zondag 9 mei 2010

Lokale samenwerking

Het is zo voor de hand liggend en toch hebben de drie (vier) cultuurinstellingen van Naarden elkaar pas na jaren weten te vinden. De Grote Kerk, het Comeniusmuseum, het Vestingmuseum en het Weegschaalmuseum (in oprichting).
Je sprak elkaar wel eens, zag elkaar bij gemeentelijk overleg, openingen van exposities en nog zo wat van die zaken, maar echt samenwerken.......... nee, dat deden we niet.
Wat nu precies voor die verandering heeft gezorgd weet ik eigenlijk niet, waarschijnlijk de maandelijkse ondernemerslunches die we de afgelopen maanden met het Naardense bedrijfsleven hebben gehad. Daar spraken we elkaar langer, over city marketing, de identiteit van Naarden en welke evenementen er dit jaar in de Vesting gehouden zullen worden.

Tijdens die lunches merkten we een behoefte aan een simpele, sobere maar chique stadsplattegrond om de bezoekers aan Naarden te laten weten wat er nog meer in de Vesting te doen is en te zien is. Niet zo'n kaartje vol met advertenties voor Hondenknipsalon "Waf", snackbar "De vette hap" en makelaarskantoor "Het Gouden Huis" om de zaak betaalbaar te maken maar een plattegrond die past bij de sfeer en uitstraling van Naarden Vesting. Uit het gemeentelijk stimuleringsfonds voor promotie en evenementen kregen we een bijdrage en met goeie vormgevers kwam er een mooi plattegrond tot stand.

Ondanks wat omissies (oeps: paar zaken in de vesting vergeten) is de plattegrond goed ontvangen en vliegt schijnbaar de winkels uit.

En...... beter nog, de samenwerking smaakt naar meer! Gevieren kijken we welke activiteiten, promotie, koppelverkoop, arrangementen en ander leuks we kunnen bedenken en ontwikkelen voor dit maar vooral ook voor komend seizoen.
Vanuit het Bezoekerscentrum Naarden in de Utrechtse Poort (te openen in april 2011) kunnen we ons als gezamenlijke cultuurinstellingen van Naarden goed promoten en Naarden is klein en compact genoeg om de liefhebbers langs al die cultuurdeuren te leiden. Waar een goeie lunch al niet goed voor is!

dinsdag 20 april 2010

Leiderschap en intervisie

Cultureel Erfgoed Noord-Holland brengt een paar keer per jaar museumdirecteuren uit de provincie bijeen in de Gouden Zaal van Huis Barnaart in Haarlem om over verschillende onderwerpen te praten. Vorige week over leiderschap in musea, met inleidingen van Freek van Duijn en Margriet Kapteijns, beiden ervaren interimmers in de museum- en theaterwereld.
De geschetste theorie werd al snel gevolgd door voorbeelden uit de weerbarstige praktijk.
Problemen in de communicatie tussen bestuur en directie (de machtsvraag "wie is hier nu eigenlijk de baas?"), hoe stuur je eigenwijze vrijwilligers aan en hoe kijk je naar je eigen leiderschapsstijl.
Freek van Duijn was er vrij uitgesproken in: de cultuursector kent weinig goede directeuren. Volgens hem ligt de oorzaak in belangrijke mate bij gebrek aan scholing en de neiging conflicten binnen cultuurinstellingen weg te negeren.
Het was wel instructief te horen welke problemen in leiding geven en leiding krijgen (vanuit je bestuur) de collega's tegenkwamen. Veelal erg herkenbaar, zowel in je eigen dagelijkse praktijk als die uit het verleden.
Het meest waardevolle inzicht lag voor mij in het feit dat we in de museumwereld niet erg gewend zijn aan het met elkaar delen van die vragen en problemen. Vaak gaan (inderdaad) de koffiebijeenkomsten met collega directeuren over de successtory's, bezoekersaantallen, geld en geroddel.

Vandaar dat het pleidooi van Freek en Margriet voor serieuze intervisiebijeenkomsten van museumdirecteuren mijzelf en een aantal van de andere aanwezigen erg aansprak. Vooral nadat we zo'n intervisie hadden uitgetest op de casus van een van de aanwezigen, de directeur van een niet nader te noemen museum die in conflict lag met (een deel van) zijn bestuur over het beleid voor de toekomst. Mooi om te zien hoe Margriet ons bij de les moest houden en ons scherp op het feitelijke probleem zette omdat we al snel in vermeende zijsporen dreigden af te dwalen.
Een uurtje was duidelijk te kort om het probleem goed door te akkeren, maar smaakte wel naar meer!

