Dan begin je een jaar of vijf geleden als museumdirecteur en denk je dat het allemaal draait om exposities, catalogi, lezingen, educatie en meer van die typische museumonderwerpen. En voor je er erg in hebt, sta je in de werkplaats van het museum met al je kracht een bok in toom te houden die een injectie met ontwormingsmiddel moet krijgen!
Natuurlijk is het Vestingmuseum een erg groen museum, een soort openluchtmuseum bijna. Naast de ondergrondse kazematten met hun specifieke problematiek van metselwerk, vocht, verlichting en dergelijke, kent het grote, groene buitenterrein zijn eigen aanpak. In de eerste jaren werd het gras bijvoorbeeld gemaaid door een hoveniersbedrijf, ingehuurd door de terreineigenaar, de Rijksgebouwendienst. Vanwege bezuinigingen moesten we zelf voor het maaien van dat gras gaan zorgen en na mislukte experimenten met werkervaringsplaatsen en taakgestraften kwamen we uit op een zeer natuurlijke vorm van groenbeheer, het begrazen met Oud-Hollandsche landgeiten.
Nou zijn dat leuke beesten en ze werken hard en gestaag door (je hoort ze nooit klagen dat ze nu alweer moeten overwerken!), ze hebben zo wel hun eigenaardigheden. Toen ze er net waren aten ze het brood van Willem van de Technische Dienst zo uit zijn fietstas of uit z'n bureaula. Koekjes en ander lekkers op het terras van het museumcafé bleken ook niet veilig te zijn.
Nu is dat allemaal veiliggesteld en zijn we al aardig aan de dieren gewend. Stel je echter weer eens wat anders tentoon op het buitenterrein, bijvoorbeeld grote foto's voor het Fotofestival Naarden, blijkt dat ze de houten stellages van die foto's heerlijke ruggeschuurders vinden! De foto's overleefden deze aanvallen maar ternauwernood.
Heel anders, maar ook natuur zijn vleermuizen. Geen fort in de Waterlinie is fan van deze beestjes. Door hun kwetsbaarheid tijdens de winterslaap maken ze het fortbeheerders erg moeilijk iets te organiseren in de onderkomens waar ze de winter doorbrengen. Wij hebben op Bastion Turfpoort geen vleermuizen, maar ik had niet gedacht dat ik ze bijna zou missen. Als thema van de opening van het Fortenseizoen werden in april de vleermuizen in stelling gebracht. In het Vestingmuseum werden dat plastic exemplaren, bij gebrek aan beestjes van vlees en bloed. Maar wat schetst de verbazing dat ze erg populair blijken te zijn bij kinderen. De Vleermuizenspeurtocht liep als een trein en tot aan het einde van de Meivakantie hebben we die er maar in gehouden.
Tenslotte het museum in het voorjaar. Omdat we zo'n drie jaar geleden met het begrazen met de geiten zijn begonnen en we niet (of nauwelijks) meer grasmaaien, is de grondsamenstelling van het bastion er behoorlijk op vooruit gegaan. In plaats van grasmaaien en het geknipte gras afvoeren (zoals voorheen gebeurde en nog steeds op andere delen van de vesting), eten de geiten gras en andere aanplant. In ruil daarvoor bemesten ze het terrein en woelen het met hun hoeven enigszins om. De begroeiing van het bastion is daarmee veel rijker geworden en zo met de komst van het voorjaar zie je een weelde aan planten en bloemen ontluiken op het museum. Ik moet zeggen dat dat wel een extra charme aan ons museum geeft. Zeg nou zelf, welk museum heeft zulke fraaie onderkomens voor de exposities en ook nog eens een fraai begroeid dak waaronder al dat moois te zien is.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten