wel eens, zag elkaar bij gemeentelijk overleg, openingen van exposities en nog zo wat van die zaken, maar echt samenwerken.......... nee, dat deden we niet.
Wat nu precies voor die verandering heeft gezorgd weet ik eigenlijk niet, waarschijnlijk de maandelijkse ondernemerslunches die we de afgelopen maanden met het Naardense bedrijfsleven hebben gehad. Daar spraken we elkaar langer, over city marketing, de identiteit van Naarden en welke evenementen er dit jaar in de Vesting gehouden zullen worden.
Tijdens die lunches merkten we een behoefte aan een simpele, sobere maar chique stadsplattegrond om de bezoekers aan Naarden te laten weten wat er nog meer in de Vesting te doen is en te zien is. Niet zo'n kaartje vol met advertenties voor Hondenknipsalon "Waf", snackbar "De vette hap" en makelaarskantoor "Het Gouden Huis" om de zaak betaalbaar te maken maar een plattegrond die past bij de sfeer en uitstraling van Naarden Vesting. Uit het gemeentelijk stimuleringsfonds voor promotie en evenementen kregen we een bijdrage en met goeie vormgevers kwam er een mooi plattegrond tot stand.

Ondanks wat omissies (oeps: paar zaken in de vesting vergeten) is de plattegrond goed ontvangen en vliegt schijnbaar de winkels uit.
En...... beter nog, de samenwerking smaakt naar meer! Gevieren kijken we welke activiteiten, promotie, koppelverkoop, arrangementen en ander leuks we kunnen bedenken en ontwikkelen voor dit maar vooral ook voor komend seizoen.
Vanuit het Bezoekerscentrum Naarden in de Utrechtse Poort (te openen in april 2011) kunnen we ons als gezamenlijke cultuurinstellingen van Naarden goed promoten en Naarden is klein en compact genoeg om de liefhebbers langs al die cultuurdeuren te leiden. Waar een goeie lunch al niet goed voor is!
Je sprak elkaar wel eens, zag elkaar bij gemeentelijk overleg, openingen van exposities en nog zo wat van die zaken, maar echt samenwerken.......... nee, dat deden we niet.
Wat nu precies voor die verandering heeft gezorgd weet ik eigenlijk niet, waarschijnlijk de maandelijkse ondernemerslunches die we de afgelopen maanden met het Naardense bedrijfsleven hebben gehad. Daar spraken we elkaar langer, over city marketing, de identiteit van Naarden en welke evenementen er dit jaar in de Vesting gehouden zullen worden.
Tijdens die lunches merkten we een behoefte aan een simpele, sobere maar chique stadsplattegrond om de bezoekers aan Naarden te laten weten wat er nog meer in de Vesting te doen is en te zien is. Niet zo'n kaartje vol met advertenties voor Hondenknipsalon "Waf", snackbar "De vette hap" en makelaarskantoor "Het Gouden Huis" om de zaak betaalbaar te maken maar een plattegrond die past bij de sfeer en uitstraling van Naarden Vesting. Uit het gemeentelijk stimuleringsfonds voor promotie en evenementen kregen we een bijdrage en met goeie vormgevers kwam er een mooi plattegrond tot stand.

Ondanks wat omissies (oeps: paar zaken in de vesting vergeten) is de plattegrond goed ontvangen en vliegt schijnbaar de winkels uit.
En...... beter nog, de samenwerking smaakt naar meer! Gevieren kijken we welke activiteiten, promotie, koppelverkoop, arrangementen en ander leuks we kunnen bedenken en ontwikkelen voor dit maar vooral ook voor komend seizoen.
Vanuit het Bezoekerscentrum Naarden in de Utrechtse Poort (te openen in april 2011) kunnen we ons als gezamenlijke cultuurinstellingen van Naarden goed promoten en Naarden is klein en compact genoeg om de liefhebbers langs al die cultuurdeuren te leiden. Waar een goeie lunch al niet goed voor is!
dinsdag 20 april 2010
Leiderschap en intervisie
Cultureel Erfgoed Noord-Holland brengt een paar keer per jaar museumdirecteuren uit de provincie bijeen in de Gouden Zaal van Huis Barnaart in Haarlem om over verschillende onderwerpen te praten. Vorige week over leiderschap in musea, met inleidingen van Freek van Duijn en Margriet Kapteijns, beiden ervaren interimmers in de museum- en theaterwereld.
De geschetste theorie werd al snel gevolgd door voorbeelden uit de weerbarstige praktijk.
Problemen in de communicatie tussen bestuur en directie (de machtsvraag "wie is hier nu eigenlijk de baas?"), hoe stuur je eigenwijze vrijwilligers aan en hoe kijk je naar je eigen leiderschapsstijl.