Wellicht dat Cultureel Erfgoed Noord-Holland ons hierbij kan helpen met begeleiding en training, of we pakken het zelf op met een goeie gespreksleider.

dinsdag 13 april 2010

Geschiedenis in je achtertuin


Soms is geschiedenis zo dichtbij, letterlijk in je achtertuin. Zo kwam hier gisteren in het museum een meneer die in zijn achtertuin een kanonskogel had gevonden en of dat wat voor het museum was.
Hij was in Huizen aan het graven geweest voor de fundering van een schuurtje en vond daarbij de kogel.

Het aardige is dat zo'n op zichzelf eenvoudig voorwerp heel wat speculatie en discussie kan opleveren. Er staat een cijfer ingeslagen, 7 1/4, zeven en een kwart. Wat wil dat zeggen? Het zijn vrij ouderwetse letters, dus erin geslagen toen de kogel is gegoten? Maar waarom dan? Dat was niet gebruikelijk, voor de maatvoering bestonden er kogelmaten, een soort hoepels die maatgevend waren voor de munitie.
Het gewicht is net even meer dan zes kilo, dus een kogel voor een 12-ponder? Maar daar past hij dus niet in, dat hebben we bij verschillende 12-ponders getest. Voor een 24-ponder is de kogel weer veel te klein, dan stuitert hij in de loop, ook niet goed.

De vondst in Huizen doet vermoeden dat het een kogel geweest is voor de Nederlandse belegeringsbatterijen bij het Beleg van Naarden 1813 - 1814 toen Napoleontische troepen weigerden Naarden te verlaten en over te geven na de door Napoleon verloren Volkerenslag bij Leipzig in oktober 1813 en de vorming van het Koninkrijk der Nederlanden. Tussen november 1813 en mei 1814 beschoten Nederlandse batterijen de vestingstad om de Franse troepen tot overgave te dwingen.

Gedurende de Franse tijd is natuurlijk veel Frans geschut naar Nederland gebracht. De Franse artillerie gebruikte wel 16- en 18-ponder kanonnen, dus misschien is het een kogel bestemd voor een buitgemaakt Frans kanon in Nederlandse dienst.
Zo ook de vindplaats Huizen. Dat is wat ver van Naarden voor een geschutsbatterij. Logischer is als je bedenkt dat Huizen een vissersdorp was met een haventje waar schepen de zware ijzeren kogels konden lossen die van een arsenaal of kogelgieterij uit bijvoorbeeld Amsterdam kwamen.

Zo maakt een simpele ijzeren bal heel wat los en dat allemaal omdat iemand in zijn tuin gaat graven.

maandag 12 april 2010

Vestingvisie.......... ondernemers............ plannen



Vanavond een informatiebijeenkomst op het Stadhuis van Naarden. Rijksgebouwendienst en Gemeente presenteren de gezamenlijke "Vestingvisie" aan een gezelschap van Naardense ondernemers. Lucien Keizer (RGD) en Frans van Vugt (wethouder Naarden) houden een bevlogen verhaal over hoe ze de vesting willen opheffen, verbeteren en in balans met verschillende belangen (bewoners, ondernemers, toeristen) willen maken tot een "leefbare en levendige" vestingstad.
So far, so good. Er zijn maar weinig vragen en de spreekstalmeester probeert wat reacties te krijgen van de aanwezigen. Dat lukt maar met mate, men klinkt redelijk enthousiast maar echt op de banken gaat men niet.
Tot een ondernemer met een winkel in de Marktstraat begint over de omzetderving door opgebroken straten en een brug in onderhoud waardoor het winkelend publiek blijkbaar wegblijft. De reactie van wethouder Frans van Vugt valt niet bij iedereen in goede aarde en er ontstaat een zeer emotionele discussie, een debat misschien wel, over wat de gemeente kan, zou moeten, wil en mag doen om de ondernemers in het nauw te ondersteunen tijdens de herinrichting van de vesting.
Een van de winkeliers is zo emotioneel dat hij boos en teleurgesteld wegloopt!

