zondag 13 maart 2011

Hoe dingen gingen

Een van de leukere projecten van het museum begint langzaam de voltooiing te naderen: de replicabouw van historische vestingwerktuigen.
Aan gejaagd door Willem, hoofd Technische Dienst, heeft hij met zijn ploeg vrijwilligers zeker vier jaar gewerkt aan dit project waarin een trikebal, kaapstaander en vestingbok is gebouwd. Met zeer beperkte middelen, een onhandige werkplaats (in een ondergrondse kazemat), heel veel enthousiasme, creativiteit, bloed, zweet en tranen zet de ploeg een prestatie van formaat neer.
Het achterliggende verhaal is dat het natuurlijk leuk is om de bezoeker kanonnen af te zien en horen schieten, al jaren een 'hit' bij een bezoek aan het museum, maar dat die kanonnen daar niet vanzelf kwamen! Voor de bezoeker van vandaag soms moeilijk voor te stellen hoe kanonslopen van 1.200 tot wel 1.800 kilo per stuk verplaatst werden binnen de vesting. Vorkheftruck, palletwagen en hijskraan zag je niet echt in de 17e, 18e en 19e eeuw. Alles ging met mens- of paardenkracht, al dan niet geholpen door takels of blokken.
Dat willen we de bezoeker dus graag laten zien.

Kanonslopen kwamen vroeger per dekschuit over de Muidertrekvaart naar de vesting vanaf de gieterij waar ze gemaakt waren of het arsenaal waar ze opgeslagen waren geweest. Affuiten werden waarschijnlijk lokaal door de timmerman gemaakt.
Om zo'n zware kanonsloop op te tillen, maakte men gebruik van een slim hefwerk- en voertuig, een trikebal. In feite een as met twee grote wielen en een lange hefboom die over de loop heen werd gereden. De loop werd vervolgens met touw onder de as vastgebonden. Door de hefboom nu naar beneden te trekken en duwen, draaide de as en tilde de loop van de grond. Aan de nu horizontale hefboom werd een tweede as met wielen vastgemaakt zodat een wagen ontstond. De wagen met loop eronder kon nu met paarden naar de bestemming in de vesting gereden worden.
Om de steile hellingen van de wallen op te komen gebruikten de militairen een tweede hulpmiddel, de kaapstaander. Dit is een ankerspil waarmee men aan boord van schepen ankers ophees. De verticale as werd rondgedraaid met duwbomen waaraan per boom meerdere mensen konden staan. De trikebal werd met behulp van de kaapstaander met touwen de helling opgetrokken.
Op de juiste plek aangekomen liet men de loop weer zakken en zette daar de vestingbok overheen. Met deze enorme hefbok werd de loop opgetild zodat er een affuit onder gereden kon worden. Loop zakken op het affuit, bevestigen en klaar: een compleet en vuurklaar kanon!

Na de trikebal en kaapstaander, is de vestingbok bijna gereed. Deze week werd hij op proef in elkaar gezet om de pas te meten. Komende weken de definitieve montage en schilderen en eind april hopen we de onthulling en demonstratie met alle werktuigen en de kanonniers van het museum te kunnen doen.

maandag 21 februari 2011

Klantvriendelijk moet je doen

Mooie ervaring vanmorgen. Ik moet mijn CV ketel laten controleren en wil er meteen een onderhoudscontract bij. Dat moment dat je 's ochtends opstaat en het steenkoud is, wil je liefst niet meemaken en als het al zo is, zo snel mogelijk verhelpen!

Dus ik navraag doen en Googelen op CV service en via mijn energieleverancier kan dat met een servicecontract. Op internet ingevuld dus. Een paar dagen later valt er een brief in de bus met de mededeling dat er vijf dagen later een monteur op de stoep zal staan, tenzij ik bel voor een andere afspraak. Hmmmmm, daar begint het al. Geen aanhef in de brief van "fijn dat u bij ons klant wilt worden" of zoiets. Hoe obligaat zo'n aanhef ook is, het valt je wel erg op als die er niet boven staat. Dan meteen de mededeling dat de controle 40,- euro gaat kosten en als de ketel te oud is alleen een uitgekleed contract mogelijk is.
De brief vervolgt met de mededeling dat ik de afspraak voor aankomende woensdag moet bevestigen door te bellen en tevens als ik de afspraak wil verplaatsen. Het is deze week Voorjaarsvakantie en ik ben er niet, dus bellen.

"Nee meneer, ik kan de afspraak niet wijzigen of annuleren, de monteurs die over de afspraak gaan zijn vandaag vrij en ik kan niet in hun schema wijzigen. U moet morgen dan maar even terugbellen". Grrrrrrrrrrr.

Veel van geleerd weer. Onze bevestiging voor boekingen van groepsbezoek, rondleidingen en kinderfeestjes nog eens even tegen het licht houden, zijn we wel vriendelijk naar onze bezoekers? Ook in die standaardbrieven?
Kan de telefoonprocedure beter? Maak het mogelijk dat alle medewerkers een reservering kunnen plaatsen, al is het maar in optie zodat iemand anders later kan terugbellen voor de bevestiging.
Museumbezoek is een luxe, dat moet zo soepel mogelijk gaan. Het turquoise gevoel van Hostmanship moet de ervaring kleuren van bezoeker en medewerker.

woensdag 9 februari 2011

"Het Garnizoen", vorm en inhoud voor het vestingverhaal

Waag Society uit Amsterdam is een mooie club, ze werken voor ons aan de beleving van de geschiedenis van de vesting en vanmorgen kreeg ik het eindrapport van driekwart jaar onderzoek, brainstormen, veel koffie, fact-finding bij de buren en veel heen en weer gooien van gedachten en ideeën.



Hoe maak je nu het dagelijks leven in zo'n gezapig garnizoensstadje als Naarden in 1900 beleefbaar, boeiend en ook reflectief voor je bezoekers? Er gebeurde immers niks in die fin die siècle periode?!
Niets is minder waar als je de artikelen leest die historicus Corstiaan Prince voor de experience schrijft, na maanden research in uiteenlopende archieven en bronnen. Het borrelt en bruist onder dat ogenschijnlijk zo vredige en gezapige oppervlak van Naarden. Sociale onrust tussen de rangen en standen, tussen burger en militair; wrijving tussen religie en socialisme, tussen burgerlijkheid en drank; vernieuwingsdrang bij jonge officieren en behoudzucht bij de oudere sergeanten. Gooi daar nog eens een bezoekje van heldhaftige Boeren uit Zuid-Afrika tegenaan, onze 'neven' die dapper standhouden tegen de macht van het Britse Rijk, en je krijgt een gistende mix die van alle kanten bruikbaar is voor een Vesting-beleving in het museum.
We zijn net honderd jaar verder in de tijd, toch lijkt de afstand tot het huidige leven bijna onvoorstelbaar groot en is het nu net de kunst die afstand voor het publiek beleefbaar, inzichtelijk en begrijpelijk te maken. De verwondering over de toen zo alledaagse zaken die nu zo gewoon zijn en ook andersom zet (naar ik hoop) de bezoeker aan het denken. In mijn ogen is het mooie van geschiedenis dat het je perspectief op je eigen leven kan geven. Daar is het verhaal van een gewoon stadje, met gewone mensen in een heel gewoon, rustig jaar, uitstekend geschikt voor.

En laat Waag nou net de partij zijn die daar met verve mee aan de slag is gegaan. De combinatie van zo'n inhoudelijk scenario met vormgeving en interactieve elementen die aansluiten bij de monumentale vestingelementen als kazernes, remises, kazematten en poternes, geeft het vertrouwen dat we niet alleen een mooi nieuw Vestingmuseum kunnen neerzetten, maar ook een museum dat op een leuke en spannende manier inhoud kan geven aan het museumbezoek.
De vesting Naarden is het waard bewaard te worden en dat kan pas als je het verhaal van dit enorme monument, met die wonderlijke vormen en onderdelen, hebt leren kennen.

zondag 30 januari 2011

Never waste a good crisis

Een gevleugelde uitspraak van de Amerikaanse econoom Milton Friedman en zeer van toepassing op het culturele veld dezer dagen.
Helemaal compleet is de quote als volgt: "Only a crisis, real or perceived, produces real change. When that crisis occurs, the actions that are taken depend on the ideas that are lying around. That, I believe, is our basic function: to develop alternatives to existing policies, to keep them alive and available until the politically impossible becomes politically inevitable".