Freek van Duijn was er vrij uitgesproken in: de cultuursector kent weinig goede directeuren. Volgens hem ligt de oorzaak in belangrijke mate bij gebrek aan scholing en de neiging conflicten binnen cultuurinstellingen weg te negeren.
Het was wel instructief te horen welke problemen in leiding geven en leiding krijgen (vanuit je bestuur) de collega's tegenkwamen. Veelal erg herkenbaar, zowel in je eigen dagelijkse praktijk als die uit het verleden.
Het meest waardevolle inzicht lag voor mij in het feit dat we in de museumwereld niet erg gewend zijn aan het met elkaar delen van die vragen en problemen. Vaak gaan (inderdaad) de koffiebijeenkomsten met collega directeuren over de successtory's, bezoekersaantallen, geld en geroddel.
Vandaar dat het pleidooi van Freek en Margriet voor serieuze intervisiebijeenkomsten van museumdirecteuren mijzelf en een aantal van de andere aanwezigen erg aansprak. Vooral nadat we zo'n intervisie hadden uitgetest op de casus van een van de aanwezigen, de directeur van een niet nader te noemen museum die in conflict lag met (een deel van) zijn bestuur over het beleid voor de toekomst. Mooi om te zien hoe Margriet ons bij de les moest houden en ons scherp op het feitelijke probleem zette omdat we al snel in vermeende zijsporen dreigden af te dwalen.
Een uurtje was duidelijk te kort om het probleem goed door te akkeren, maar smaakte wel naar meer!
Wellicht dat Cultureel Erfgoed Noord-Holland ons hierbij kan helpen met begeleiding en training, of we pakken het zelf op met een goeie gespreksleider.
De geschetste theorie werd al snel gevolgd door voorbeelden uit de weerbarstige praktijk.
Problemen in de communicatie tussen bestuur en directie (de machtsvraag "wie is hier nu eigenlijk de baas?"), hoe stuur je eigenwijze vrijwilligers aan en hoe kijk je naar je eigen leiderschapsstijl.
Freek van Duijn was er vrij uitgesproken in: de cultuursector kent weinig goede directeuren. Volgens hem ligt de oorzaak in belangrijke mate bij gebrek aan scholing en de neiging conflicten binnen cultuurinstellingen weg te negeren.
Het was wel instructief te horen welke problemen in leiding geven en leiding krijgen (vanuit je bestuur) de collega's tegenkwamen. Veelal erg herkenbaar, zowel in je eigen dagelijkse praktijk als die uit het verleden.
Het meest waardevolle inzicht lag voor mij in het feit dat we in de museumwereld niet erg gewend zijn aan het met elkaar delen van die vragen en problemen. Vaak gaan (inderdaad) de koffiebijeenkomsten met collega directeuren over de successtory's, bezoekersaantallen, geld en geroddel.
Vandaar dat het pleidooi van Freek en Margriet voor serieuze intervisiebijeenkomsten van museumdirecteuren mijzelf en een aantal van de andere aanwezigen erg aansprak. Vooral nadat we zo'n intervisie hadden uitgetest op de casus van een van de aanwezigen, de directeur van een niet nader te noemen museum die in conflict lag met (een deel van) zijn bestuur over het beleid voor de toekomst. Mooi om te zien hoe Margriet ons bij de les moest houden en ons scherp op het feitelijke probleem zette omdat we al snel in vermeende zijsporen dreigden af te dwalen.
Een uurtje was duidelijk te kort om het probleem goed door te akkeren, maar smaakte wel naar meer!
Wellicht dat Cultureel Erfgoed Noord-Holland ons hierbij kan helpen met begeleiding en training, of we pakken het zelf op met een goeie gespreksleider.
dinsdag 13 april 2010
Geschiedenis in je achtertuin

Soms is geschiedenis zo dichtbij, letterlijk in je achtertuin. Zo kwam hier gisteren in het museum een meneer die in zijn achtertuin een kanonskogel had gevonden en of dat wat voor het museum was.
Hij was in Huizen aan het graven geweest voor de fundering van een schuurtje en vond daarbij de kogel.
Het aardige is dat zo'n op zichzelf eenvoudig voorwerp heel wat speculatie en discussie kan opleveren. Er staat een cijfer ingeslagen, 7 1/4, zeven en een kwart. Wat wil dat zeggen? Het zijn vrij ouderwetse letters, dus erin geslagen toen de kogel is gegoten? Maar waarom dan? Dat was niet gebruikelijk, voor de maatvoering bestonden er kogelmaten, een soort hoepels die maatgevend waren voor de munitie.