Ik moet vóór het einde van de bijeenkomst weg en weet dus niet hoe het afloopt. Wel vraag ik me tijdens de autorit naar huis af wat dat nu is geweest. Zijn (een aantal van) die winkeliers nu zeikerds? Moeten ze als ondernemers maar rekening houden met dit soort zaken? Elke stad en straat gaat wel eens op de schop, ze kunnen onderhoud toch niet eeuwig uitstellen? Je moet maar een buffertje opbouwen......... Of hebben ze gelijk met de opmerking dat de gemeente meer rekening met ze had moeten houden, ze hebben het al zwaar tijdens deze economische crisis en dan nog zo'n opgebroken winkelstraat er overheen..........

Straks hebben we een prachtige nieuwe, glimmende vesting, met aantrekkelijke pleinen, mooie winkelstraten, leuke terrasjes, citymarketing plus een Bezoekerscentrum en natuurlijk een spannend nieuw Vestingmuseum ;-) Maar hebben we dan nog wel winkeliers? Leeft de vesting dan nog? Waar zit de sweet spot tussen betuttelen, op z'n beloop laten en zorgen voor je ondernemers?
Doet de gemeente het goed? Of doet een gemeente het nooit goed?

Vragen waarop ik geen antwoord heb, wel denk ik dat je als ondernemer creatief met dit soort zaken om kan gaan: "café on the beach" in de opengebroken straat, zand en strandboeken in de boekhandel, anticiperen door klanten vóór de opbreking al op alternatieven voor routes naar je zaak te wijzen en meer van die zaken.

zaterdag 10 april 2010

Turquoise dagen.....


Ik had er nog nooit van gehoord, turquoise dagen, tot Jan Gunnarsson het tijdens een prachtige middag op landgoed Duin en Kruidberg beeldend aan de toehoorders overbracht.
Jan Gunnarsson is de "uitvinder" van het begrip Hostmanship, een soort verbeterde versie van gastvrijheid, gastheerschap. Of, zoals hij het zelf zegt, "de kunst om mensen het gevoel te geven dat ze welkom zijn".
Als je naar zijn verhalen luistert kan je de indruk krijgen dat het wel allemaal erg soft is; lief zijn voor de mensen om je heen, echt luisteren, complimenten geven waar nodig en mogelijk, beetje weeïg misschien wel.
Grappig genoeg zat de zaal vol met mensen van zeer uiteenlopende bedrijven, bij mij aan tafel de RABO bank, de ING, een Belgische bank, een trainingsbureau en ICT'ers, toch niet de softste bedrijven.......
Wat het verhaal van Gunnarsson zo sterk maakt, ook (of misschien wel 'juist') zakelijk gezien, is het feit dat bedrijven nauwelijks meer op hun producten of de prijs daarvan kunnen concurreren. Via internet heb je zo de goedkoopste en beste spullen gevonden en wie je die verkoopt zal je een zorg zijn. Waar je wel het verschil kan maken is in de kwaliteit van je dienstverlening en daar komt Hostmanship in beeld.
Hostmanship is niet passief, wachten tot een klant iets van je vraagt, maar (pro)actief, je klant meer als een gast zien.
Hostmanship Nederland zit in Naarden en via toenmalig burgemeester Peter Rehwinkel kwam ik met Alexander de Vries en zijn mensen in contact.

Musea zijn volgens mij bij uitstek instellingen die baat kunnen hebben bij de filosofie van Hostmanship. Onze bezoekers tot gasten maken, ze welkom laten zijn in onze gebouwen en op het museumterrein, ze niet alleen het museum laten bezoeken maar ze zelf tot onderdeel maken van het museum. Dat is zowel inhoudelijke (voor de ideële kant van het museum) als bedrijfsmatig heel zinvol. Ideëel en commercieel gaan bij Hostmanship hand in hand.

En die turquoise dagen? Dat zij volgens Jan Gunnarsson de dagen waarop je lacht naar de wereld, de wereld terug laat lachen en daarmee zowel jezelf als een ander het gevoel geeft welkom te zijn!
Gelukkig zit turquoise al vrijwel in ons logo, een klein scheutje en we zijn er........

donderdag 1 april 2010

Lol, energie en emotie: werken in een fort!


Vorige week was ik bij Martin, beheerder van een prachtig fort. Martin was niet happy. Zijn fort gaat op de schop en niet omdat hij dat zo heeft gewild, omdat het beleid van de eigenaar/overheid zo is. Een beleid van buitenaf dat waarschijnlijk uit een heel beleidsmatig denkpatroon geschreven is, maar waarvan ik mij afvraag of er rekening is gehouden met de mensen die in en met dat beleid moeten werken. De vraag is of het het beleid past op dat fort, op die situatie en in de sfeer daar.