Dat is een gedachte die momenteel regelmatig door mijn hoofd speelt. Is er nu (al) een crisis in/bij/met het museum? Een economische en politieke crisis zeker...... Of is dat ook ingebeeld? De economie lijkt weer aan te trekken en de politieke crisis.... er vinden nog geen straatgevechten plaats in Den Haag.
Maar echt of ingebeeld, het gevoel van crisis is er wel degelijk en dus lijkt daar het moment om Friedman te volgen in zijn stelling en nu plannen te ontwikkelen die bij het uitbreken van de crisis gebruikt kunnen worden.
Voor het Vestingmuseum wil dat zeggen het vinden van alternatieve inkomstenbronnen voor (een deel van) de gemeentelijke subsidie, het ontwikkelen van een geheel andere kijk op het fenomeen 'museum' in een vestingstad als Naarden en een andere benadering van de toeristische markt.


En gek genoeg is dat nog leuk om te doen ook! Althans, het bedenken van die alternatieven. Ze moeten uitvoeren is weer een ander verhaal, daar zijn we (nog) niet aan toe.

Waar denken we aan? Je moet wel bij het hart van je museumideaal blijven: het tonen, uitleggen en beleven van een vesting. Naast verbeteren van bestaande producten, kan je nieuwe producten bedenken en slimmer gaan werken.
Zo kan je de bestaande museumactiviteiten extra lading en beleving meegeven met nieuwe media (QR codes, Layar, Augmented Reality en dergelijke), kan je nieuwe toeristische museum- of vestingbelevingen opzetten (steppen rond de vesting bijvoorbeeld), nieuwe gerelateerde producten aan het museum of de vesting koppelen (een vestingbierbrouwerij?), strategische samenwerkingsvormen zoeken (welke Hogeschool wil een eigen museum als leerwerkbedrijf?) en nieuwe markten aanboren (hoe krijg je de buitenlandse toerist naar Naarden?).

Nu is de tijd om die plannen te maken en we zijn er al mee begonnen. Komende weken vinden meerdere verkenningen en gesprekken op deze gebieden plaats.
BOGLUP (de verhuizing en heroriëntatie van het Vestingmuseum) blijft het hart van het Vestingmuseum, maar wat we de komende jaren rond dat nieuwe museum zien ontstaan is een boeiende ontdekkingsreis.

zaterdag 8 januari 2011

Meedenken zet aan tot gedachten

Wat hebben we toch veel forten in Nederland, het moeten er alles bij elkaar wel honderden zijn. Zo ook in de Stelling van Den Helder. Een verdedigingslinie rond de belangrijkste marinehaven van het land, aangelegd vanaf het einde van de 18e eeuw en doorontwikkeld tot aan de Eerste Wereldoorlog.
Al dat erfgoed ligt dan eind 20e eeuw onbeheerd en liefdeloos in het land, wie doet er wat mee? Vanaf 1989 is dat de Stichting Stelling Den Helder en die maken dan nu ook volop plannen om goede bestemmingen voor de forten te vinden.
Naast de bestuurders en projectleider zijn ook enkele ervaringsdeskundigen uit de museumwereld en het erfgoedveld gevraagd mee te denken en zo zaten we afgelopen woensdag voor de derde maal bijeen om ons daarover te buigen.
Na anderhalf uur vergaderen (in de bomvrije vergaderruimte van het Vestingmuseum) liepen we om de zinnen te verzetten even een rondje door de kazematten van het museum. Daar ontstond veel discussie over de tentoonstelling, niet dat men die slecht vond, in tegendeel, wel dat hij de aandacht behoorlijk wegtrok van het gebouw en de originele 17e eeuwse gangen.
Gek genoeg kwam als één van de sterke punten van dit soort gebouwen naar voren dat ze leeg en ruïneus zouden moeten zijn, hoe meer spullen je erin stopt, hoe meer sjeu en sfeer eraf gaat! Het mooiste vond men dan ook de luistergang, een 65 meter lange doodlopende gang, alleen verlicht met wat blauwe uplights en voorzien van een indringende soundscape.
Heel terecht werd mij dan ook de vraag gesteld waarom we in 2007 - 2009 het hele museum hebben heringericht met een nieuwe vaste tentoonstelling? Was het niet beter geweest het juist helemaal leeg te halen en de 17e eeuwse situatie te herstellen?
En als je de foto's van lege forten bekijkt snap je die vraag wel, de spanning hangt daar bijna letterlijk in de lucht.
Als we in februari weer teruggaan naar Den Helder en ook een aantal van de andere forten gaan bekijken (Dirks Admiraal, Westoever, Harssens) ben ik met die wetenschap benieuwd naar mijn bezoekervaring.
Als je als bezoeker in maart in Naarden komt en de boel is leeg, dan weet je waar die gedachten vandaan zijn gekomen.

Foto's: Paul Dijkstra

woensdag 15 december 2010

Een papierloos museum

Veelbelovende titel hè? Helemaal papierloos zal wel een illusie blijven, maar er behoorlijk in snijden moet lukken!

Sinds een kleine week ben ik de gelukkige bezitter van een iPad en naast alle andere redenen die ik had bedacht om er een te kopen (geen e-reader meer nodig, agenda en mail bij de hand, werken kan voortaan op de bank en presentaties kan je snel en makkelijk showen) kwam daar gisteren het papierloos werken bij. Er stond een vergadering van het Regionaal Bureau voor Toerisme Gooi- en Vecht op het programma, met een aanvangstijd van 08.00 uur. Bij de mail met uitnodiging zaten zo'n zeven bijlagen met stukken waaronder dikke beleidsplannen en voorbeelden van brochures, deels in full colour. Ik zat er een beetje mee om dat allemaal te gaan printen, in de wetenschap dat je er tijdens de vergadering misschien maar zeer ten dele naar kijkt. Op de laptop lezen kan natuurlijk, maar die zet je niet zo makkelijk voor je neer tijdens een vergadering en in het voorbereiden van een vergadering thuis is een laptop op schoot ook niet direct ideaal (ik weet het, dat is maar een luxe probleem).
De iPad bleek een uitkomst te zijn! Gisteravond kon ik rustig op de bank zittend alle stukken lezen en aantekeningen maken (zou er al een app zijn die je toestaat schrijvend met je vinger als met een soort potlood bij de stukken notities te maken?). Die aantekeningen maakte ik nog maar in een opschrijfboekje, heen en weer gaan tussen diverse apps leek me nog wat veel van het goede.
Bij de vergadering vanmorgen was de iPad helemaal ideaal. De mail met alle stukken had ik opgestart en bij het betreffende agendapunt hoefde ik alleen maar op de bijlage te klikken om het stuk te openen en (waar van toepassing) in kleur te bekijken en te lezen. Dat scheelde heel wat papier, printen en nieten en zorgt voor veel gemak tijdens de vergadering als je niet door alle stukken heen hoeft te bladeren (het is ook veel stiller dan al dat geritsel van papier ;-)
Als ik dat bij alle vergaderingen voor het museum ga doen, scheelt dat al snel vele honderden of meer printjes. Bestanden opslaan op Dropbox en je kan altijd en overal documenten openen en bewerken.

Nu nog alle bezoekers verplichten zo'n ding mee te nemen en je hoeft alleen nog maar content aan te leveren, de hardware voor tekst, geluid en video neemt de bezoeker zelf mee.

dinsdag 7 december 2010

Zeepost


De middagzon schittert boven de paradijselijk zee, een licht briesje neemt zoete geuren over lichte golfjes mee van de wal waar palmbomen aan het strand meebuigen met de overheersende passaatwind. Dreigende zwarte kanonslopen steken over de borstwering van een fort van grote, gele, blokken zandsteen op een heuveltje bij de waterkant.
Nog wat onwennig op de eerste dag aan boord van de bark Europa, een Hollandse driemaster in Braziliaanse wateren, klim ik in het want omhoog naar de ondermarsra. We hebben opdracht de seizingen los te maken zodat het voorondermarszeil gezet kan worden bij het lichten van het anker.
Terwijl we met vier man onder leiding van deckhand Jacky bezig zijn met de seizingen, schieten voor ons drie voorzeilen langs de stagen omhoog, pakken wind en begint de boeg langzaam naar bakboord te draaien.
Ratelend komt de ankerketting omhoog, onze Zuid-Afrikaanse matrozen Gerhard en Diven aan het ankerspil.

Links en rechts om me heen zie ik zeilen van hun ra's naar beneden vallen, lijnen schieten door blokken, aan dek klinken kreten "two - six, two - six!" waar de crew ritmisch vallen en geien doorzet. Op het achterdek kijkt kapitein Eric Kesteloo naar de verrichtingen van zijn (deels) kersverse bemanning. Stuurman Marteyn roept "roer naar 190 graden" naar de roerganger die het stuurwiel met kracht naar bakboord draait om het schip de baai van Salvador uit te sturen.
Onderdeks wast kok Rensje de eerste tonnen met zout scheepsvlees uit, bootsman Dan beklimt met een eindje touw in z'n handen de ladder naar het halfdek om de laatste man uit de mast met een paar welgemikte klappen op te wachten...........

Oh nee, zo ver ging de historische beleving gelukkig niet! Laat die laatste paar regels maar weg. Toch had ik absoluut het gevoel in een vroeger eeuw beland te zijn in het ankerop gaan en wegzeilen uit de prachtige baai van Salvador de Baiha, op weg naar Ushuaia in het onherbergzame Tierra del Fuego (Vuurland) aan de meeste zuidelijke punt van het Zuid-Amerikaanse continent.
In de vier weken die volgenden kwam dat historisch gevoel met regelmaat terug, vooral in het wisselende weer, de beleving van de verschillende kleuren en structuren van de zee, het zeilen en het werk aan boord. Het feit dat je meedraaide in de wacht en ik dus de eerste anderhalve week de hondenwacht 'moest' doen, van 00:00 tot 04:00 uur/12:00 tot 16:00 en dan soms in de kou en wind op het voordek op de uitkijk stond, maakte dat je een klein beetje kon invoelen hoe het op de zeilende vrachtschepen van de 19e eeuw geweest moest zijn. Voor mij was dat ook een van de redenen om zo'n zeilreis mee te willen maken. Na in studie en literatuur gelezen en geleerd te hebben over zeegeschiedenis in vele facetten, wilde ik dolgraag eens ondergaan hoe het er op zo'n zeilschip aan toe ging. Wel wetende dat deze reis nog maar een fractie van de ervaring van vroeger weer zou geven. Je kan nog een slag verder gaan door in te schepen op de schoenerbrik Tres Hombres een zeilend vrachtschip dat zonder motor de wereldzeeën bevaart om 'fairtransport' te verzorgen, met alle originaliteit (en risico's) van dien.

We vonden het niet erg dat we in de verzorging aan boord van de Europa niet zover gingen als vroeger en dat onze hutten en kooien meer comfort en privacy boden dan de hangmatten in het vooronder van vroeger. Dat deel van het scheepsleven was compleet 21e eeuws.
Waar de Europa niets aan kan (en wil) veranderen is de onvoorspelbaarheid van het weer, de zee en de ervaringen van het zeilen met een dwarsgetuigd schip die dat met zich mee brengt.
Na acht dagen hondenwacht met slaapuurtjes overdag en de onwennigheid van het scheepsleven, raak je vermoeid en is het in de laatste roertorn zo makkelijk niet meer op koers te blijven. Overstag gaan met een vierkant getuigd schip is iets heel anders dan op een gewone zeilboot of -jacht.

