Posts tonen met het label museum. Alle posts tonen
Posts tonen met het label museum. Alle posts tonen

zondag 1 november 2009

Besturen sturen

Het museumbestuur, je kan niet met ze en je kan niet zonder ze. Net als het werken met collega's in een bedrijf heb je je bestuursleden veelal niet voor het uitkiezen. Er zit al een hele club als je komt en als er een bestuurslid opstapt, weet dan maar weer eens een geschikte opvolger te vinden.
Mijn eerste museumbestuur (in een niet nader te noemen provinciestadje in Zuid-Holland) bestond uit een zeer gemêleerd gezelschap: wethouder cultuur, (ex) voorzitter van de oudheidkamer, voorzitter lokale winkeliersvereniging, voorzitter historische vereniging, directeur zalencentrum en twee 'gewone' leden. Van behoorlijk progressief tot klein christelijk, van even in de 30 tot dik in de 70 door elkaar. Bijeengebracht uit de noodzaak vele clubs te verenigen in een bestuur voor het plaatselijke museum, lokale VVV en evenementenbureau was het een gezelschap dat het maar moeilijk eens kon worden over de te varen koers: vooruitstrevend museum en bruisend activiteiten- en evenementencentrum of statisch historisch museum en passieve VVV folderpost. En daar kom je dan als pas afgestudeerd historicus tussen te zitten. Een goeie leerschool, twee jaar in de provincie, veel improviseren, laverend tussen een gemeentelijke visie, de soms wat platte plannen van de lokale winkeliers en de bedenkingen van de vele kerkgenootschappen (ruim 25 stuks) bij een verscheidenheid aan onderwerpen. Een tentoonstelling over de vele facetten van "Bliksem" gaf vele felle discussies binnen het bestuur aangezien enkele bestuursleden het een heidens onderwerp vonden en het onderwijs waarschuwden er niet heen te gaan.

Dat was min of meer mijn eerste les in "hoe om te gaan met je bestuur". Er zouden er nog vele volgen..........

Waar ik echter heen wil is het dilemma waar veel besturen en bestuursleden voor staan: "besturen" in de zin van "handen aan het stuur", direct van richting kunnen veranderen als dat nodig lijkt, of besturen op afstand, een groot deel van het beleid en de uitvoering daarvan overlaten aan de directeur en de museumstaf.
Dat heeft met de persoonlijkheid van bestuursleden en directeur te maken, maar ook met verwachtingen, aansprakelijkheidsgevoel, risico mijden en nog zo wat van die dingen.
Grosso modo zijn er twee gangbare bestuursvormen in museumland, het 'gewone'bestuur met voorzitter, secretaris, penningmeester met daaronder een directeur en museumstaf. De andere vorm is het bestuur naar commissarissenmodel, een directeur die tevens enig bestuurslid is van het stichtingsbestuur met daarboven een Raad van Toezicht oid die over de echt grote lijnen gaat, de directeur-bestuurder aanneemt en ontslag verleend en jaarlijks de goedkeuring aan het gevoerde beleid geeft.
De eerste vorm is er meer een van "hands on" besturen, de tweede een van meer afstand van de RvT bestuur en meer handelingsvrijheid voor de directeur-bestuurder. Voor beide modellen is wat te zeggen en beiden hebben ook hun nadelen.
Bij het tweede model, het commissarissenmodel, heb ik het in een aantal musea fout zien gaan. De Raad van Toezicht hield te weinig toezicht en de directeur kreeg de gelegenheid een eigen koninkrijkje te creëren, met alle negatieve gevolgen van dien voor museum, collectie en personeel. Soms ging dat bijna letterlijk tot de rand van de museale afgrond waarbij verkoop van collectieonderdelen heel normaal werd gevonden om de bouw van luchtkastelen mogelijk te maken.
Zolang het goed gaat, is het een prachtig model dat een museum daadkrachtig maakt en waar veel in korte tijd gedaan kan worden. Gaat het fout, dan gaat het vaak ook goed fout..........
Het eerste model van het 'gewone' bestuur is wat behoudender, er is meer terugkoppeling naar de bestuurders nodig en als die om de een of andere reden willen vertragen, is daar alle mogelijkheid toe. Ik heb het idee dat het echter niet zo snel uit de hand kan lopen met een directeur die geheel zijn eigen gang kan gaan.

Het Vestingmuseum kan zich al jaren gelukkig prijzen met een bestuur dat weliswaar een normaal stichtingsbestuur is, maar dat hands off bestuurd, meer fungeert als een klankbord en toetssteen dan als een belemmerend controle mechanisme.
Als ik ze nodig heb, zijn ze er om me bij te staan, veelal geven ze me de vrijheid om de museumzaken zelf te regelen, zolang dat binnen de afgesproken (ruime) kaders blijft.
Het geheim daarvan zit in een goede mix van (relatief) jonge en werkende bestuursleden die het zo druk hebben met werk en gezin dat ze alleen echt op hoofdlijnen kunnen besturen en gepensioneerde en gepassioneerde mensen die meer tijd koppelen aan een goed gevoel voor verhoudingen. Je moet ze echter met een lampje zoeken en soms flikkert je lampje ietsjes...........