We kwamen erop uit dat wat 'makes us tick' in het runnen van een fort, van een vestingmuseum, van cultureel erfgoed in het algemeen, meer een zaak van emotie, energie en vooral veel plezier is, veel meer dan een doorwrocht beleidsplan. We bedenken leuke activiteiten en mooie projecten en als dat nodig is schrijven we het beleid er later wel bij ;-)
Gevoel, ervaring en een educated guess maken dat we geen onzin bedenken. Het proces van verzinnen en uitvoeren kost natuurlijk energie, maar levert ook weer veel energie op.
Participatie van bezoekers en belangstellenden in je fort is vandaag de dag veel makkelijker dan vroeger met internetfora, twitter, blogs en community sites. Daarmee merk je dat de impulsen veel meer uit de omgeving van het fort komen dan uit ivoren torens.

Natuurlijk kijken we wel waar we op middellange termijn heen willen, maar dat is niet in steen gehouwen. Observe, Orient, Decide, Act, de OODA loop van John Boyd, is een prima manier van naar je omgeving en je eigen plannen te kijken en te zien hoe je die moet aanpassen om "in the loop" te blijven.

zondag 14 maart 2010

Homo Ludens; Homo Historicus

In het overbrengen van geschiedenis gaat het erom de luisteraars, lezers of kijkers mee te nemen in het verhaal. Dat proberen we in musea met tentoonstellingen met originele historische voorwerpen, met audiovisuele programma's waarin we laten zien hoe het leven was. Of we dompelen de bezoeker onder in de tijd van toen; de experience, waarin je geur, beeld, gevoel, kortom de zintuigen inzet om de boodschap over te brengen.

Nu was ik altijd al een liefhebber van historische (bord)spellen, een mooie manier om in de vorming van geschiedenis te duiken. Sinds gisteren is die overtuiging aanzienlijk versterkt door het meespelen in de Megagame "De Bello Gallico"
Een Megagame is precies wat het woord zegt: een historische simulatie op grote schaal, met tussen de 40 en 50 deelnemers: spelers, umpires en organisatie.
In "De Bello Gallico" draait het om de campagne van Julius Caesar van 58 - 50 BC om Gallië onder Romeins gezag te brengen. De spelers vertegenwoordigen Gallische Chiefs, barden, druïden, handelaren en natuurlijk spelen Caesar, Labienus en andere Romeinen hun rol in het spel.

Wat je je pas goed tijdens het spel realiseert, is dat het een heel stuk lastiger is voor de Galliërs om de Romeinen te weerstaan dan je op het eerste gezicht denkt. Veel stammen kunnen elkaar niet luchten of zien en denken de Romeinen te kunnen gebruiken om oude vetes in hun voordeel te beslissen. Wie is er bezweken voor de avances van Rome? Of voor haar dreigementen? Wat zeggen de Goden? Zijn de voortekenen gunstig? En als we Gallië al kunnen verenigen, kunnen we dan op tegen de militaire macht van Rome en het strategisch inzicht van Caesar?

Juist die onmacht om duidelijke besluiten te kunnen nemen, waar op een bepaald moment toch een leider als Vercingetorix opstaat om Gallië te verenigen en de manier waarop Caesar het verzet weet te breken met afwisselend een vuist en een uitgestoken hand (prima typecasting van de man die Caesar speelde overigens) maken dat je veel meer gevoel krijgt voor wat de dilemma's geweest moeten zijn.
Het is een hele organisatie om zo'n spel/simulatie te verzorgen, reden waarom we er (tot dusverre) maar één per jaar in Nederland hebben (in tegenstelling tot Engeland waar Jim Wallman dit meerdere malen per jaar doet).

Jammer, want deze vorm van onderdompeling in geschiedenis zou prima in het onderwijs gebruikt kunnen worden. Niet alleen bij geschiedenis, ook bij onderwerpen als communicatie, onderhandelen, besluitvorming, risico-analyse en dergelijke is zo'n simulatie instructief.
Gelukkig sta ik niet alleen in deze visie op leren en spelen. De beroemde Britse historicus Niall Ferguson (The Ascent of Money, The Pity of War) is ook een aanhanger van wat hij "counterfactual history" noemt. Geschiedenis waar je met de feiten speelt om te zien hoe het anders had kunnen lopen.

Ik verheug me al op volgend jaar en hoop dat we dan weer een mooie combinatie van elementen hebben die het mogelijk maken héél even in de schoenen van hen die geschiedenis schreven te kunnen stappen.............