De eerste tien dagen gleden bijna letterlijk voorbij in prachtig zonnig weer en lichte wind, met zelfs op een zondagmiddag zwemmen midden in een bladstille Atlantische Oceaan in water van 5.000 meter diep.
Een dag later werden we laat in de middag opeens getroffen door een Pampero, een plotselinge stormwind die over de pampa's van Argentinië komt aanwaaien. De vreemde, paddestoelachtige wolk was al even te zien geweest. Van het ene op het andere moment sloeg een wind van 50 knopen (10 Bf) met regen en bliksem toe en veranderde het genoeglijke zeilen in een hels (althans, voor ons als trainees die niets gewend waren) avontuur! Vrijwel de hele vaste bemanning schoot in klimharnassen omhoog om in de masten en op de ra's zeil in te nemen en op te binden. Aan de dek sjorden de trainees aan de lijnen om hen te helpen. Zo nu en dan gleed een van ons uit en verdween in het water dat door de gangboorden stroomde. Bewonderend keken we naar de crew die in de zwiepende masten als vliegen over de ra's hingen, tot op de draad natgeregend. Ik voelde me wat ongemakkelijk, een blik op kapitein Eric op het achterdek stelde me echter gerust. 's Nachts was de wind iets afgenomen (40 - 45 knopen), de zware zeegang maakte het leven er niet makkelijker op, de uitkijk tot een acrobatisch gebeuren, om over slapen in de slingerende kooi maar te zwijgen.

Een paar dagen later keken we naar een bijzondere film "Around the Horn" van de Amerikaanse zeeman Irving Johnson die in 1929 met de viermastbark Peking rond Kaap Hoorn zeilde in een storm met windkracht 12 Bf en de hele reis op film heeft vastgelegd. Dan pas besef je je hoe ver je van de historische realiteit afblijft aan boord van de Europa, maar ook hoe blij je daarom bent!
Wat wegvalt op de Europa is communicatie en informatie. Na enkele dagen cold turkey afkicken van GSM, MSN, iNet, SMS, Twitter en ook ouderwetse informatie als krant en TV, merk je dat je dat eigenlijk helemaal niet mist, dat het je ook niet echt kan boeien dat er nieuws is en dat we in een wereld van information overload leven. Heerlijk die rust!
Wat ik wel mis is post van huis. We hebben afgesproken maar één mail per week te sturen vanwege de hoge kosten van dataverkeer (elke Kb kost zo'n 1,75 euro) en dan blijkt het ouderwets fijn te zijn als iemand in het deckhouse tegen je zeg "Bas, there's mail for you" waarna je naar de bibliotheek in het achterschip snelt om die korte mail te gaan lezen, nog eens lezen en herlezen. Zo zal het krijgen van post hebben gevoeld die in een haven op zeelui lag te wachten.

Na vier weken op zee komt dan op 27 november land in zicht. Op de vroege wacht van 04:00 tot 08:00 uur zie ik tegen half zes een donkere streep aan de horizon die bij het eerste licht Vuurland blijkt te zijn. Ruig, stijl, onherbergzaam en onbewoond, maar wel land. Een mooi moment om mee te maken. Die laatste twee dagen staat er weer een straffe, ruime wind van 35 - 40 knopen (8Bf). We lopen met 10 knopen straat LeMaire aan, de zeestraat die in 1616 door de Hollandse zeelieden LeMaire en Schouten werd ontdekt.Prachtig om die zeestraat door te varen, je schrap zettend aan het roer, over de golven surfend om dan aan het einde van de dag het Beagle Channel te bereiken, de doorvaart naar de Stille Oceaan die we tot Ushuaia hebben doorgevaren.

Met een dag motoren door het Channel komt er een einde aan een heel bijzondere reis en ervaring, waarin ik even heb kunnen meemaken hoe het is om een maand lang los van de rest van de wereld in een drijvende samenleving te leven. Je kan nog zoveel historische "experience" in een museum stoppen, het haalt het niet bij de zoute werkelijkheid van de South-Atlantic. Straks weer als schipper op de brug in Naarden de koers van het museum uitzetten. Ik hoop alleen niet dat het Vestingmuseum na zoiets al te saai is...........