Het gewicht is net even meer dan zes kilo, dus een kogel voor een 12-ponder? Maar daar past hij dus niet in, dat hebben we bij verschillende 12-ponders getest. Voor een 24-ponder is de kogel weer veel te klein, dan stuitert hij in de loop, ook niet goed.
De vondst in Huizen doet vermoeden dat het een kogel geweest is voor de Nederlandse belegeringsbatterijen bij het Beleg van Naarden 1813 - 1814 toen Napoleontische troepen weigerden Naarden te verlaten en over te geven na de door Napoleon verloren Volkerenslag bij Leipzig in oktober 1813 en de vorming van het Koninkrijk der Nederlanden. Tussen november 1813 en mei 1814 beschoten Nederlandse batterijen de vestingstad om de Franse troepen tot overgave te dwingen.
Gedurende de Franse tijd is natuurlijk veel Frans geschut naar Nederland gebracht. De Franse artillerie gebruikte wel 16- en 18-ponder kanonnen, dus misschien is het een kogel bestemd voor een buitgemaakt Frans kanon in Nederlandse dienst.
Zo ook de vindplaats Huizen. Dat is wat ver van Naarden voor een geschutsbatterij. Logischer is als je bedenkt dat Huizen een vissersdorp was met een haventje waar schepen de zware ijzeren kogels konden lossen die van een arsenaal of kogelgieterij uit bijvoorbeeld Amsterdam kwamen.
Zo maakt een simpele ijzeren bal heel wat los en dat allemaal omdat iemand in zijn tuin gaat graven.
Labels:
Beleg van Naarden,
geschutsbatterij,
kanonskogel
maandag 12 april 2010
Vestingvisie.......... ondernemers............ plannen

Vanavond een informatiebijeenkomst op het Stadhuis van Naarden. Rijksgebouwendienst en Gemeente presenteren de gezamenlijke "Vestingvisie" aan een gezelschap van Naardense ondernemers. Lucien Keizer (RGD) en Frans van Vugt (wethouder Naarden) houden een bevlogen verhaal over hoe ze de vesting willen opheffen, verbeteren en in balans met verschillende belangen (bewoners, ondernemers, toeristen) willen maken tot een "leefbare en levendige" vestingstad.
So far, so good. Er zijn maar weinig vragen en de spreekstalmeester probeert wat reacties te krijgen van de aanwezigen. Dat lukt maar met mate, men klinkt redelijk enthousiast maar echt op de banken gaat men niet.
Tot een ondernemer met een winkel in de Marktstraat begint over de omzetderving door opgebroken straten en een brug in onderhoud waardoor het winkelend publiek blijkbaar wegblijft. De reactie van wethouder Frans van Vugt valt niet bij iedereen in goede aarde en er ontstaat een zeer emotionele discussie, een debat misschien wel, over wat de gemeente kan, zou moeten, wil en mag doen om de ondernemers in het nauw te ondersteunen tijdens de herinrichting van de vesting.
Een van de winkeliers is zo emotioneel dat hij boos en teleurgesteld wegloopt!
Ik moet vóór het einde van de bijeenkomst weg en weet dus niet hoe het afloopt. Wel vraag ik me tijdens de autorit naar huis af wat dat nu is geweest. Zijn (een aantal van) die winkeliers nu zeikerds? Moeten ze als ondernemers maar rekening houden met dit soort zaken? Elke stad en straat gaat wel eens op de schop, ze kunnen onderhoud toch niet eeuwig uitstellen? Je moet maar een buffertje opbouwen......... Of hebben ze gelijk met de opmerking dat de gemeente meer rekening met ze had moeten houden, ze hebben het al zwaar tijdens deze economische crisis en dan nog zo'n opgebroken winkelstraat er overheen..........
Straks hebben we een prachtige nieuwe, glimmende vesting, met aantrekkelijke pleinen, mooie winkelstraten, leuke terrasjes, citymarketing plus een Bezoekerscentrum en natuurlijk een spannend nieuw Vestingmuseum ;-) Maar hebben we dan nog wel winkeliers? Leeft de vesting dan nog? Waar zit de sweet spot tussen betuttelen, op z'n beloop laten en zorgen voor je ondernemers?
Doet de gemeente het goed? Of doet een gemeente het nooit goed?
Vragen waarop ik geen antwoord heb, wel denk ik dat je als ondernemer creatief met dit soort zaken om kan gaan: "café on the beach" in de opengebroken straat, zand en strandboeken in de boekhandel, anticiperen door klanten vóór de opbreking al op alternatieven voor routes naar je zaak te wijzen en meer van die zaken.
Abonneren op:
Posts (Atom)